*

 
dossier

Archief

'De buitenlanders wisten van niks, maar verstandige Denen mijden de Tvind-school'

ESTHER HAGEMAN − 10/02/98, 00:00

AMSTERDAM - Opgelicht, uitgebuit, geïndoctrineerd - nee, Jasper Weijand (41) kwam niet volijk terug uit Denemarken. De opleiding tot ontwikkelingswerker die de organisatie Humana/Tvind hem voorspiegelde, bleek een luchtbel. En nu moet hij de sociale dienst ook nog aantonen dat het echt niet zíjn schuld is, dat ze voor hem zo'n tien mille in de sloot hebben gegooid.

Juni vorig jaar was het, en Weijand zat een beetje op een dood punt in zijn leven. Veel in Oost-Afrika gereisd, getrouwd geweest met een Keniaanse, veel verschillende soorten werk gedaan - wat nu?

Een kennis in Amsterdam gaf hem een folder van Humana/TVIND, een Deense organisatie die in veel Afrikaanse landen ontwikkelingsprojecten heeft. In eigen Hjskoles in Denemarken kon je daarvoor opgeleid worden. Weijand: “Ik kende Humana alleen van de tweedehands-kledingwinkels, maar er bleek een hele organisatie achter te zitten. Ik zag er wel iets in om terug naar Afrika te gaan, maar dan nu in een baan, op één plaats. Dus oké, ik zou in Denemarken die cursus tot 'solidariteitswerker' gaan volgen. Ik kon me wel voorstellen dat ik daar als grachtengordelmens iets van zou opsteken.”

Het ging snel. Uit Denemarken kwamen per kerende post informatieboekjes. Bij wijze van hoge uitzondering wilde de sociale dienst in Amsterdam de kosten voor zijn cursus, de reis en de verzekering wel voldoen - samen zo'n 10 000 gulden. Blijkbaar was het ook die uitkeringsinstantie ontgaan dat Humana in Nederland een paar jaar geleden al eens in opspraak geweest was: in de Tweede Kamer stelden de PvdA en het GPV er al eens broederlijk zorgelijke vragen over, in Vrij Nederland was de organisatie 'de Deense ontwikkelingsmaffia' genoemd.

Niet gehinderd door dergelijke voorkennis, en door niemand gewaarschuwd, stond Weijand begin augustus op het stationnetje van Fakse, een kleine plaats op het Deense eiland waarop ook Kopenhagen ligt. Er stond een Landrover klaar om hem op te halen. Een paar kilometer verderop, van de bewoonde wereld afgezonderd, lag Lindersvold, den rejsende hjskole p'a Sydsjaelland, op een gigantisch oud, met hotel-inboedels gemeubileerd, luxueus landgoed. Het complex had plaats voor 120 mensen.

Daar zou hij in zes maanden tijd klaargestoomd worden voor een Afrikaans project dat je zelf mocht uitkiezen. Je zou de taal leren, de ins en outs van het project leren kennen, de economie en de politiek van het land waar je terechtkwam. Ook werd je geacht mee te helpen met koken en schoonhouden, en één keer was in de folders sprake geweest van de zin “fundraising is also part of the program”.

Het eerste wat Weijand trof, was het grote verschil tussen de intellectuele bagage van de Deense cursisten, qua leeftijd rond de 20, en het kleinere groepje buitenlanders, dat ook qua leeftijd meer varieerde. De Denen omschrijft hij als “ontzettend dom, kritiekloos en naïef”.

Pas later werd hem duidelijk hoe dat kon. Weijand: “Wat ik op dat moment niet wist, maar wat elke Deen die de kranten leest wel weet, is dat Tvind daar al jaren omstreden is. Een verstandige Deen gáát dus niet naar een Tvind-hogeschool. De buitenlanders wisten van niks. Die waren dus veel sneller sceptisch.”

In de eerste maand bleek al meteen dat er eigenlijk helemaal geen sprake was van een opleiding. “Iedereen had een eigen pc en deed daar een soort cursusjes op. Dat stelde weinig voor: uit boeken overgeschreven teksten, die zonder enige lijn op de pc gezet waren. Bovendien deden de computers het vaak niet en als je iets vroeg wist nooit iemand een antwoord. Je was veel meer tijd kwijt met schoonmaken. Iedereen had een vaste taak om dat enorme complex te onderhouden. 'Ook dat schoonmaken is opleiding', kreeg je te horen wanneer je daar iets van zei.”

Na een maand kondigde de leiding aan dat de cursisten nu iets nieuws gingen doen: fundraisen. Dat bleek te betekenen dat je op straat, in Kopenhagen of Stockholm, bloemen en ansichten moest verkopen, en daarmee geld verdienen voor de organisatie. Dat was nodig, vertelde de leiding, omdat de Deense overheid de subsidie voor Humana/Tvind had stopgezet.

