Op dinsdag 8 en vrijdag 18 oktober stonden op deze pagina respectievelijk een lang en een kort artikel van twee bekende D66'ers, Gerrit-Jan Wolffensperger en Jan Glastra van Loon. Wolffenspergers artikel was een iets verkorte versie van zijn rede bij de presentatie van de Trouw-bundel 'Het debat over de moraal', Glastra van Loon verdedigde het agnosticisme tegen een aanval van Paul Cliteur. Prof. H. M. Vroom, hoogleraar godsdienstwijsbegeerte aan de VU, constateert in hun beider gedachtengang “opvallende blinde vlekken”.
Elke overtuiging heeft consequenties voor het leven van anderen; daarom behoort men haar te rechtvaardigen. Men mag aan moslims, humanisten, christenen, atheïsten en al wie men verder kan tegenkomen, vragen uit te leggen wat dit geloof inhoudt, welke gevolgen het voor anderen heeft en op welke ervaringen het teruggaat. Zulke gesprekken zullen wel niet snel tot eensgezindheid leiden, maar dat geeft niet. Zou houden we elkaar wel bij de les. Zoals Glastra van Loon zegt, we lopen de weg af en zijn niet bij de eindbesteming (en hij zal zeggen dat hij niet weet of die er wel is).
Wolffensperger geeft geen verantwoording van zijn uitgangspunt. Het is kennelijk voor hem een basisinzicht dat ieders mening gerespecteerd moet worden. Ik deel dat. Levensbeschouwingen berusten echter op meer dan één basisovertuiging. Er zijn meer dingen die voor ons vaststaan. Vast staat ook dat mensen elkaar schaden, en dat het in veel landen en culturen rauw toegaat. In de media wordt vaker getoond en beschreven dat mensen elkaar schaden dan dat mensen elkaar helpen. De wiskundige en wijsgeer Pascal wees op twee fundamentele inzichten in het mens-zijn: mensen doen goede en verkeerde dingen; daaruit blijkt de grootheid en de kleinheid van de mens. Hij eiste dan ook dat levensovertuigingen zowel de misère als de grootheid van de mens recht zouden doen.
In feite gaat een diepe levensovertuiging van vele basisinzichten uit, die samen een samenstel vormen dat in de loop van de geschiedenis veranderingen doormaakt. Veranderingen, let wel, in uitwisseling met inzichten en kritische vragen van anderen en nieuwe ervaringen die men opdoet.
Van hieruit heb ik een aantal bezwaren tegen het principe van de beide agnosten.
Criterium
Het in de aanvang gegeven citaat had net even anders moeten luiden: in plaats van 'principieel' had er moeten staan: in principe. Wie overtuigingen van anderen bestudeert gaat er inderdaad van uit dat mensen iets gezien hebben van de mens, het leven en het kader waarbinnen wij leven. Maar zoals alle inzichten is ook dit uitgangspunt voor herziening vatbaar. Soms blijkt dat men een levensbeschouwing, inclusief de moraal ervan, niet kan begrijpen; men ziet vaak dat een levensovertuiging of een cultuur slachtoffers maakt. Dan moet men studie van die visie maken (lezen, vragen, luisteren) om te weten te komen hoe dat komt.
Culturen waar systematisch bepaalde mensen slachtoffer zijn, wijst men af. Dat vergt een criterium. Voor christenen ligt dat in de waarde van de mens als beeld van God en de waarde van de rechtvaardige, solidaire samenleving. Wat voor criterium heeft de agnost? Is zijn enige principe werkelijk dat iedereen principieel mag denken wat hij denkt? Dat zou naïef zijn.
