T/m 3 dec., Museum van Gerwen-Lemmens, Valkenswaard, di t/m zo 13-17u, catalogus f. 25,-
Dat de norbertijnen, ook wel witheren geheten (naar hun pij) of premonstratenzers (naar Prémontré, de Noordfranse plaats waar hun eerste abdij stond) in de middeleeuwen een zeer rijke orde waren, ziet de toeschouwer direct. Bij de ingang van de tentoonstellingszaal in Museum Van Gerwen-Lemmens prijkt een abtsstaf met een sierlijk krul. Erachter glimt nog meer kerkelijk zilver: kelken, een processiekruis en een reliekhouder met een stukje bot uit een arm van St. Servaas.
De sfeer van een klooster wordt in dit particulier museum aardig opgeroepen. De expositiezaal is gedempt verlicht. Van buiten dringt geen rumoer door. Schotten delen de ruimte doormidden, zodat een toeschouwer met wat inbeelding zich in de duistere gangen van een abdij waant, waar de wanden vol hangen met de rijke schilderijenoogst van weleer.
Want dat springt op 'Kunst uit de nobertijner abdijen in Brabant' in het oog: het maecenaat van de abten lijkt zich behalve op liturgische voorwerpen, die bij de witheren altijd al veel aandacht hadden, vooral op de schilderkunst te richten. Daarbij waren monumentale religieuze schilderijen tot de vorige eeuw favoriet.
Een prachtig doek uit de directe omgeving van Rubens, is 'De triomf van St. Nobertus'. De stichter van de orde komt in daarin op een triomfwagen aangereden. De aartsengel Michaël zit op de bok en drukt de duivel en een ketter, die al onder de wielen van de wagen spartelen, nog snel een kruisstaf op de borst.
De invloed van een andere grootheid in de schilderkunst, de Italiaan Michelangelo Caravaggio, spreekt uit het doek 'De aanbidding van de herders' van de Leuvenaar Theodoor van Loon, die in 1670 overleed. Bebaarde herders met hun knechtje en een lam zijn in zeer theatrale poses rond de kribbe met stro gedrapeerd.
De scène krijgt extra dramatiek door de werking van het licht en de schaduwen in het doek, waarbij het heilig kind als lichtbron lijkt te fungeren. Dat de handen van de Maagd wel erg fors zijn uitgevallen en dat het kindje Jezus eerder lijkt op een mini-volwassene dan op een zuigeling, doet aan dat effect niets af.
De schilderijen en andere voorwerpen getuigen van de tijd waarin norbertijnen nog een macht in het hertogdom Brabant vormden, waar zelf de vorst niet om heen kon. Dankzij hun ontginningen waren zij dè grootgrondbezitters. Daarnaast bedienden zij veel parochies. Zeven van hun abten zaten in de Staten van Brabant, waar Filips II bijvoorbeeld niets dan last van hen had.
Schatkamer
Nu telt Brabant nog zes abdijen: Postel, Averbode, Heverlee-Leuven, Grimbergen, Tongerlo (allen in België) en Heeswijk (Nederland). Het museum verdient een compliment dat ze elk van hen heeft over weten te halen hun schatkamers te openen.
De Belgische kloosters zijn rijker, dat is duidelijk te zien op de tentoonstelling. Maar het meest curieuze voorwerp, Het tafelblad der Maaltijden' komt uit de abdij van Berne te Heeswijk. Op dat blad zijn medaillions geschilderd met binnenin een bijbelse maaltijdscène. Waren de broeders uitgegeten, dan werd het tafelblad opgehangen om de eetzaal wat op te fleuren.
Het exemplaar uit Heeswijk is het enige dat in Nederland bewaard is gebleven. Het werd begin deze eeuw door een pater ontdekt aan de onderkant van zijn schrijftafel. De timmerman die deze tafel in elkaar zette, had ook meteen de helft van de schildering weggeschaafd. Maar de bruiloft te Kana en het Laatste Avondmaal zijn nog te zien.
Een ander curiosum is het schilderij van St. Norbertus in een bloemenkrans uit de zeventiende eeuw. Dit portret heet als een van de weinige gemaakt te zijn naar (een ouder met) de echte beeltenis van de heilige, die rond 1080 in het Limburgse Gennep werd geboren.
Maar goed komt Norbertus er daarin niet vanaf. Hij oogt week en trekt een rare grimas - het gevolg van een slechte restauratie? Maar erger nog: zijn lichaam is veel te groot in vergelijking met het hoofd. Je zou bijna weer aan Granvelle gaan denken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.