Om volgend jaar de koopkracht voor iedereen op peil te kunnen houden is het kabinet gebaat bij een grotere stijging van de lonen dan waarvan het eerder meende te moeten uitgaan. Dat is in de Nederlandse verhoudingen, waar kabinetten altijd de loonmatiging preken, een merkwaardige ontwikkeling. Reden voor een reactie van Lodewijk de Waal, CAO-coördinator van de FNV.
'Loonmatiging is grootste boosdoener bij ontstaan belastingtegenvaller' roept de voorpagina van Trouw Nederland toe. De andere ochtend- en avondbladen melden ook eensgezind dat de 'koopkrachtplaatjes' slechts rond kunnen komen als de CAO-onderhandelingen in 1997 gemiddeld 2,5 procent loonsverhoging opleveren. Het CPB heeft dan ook zijn verwachtingen inmiddels tot die 2,5 procent bijgesteld.
Onze verdere analyse leert dat de uitkomst van de CAO-onderhandelingen gemiddeld op 2,65 procent loonsverhoging zal moeten liggen, omdat voor zo'n 13 procent van de mensen nu al lagere percentages voor 1997 zijn overeengekomen. Waar de FNV vooralsnog op een eis van maximaal 3 procent zit, schat men de onderhandelingsmarges wel zeer krap in voor de werkgevers.
Hoe hebben we het nu? Het hoort toch als volgt te gaan: de vakbonden vragen maximaal 3 procent, de werkgevers en de regering roepen moord en brand, het kabinet biedt wat lastenverlichting aan en hoopt dat dat een matigende werking zal hebben. Nu gaat het andersom: het kabinet krijgt zijn lastenverlichting niet rond en roept de loonstijging te hulp om zijn koopkrachtplaatjes rond te krijgen.
Eerder dit jaar werden we op het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid nog bevraagd of de lonen met 2,2 procent voor de nieuwe contracten niet 'uit de hand liepen'. We hebben er smakelijk om gelachen, nog niet wetend dat we straks bezorgde gesprekken hebben of we het percentage van 2,65 wel halen... Zo blijft er toch nog humor in de politiek. Misschien krijgen we straks ook nog wel een oproep om de laagste loonschalen wat op te hogen, omdat dat goed is voor de koopkracht.
Waarom reageert de FNV eigenlijk niet op de meest voor de hand liggende wijze: vragen om een flinke loonsverhoging? Als er toch zulke gunstige effecten verbonden zijn aan loonsverhoging en loonmatiging de belastingopbrengsten uitholt, waarom dan kabinet en gemeenschap geen dienst bewezen met een looneis van, zeg 5 procent? Ik ben er zeker van dat dergelijke geluiden zullen opkomen na de rekenkunsten van het CPB en de publicaties van de afgelopen dagen.
Maar ik vind dat de FNV zich niet van de wijs moet laten brengen; niet door het orakel van het Centraal Plan Bureau, en al helemaal niet door de fratsen van het kabinet met koopkrachtplaatjes. Vakbonden kunnen, als ze werkgelegenheid niet willen schaden, niet meer aan loonkostenstijging vragen dan hetgeen meer verdiend wordt met arbeidsproductiviteitsstijging in de bedrijven en de prijsstijgingen die werkgevers in hun product-prijzen door kunnen geven. Vragen we meer en krijgen we ook werkelijk meer, dan kan dat tot uitstoot van arbeidsplaatsen leiden, en dat is slecht voor de werkgelegenheid, slecht voor het draagvlak van de sociale zekerheid, slecht voor de economie.
Natuurlijk zijn er bedrijven met buitensporig hoge winsten, en heeft de minister van financiën een probleem omdat winsten lager belast worden dan de lonen. Maar onze grootste zorg is dat die winsten onvoldoende worden geïnvesteerd in werkgelegenheid. Daar moet, ook door de overheid, hard aan gewerkt worden, zoals ook nog onlangs door de Sociaal-economische raad is bepleit. Daarbij komt, dat het gemiddelde winstniveau in Nederland nog niet zodanig is dat aantasting daarvan de werkgelegenheid niet zou bedreigen.
Zoals gezegd, voor ons zijn voor de vaststelling van de ruimte voor loonkostenstijging en loonstijging andere cijfers van belang. En als we heel concreet naar de prognoses voor 1996 kijken, dan is er nog niet sprake van bijvoorbeeld een spectaculaire stijging van de arbeidsproductiviteit, eigenlijk zelfs in tegendeel. En met nu reeds opeisen wat we in een volgend jaar hopen te gaan verdienen, hebben we in het verleden slechte ervaringen opgedaan.
Een gezond beleid blijft dan ook: rustig de definitieve cijfers van de Macro-economische verkenningen op Prinsjesdag afwachten en kijken wat de werkelijke ruimte voor stijging van de loonkosten is. Daarvan moeten we dan een redelijk deel besteden aan investering in scholing en werkgelegenheid. En we zullen een loonsverhoging vragen die de koopkracht op peil houdt, maar niet de werkgelegenheid schaadt.
De voorspellingen van het CPB voor de loonontwikkelingen zelf zijn nooit richtlijn voor de FNV geweest en zullen dat ook dit jaar niet zijn. Het zijn verwachtingen, die mede beïnvloed zullen worden door CAO-onderhandelingen die nog lopen (denk aan de acties in de metaal), maar ook door onderhandelingen die pas over een half jaar van start gaan. Cijfers die ook beïnvloed zullen worden door het feit dat nog voor 1,5 tot 2 miljoen werknemers de 36-urige werkweek moet worden gerealiseerd, vaak in combinatie met een gematigde loonontwikkeling.
In dat verband is een voorspelde uitkomst van de loononderhandelingen 1997 van 2,65 procent aan de forse kant, maar niet onredelijk. Het weerspiegelt wellicht ook een toenemende kracht van de FNV in de CAO-onderhandelingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.