Zonder enig argument worden culturen en inspiratiebronnen gelijkgesteld. Wolffensperger gaat van de gelijkwaardigheid van mogelijke inspiratiebronnen uit, zonder dat hij ze noemt. Als we een onderwerp als dit op college bespreken - studenten komen er altijd mee -, dan halen we natuurlijk kruistochten, politionele acties, nazisme, kastesysteem en nog veel meer uit de kast. Wie tot gefundeerde meningen wil komen, zal zich in andere stelsels moeten verdiepen. Vergelijk de ethische systemen maar eens, maar doe dat dan niet op een achternamiddag door een oppervlakkige lezing van een aantal makkelijke teksten.
Kennisnemen van andere culturen en religies (cultuur en levensbeschouwingen zijn niet van elkaar los te maken) vergt dat men het anders-zijn an de anderen respecteert, en luistert naar wat zij over de mens denken. Om een verschil te noemen, buiten de liberale westerse cultuur denkt men meestal veel minder individualistisch over de mens dan wij gewend zijn geraakt. Elders neemt men meestal aan dat sommige mensen wijzer zijn dan anderen, heiliger zijn of dichter bij God leven, en dus ook dat de overtuiging van de een dieper kan zijn dan die van anderen.
Het gaat om de bal (inzicht) en niet om de spelers. Een samenleving waarin ieder alles zelf mag weten, lijkt op een voetbalelftal met elf ballen: ieder speelt voor zich. Ze hoeven ook niet meer samen te trainen. Als beide partijen zo spelen, is er geen spel meer, maar chaos.
Willen leren
Deze houding betekent dat mensen niets van elkaar kunnen leren en ook niet van elkaar wìllen leren. Als je toch niet kunt uitmaken wat er waar is, waarom zouden we er dan over praten? Gevolg is dat 'de politiek' wordt overheerst door economische belangen en dat levensbeschouwelijk-ethische vragen worden 'opgelost' door jurisprudentie.
Medemenselijkheid vergt echter dat we van elkaar willen leren. Respect voor elkaar houdt in dat we ervan uitgaan dat de ander inzichten heeft die waardevol zijn. Leren van elkaar is alleen mogelijk als we ons afvragen wat er waar is. Glastra van Loon zegt dat de vervulling van het leven in het zoeken naar de zin ligt. Dat is mooi gezegd. Zoeken naar zin vereist openheid voor het vinden van inzicht: niet alles ineens, maar stukje bij beetje. Op die weg gaan mensen niet alléén, maar samen. Waar blijft de dialoog, waar de wil om iets van een ander te leren? Waar de mogelijkheid van kritiek? De democratisch-liberale opstelling komt neer op “leave me alone”, en “ik laat jou alleen.”
Levensbeschouwingen zijn geen afgeronde stelsels, zo leert de studie ervan. Noch het christendom, noch de islam, noch het humanisme vormt een afgerond stelsel. Afgeronde stelsels zijn gevaarlijk. Ze laten geen plaats voor andere inzichten en vernieuwing. Alleen fundamentalisten hebben afgeronde ideeën. Levensovertuigingen berusten op meer inzichten, die vaak in verhalen worden overgeleverd. In de verhalen (en films) van een cultuur wordt een beeld van het leven getekend dat ons oriëntatie biedt. Welke verhalen op de scholen worden verteld en welke films worden vertoond, vergt keuzes die moeten worden verantwoord. Als levensbeschouwingen worden geprivatiseerd, wordt overdracht van inzichten een kwestie van macht en van geld (van de media en de adverteerders). De agnostische opvatting is wezenlijk fundamentalistisch: men heeft één principe; dat handhaaft men tegen beter weten in.
Ook voor de liberaal-democraten zal het leven wel sterker zijn dan de leer: in feite hebben ze natuurlijk handenvol inzichten die ze voor waar houden. Niemand kan leven zonder voorlopige oordelen over de zin van het leven. Alleen, als agnost hoef je ze niet te verantwoorden, en je hoeft je niet in het geloof van een ander te verdiepen. Eigenlijk agnostisch fundamentalisme, dat alleen de grootheid van de mens recht doet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.