Het klassieke verschil tussen een beginsel- en een programpartij zit vooral in de mate van ruimhartigheid. Een partij die zwaar tilt aan beginselen neigt naar het exclusieve. Zo meende nog niet zo gek lang geleden het 'progressieve' CDA-Kamerlid Sytze Faber aan christen-democratische politici de eis te mogen stellen van een regelmatige kerkgang; met nadruk op het woordje kerk, want vermoedelijk zou hij toen een gang van CDA-politici naar de moskee of de synagoge als een inbreuk op de grondslag van het CDA hebben ervaren.
Een programpartij daarentegen stelt zich van nature ruimhartiger op. Zo'n partij vindt het genoeg wanneer haar vertegenwoordigers zich gebonden achten aan het program, waarvan de geldigheid vaak niet verder reikt dan de volgende verkiezingen. Het zal duidelijk zijn dat grote politieke partijen meestal een mengvorm te zien geven. Wel beginselen er op na houden, maar daar vooral niet al te gewichtig over doen. Maar hoe vermengd ook, het is toch curieus dat een partij met een socialistische inslag als de PvdA tegenwoordig zo'n ongehoorde kopschuwheid aan de dag legt zodra het woord beginsel valt.
Het Kamerlid Marjet van Zuijlen nam zelfs de woorden 'krampachtig', 'benauwend' en 'defensief' in de mond toen vorige week het idee besproken werd de PvdA met een nieuw beginselprogram op te tuigen. En Jos de Beus, één van de schrijvers van het laatste PvdA-verkiezingsprogram orakelde zelfs quasi wijsgerig (in de Volkskrant van zaterdag) dat “het politieke element nu juist niet in het principe zit, maar in de uitwerking”. Tegenwoordig vraagt iedereen immers meteen naar wat beginselen te betekenen hebben voor de politiek van alledag?
Tot op zekere hoogte heeft De Beus nog gelijk ook. Met een bijbels adagium zou je kunnen zeggen: aan de vruchten kent men de boom. Maar zelfs met de kennis van een reguliere scholier besef je ook dat die vruchten er zonder de vrucht-beginselen helemaal niet zouden zijn. En eigenlijk beseft De Beus dat ook wel, want in dezelfde Volkskrant legt hij enkele fraaie dilemma's voor. Zoals deze: Moeten er in een Europese Tweede Kamer echte Europese fracties komen, zodat we op een Portugese sociaal-democraat kunnen stemmen? En zo nee: Hoe ziet de PvA dan, met zijn mooie beginselen van federalisme en internationalisme, de partijvorming vanuit die Europese invalshoek?
Precies, ben ik geneigd te zeggen. Juist waar zich zulke dilemma's voordoen heb je beginselen nodig. Niet om ze letterlijk in de praktijk te brengen, maar wel om ze te beproeven en te toetsen op hun vruchtbaarheid. Gewoon omdat je ze de moeite waard vindt. Maar dat vindt De Beus te lastig en vooral ook te gevaarlijk, want voor je het weet raakt de partij verstrikt “in een gemakzuchtige voorstelling van zaken waarbij het liberalisme als de duivel wordt voorgesteld”.
De Beus zal daarom ook wel geen raad weten met het verhaal van Marcel ten Hoove zaterdag in Letter en Geest. Daarin doet deze uit de doeken hoe de PvdA met een verbale omhelzing van het beginsel om Moeder Aarde met alle respect te behandelen in werkelijkheid een tamelijk beginselloze gevangene is van de materiële groei.
Dat komt er van, zou ik zeggen, als een partij haar beginselen op voorhand tandeloos, zweverig en abstract noemt en er hooguit in kleine kring op beschaafde toon over van gedachten wil wisselen. Na de verkiezingen wel te verstaan, want voor die tijd wil de PvdA vooral het beginsel toepassen van de catch all party; een partij die met behulp van een goede marketingstrategie en met behulp ook van een leider die vaag refereert aan beginselen, zoveel mogelijk kiezers onder haar banier wil verzamelen. Want, zoals vice-voorzitter Ruud Vreeman ooit zei: beginselen zijn mooi, maar je moet niet het risico lopen eraan gehouden te worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.