*

 
dossier

Archief

NET OPJAAN!

BAS DEN HOND − 04/01/97, 00:00

AMSTERDAM - Pas op voor valse vrienden, zeker als ze Fries praten en je toevallig over een zwakke plek onder een brug door wilt. It iis sil jimme net hâlde! wil zeggen dat het ijs jullie NIET zal houden. As it krekt hâldt, dán kun je het risico nog net nemen.

Net is voor naar Fries luisterende Hollanders de bekendste false friend, zoals dit soort misverstanden in de taalkunde heet (en uit Hollân komt alles wat niet Fries, Gronings of anderszins perifeer is, de grens ligt bij Swol, Zwolle).

Die Hollanders moet verder opvallen, voor zover de ijspegels of de alcoholdampen hun oren niet verstoppen natuurlijk, dat het Fries een klankrijke taal is. Het Nederlands is met vijf klinkers en een paar tweeklanken als oe en eu wel uitgeklonken, terwijl het Fries dan nog een sonore eindspurt inzet: it giet oan bijvoorbeeld, de zinsnede waarmee voorzitter Henk Kroes het tijdperk van it sil heve afsloot, spreek je ongeveer uit als: ut gjiet ò-un. Alleen de dubbele e in het Nederlandse 'heer' kent een dergelijke binnenwoordse echo.

Lastig, en tamelijk zeldzaam onder de talen, is dat in veel woorden de tweeklank kan 'breken', het accent naar de laatste klinker kan verschuiven: ien stien, twa stiennen klinkt als 'ie-en stie-en, twa stjinnen', waaruit blijkt dat ook het tweede woord dat Kroes gebruikte een (gebroken) tweeklank was! En voor de trotse importfries die dat allemaal achter de kiezen vandaan weet te toveren heeft de taal nog de drieklanken als uitdaging: hy treau (trjeuw) my syn redens ta ('hij wierp mij zijn schaatsen toe').

Tijdens de tocht van 1985 deed commissaris van de Koningin Wiegel fûl syn bêst en praat Frysk (foel sien bèèest en praat Friesk), oftewel 'flink zijn best om Fries te praten'. Het dakje duidt meestal een verlengde, nasale klinker aan, behalve bij de u die het in een oe-klank verandert, reden waarom je in Hollandse kranten een û in vervoegingen van klunen aantreft. Het is: klúnje, ik klúnje en hy klúnet (accent geeft lange u in gesloten lettergreep aan) en ik ha klune.

Wiegel had het toen over een bjusterbaarlike dei (bjusterbaarlijke daai, 'wonderbaarlijke dag'). Heel Nederland wacht natuurlijk gespannen op de zinsnede waarmee Loek Hermans op zijn beurt het tiidrek Wiegel ('tijdperk Wiegel', de i is een lang aangehouden ie, geen tweeklank dus) zal afsluiten.

Voor een leargong Frysk (en niet alleen daarvoor, zo valt te vrezen) was de voorbereidingstijd bij deze fyftjinde alvestêdetocht te kort (merk op dat het Fries geen enkel probleem met de tussen-n heeft: die is er niet). Maar één false friend moeten de schaatsers nog wel in hun oren knopen: als de toeschouwers roepen dat het noch in heale kilometer (nog un hele kilometer) is naar de Bonkevaart, dan net opjaan! ('niet opgeven!'). Het is nog maar een halve kilometer.

mailIcon print |