Soms is de werkelijkheid te bar voor woorden en doet men er, naar een woord van de schrijver F. B. Hotz, wel zo verstandig aan het leven eerst tot kalmte te manen voor men gaat schrijven. Zo zou je je kunnen voorstellen dat de toenmalige minister van justitie Van Agt het inderdaad te bar maakte toen hij in 1975 zijn afschuw over abortussen kenbaar maakte van vruchten, ouder dan drie maanden. Hij pakte uit met een plastische beschrijving over gruwelijke verlostangen en krakende kinderhoofdjes. Dat had hij niet mogen doen. Maar anderzijds, hoe had hij die werkelijkheid dan wel moeten beschrijven? Had hij, met toenmalig links Nederland, hoog hebben moeten opgeven over het recht op zelfbeschikking ('baas in eigen buik'), terwille waarvan 'de verwijdering van wat zwangerschapsweefsel' geen belemmering mag zijn? Had hij, met de communist Joop Wolff, moeten zeggen dat je pas van nieuw leven kunt spreken zodra er sprake is van een affectieve relatie tussen moeder en kind? Te vrezen valt dat heel wat kinderen zo nooit aan 'leven' toekomen. Probleem is dat we hier te maken hebben met het dilemma dat het recht op zelfbeschikking soms moeilijk in overeenstemming te brengen is met het respect voor het leven als zodanig. Dit te constateren lijkt een open deur. Met de opschudding van de jaren zeventig reeds ver achter ons en met een daarop volgende intensieve discussie over de euthanasie in de jaren tachtig nog vers in het geheugen, zou je mogen veronderstellen dat partijen zich langzamerhand van het bestaan van dit dilemma bewust zijn en geleerd hebben met enige wijsheid met dit onderwerp om te gaan.
Maar dan vergissen we ons toch deerlijk in Kees Klop, directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA en de lijsttrekker van D66, Els Borst. Na een voorzet van Klops column van dinsdag 31 maart zijn ze elkaar vervolgens op deze pagina in de haren gevlogen, waarmee vergeleken Van Agts krakende kinderhoofdjes kinderspel waren. Waar hij zich beperkte tot een plastische beschrijving van de werkelijkheid, beschuldigt Klop D66 ervan in ons goede vaderland 'het recht om te doden en het recht om jezelf te doden' er te hebben doorgedramd. In een nadere toelichting schrijft Klop bewust voor deze formulering te hebben gekozen om te laten zien waar het in de kern om gaat. Maar dan nog: er bestaat in Nederland geen recht om te doden. De werkelijkheid is dat een vrouw mag vragen zich te laten aborteren en een patiënt een arts mag verzoeken hem behulpzaam te zijn bij zelfdoding. Alleen onder strikte voorwaarden worden dergelijke verzoeken ingewilligd. Wat Klop suggereert is dat die procedure zo langzamerhand een wassen neus is, dat er mede door toedoen van D66 van een automatisme sprake is, zodat je net zo goed kunt spreken van een recht.
Ik kan me voorstellen dat Borst deze voorstelling van zaken 'schandalig' vindt en 'een klap in het gezicht'. Maar er verder over nadenkend komt het mij voor dat Klops eigen CDA heel wat meer reden heeft zich zijn beschuldiging aan te trekken. Immers, de huidige euthanasie- en abortuswetgeving dragen in hoge mate het stempel van het CDA en zo gek veel is er sindsdien niet veranderd.
Nee, als Klop echt wil afrekenen met verhullend spraakgebruik en D66 werkelijk wil ontmaskeren dan zal hij man en paard moeten noemen. Dan zal hij precies moeten aangeven waar het CDA de grens van het respect voor het leven heeft gelegd en waar en hoe D66 bezig is die grens te vervagen. Dan zou wel eens kunnen blijken dat niet D66 maar zowel het CDA als D66 de in zijn ogen fatale grens hebben overschreden en dat zijn huidige gefulmineer niet meer is dan een doorzichtige poging D66 alsnog met terugwerkende kracht de schuld in de schoenen te schuiven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.