Weijand: “Ik dacht bij mezelf: dat weiger ik, want ik betáál al zo'n 1100 gulden per maand om hier een opleiding te krijgen, en bovendien is me niet vooraf verteld dat ik zulk werk moet doen. Maar nee, je moest ruim zesduizend gulden voor Humana zien te verdienen.”

Maar Weijand zat klem. Omdat de sociale dienst het Deense avontuur voor hem betaalde, omdat hij zijn huis in Amsterdam tot augustus 1998 had verhuurd én omdat hij toch eigenlijk wel graag naar Afrika wou, wilde hij de 'opleiding' niet voortijdig afbreken - ook niet nu bleek dat die nep was. “De anderen gingen inderdaad bloemen en ansichten verkopen, maar omdat ik nogal handig ben, werd ik ingezet bij de inrichting van een paar nieuwe Humana-winkels in Stockholm. Dat waren werkdagen van zeven uur 's morgens tot middernacht.” Als een van de uitzonderingen kreeg Weijand het geld dat hij verdiende wel zelf in handen; de rest gaf z'n geld af aan de leiding.

Weer terug in Denemarken stond Weijand een enorme scheldkannonade van de leiding te wachten toen hij 'maar' 3500 gulden afgaf (en daar een kwitantie voor wilde), omdat hij de rest had gebruikt om er met zijn Stockholmse huisgenoten van te leven: “Je kreeg ongeveer zes gulden per dag om in Stockholm van rond te komen, terwijl een brood er al bijna vijf gulden kost.”

Schelden, of urenlang inpraten op iemand inpraten die het niet meer zag zitten, hoorde op de 'opleiding' sowieso tot de vaste gebruiken. Weijand: “Was er kritiek, dan gebeurden er twee dingen. Ofwel ze belegden grote bijeenkomsten om een paar dissidenten weer in het gareel te krijgen, of ze namen je apart en scholden je met vijf docenten tegelijk uit. Hoe jonger je bent, des te groter de tik die je daarvan kunt oplopen.”

Na een paar fundraising-periodes in Stockholm was bij de buitenlanders de maat vol. Weijand: “Elke keer dat ik met dat dieseltreintje terugreed naar Fakse, had ik meer het gevoel dat ik naar een concentratiekamp op weg was. Je kreeg nog altijd geen enkele opleiding. Half december is de toestand geëxplodeerd. De veertien buitenlanders zijn toen vertrokken.”

Een Zwitserse cursiste, zegt Weijand, is eenmaal thuis ingestort en opgenomen in een psychiatrische inrichting. Sinds hij terug in Nederland is, is Weijand druk doende verhaal te halen. Hij schrijft brieven aan het Deense parlement, aan de top van Humana, aan de hjskole zelf. Tvind is een criminele organisatie, vindt Weijland.

Maar Henryk Kber, op het Deense ministerie van Onderwijs het hoofd van de afdeling 'subsidies', ziet het niet zo zonnig in voor Weijands kansen om verhaal te halen. Van alle Deense onderwijsambtenaren is juist zijn afdeling de Tvind-specialist, omdat Tvind en de Deense overheid sinds een paar jaar een subsidiestrijd met elkaar voeren.

Vorig jaar januari draaide het Deense rijk de geldkraan voor Tvind dicht. De reden: de organisatie hield zich niet aan de regel dat je geld dat bedoeld is voor school A ook echt moet uitgeven aan school A. Bij Tvind deden ze dat niet: “Ze zetten er een nieuwe school van op, en nog een, en nog een. In 1970 is Tvind begonnen met één school, in januari 1997 waren het er 32,” zegt Kber.

Maar nu de Deense overheid geen cent meer in de Tvind-scholen steekt, ontbreekt het volgens Kber verder aan enig drukmiddel. Kber: “Alleen wanneer je echte fraude zou kunnen bewijzen, zou je vervolging in gang kunnen zetten. Maar om fraude te kunnen bewijzen moet je heel precies kunnen aangeven wie, wat, wanneer heeft gedaan. En ook dat is een probleem. Het lijkt erop dat zich met die studenten een paar onregelmatigheden hebben voorgedaan, maar niks ernstigers. Wat kan de overheid nog méér doen dan de geldkraan dichtdraaien?”

Maar in april zien Tvind en de Deense overheid elkaar niettemin terug - in de rechtszaal, want Tvind is bezig met een proces tegen het wetje waarmee de overheid de geldkraan dichtdraaide.

Humana/Tvind werft intussen onbekommerd door. “Afrika heeft je nodig. Wordt vrijwilliger in Angola! Start op 1 maart en 1 april 1998 (er zijn nog enkele plaatsen vrij per direct), aldus advertenties in de dagbladen onder het kopje 'Vrijwilligers'. Alleen moet je je tegenwoordig niet meer rechtstreeks aanmelden bij een hjskole in Denemarken, maar bij de Stichting Humana Fondsenwerving in Nederland.

mailIcon print |