*

 
dossier

Archief

Altijd uit op een knietje in het kruis

BERT VAN PANHUIS − 07/01/95, 00:00

Twee weken voor de Amerikaanse Congresverkiezingen van vorig jaar november laat in Union, South Carolina, Susan Smith haar twee jonge kinderen verdrinken. Negen dagen lang weet ze, handenwringend en huilend, de indruk te wekken dat de kinderen zijn ontvoerd. Daarna klapt ze in elkaar en bekent de auto, met de 3-jarige Michael en de 14 maanden oude Alexander in zitjes op de achterbank, het John D. Long-meer even buiten Union in te hebben laten glijden.

Onder de talrijke Amerikanen die reageren op deze schokkende gebeurtenis is ook Newt Gingrich, dan nog slechts beoogd Speaker van het Huis van Afgevaardigden. De samenleving is de schuldige. De dubbele moord, aldus Gingrich, “herinnert iedere Amerikaan er aan hoe verziekt de samenleving raakt en hoe hard ze aan verandering toe is”. Om er aan toe te voegen dat dat alleen maar mogelijk is door Republikeins te stemmen.

Wat Gingrich 'vergeet' mee te delen is dat de 23-jarige Susan Smith tot die tragische 25ste oktober bekend staat als een door en door keurige jonge vrouw, trouw kerkgaand en stiefdochter van een gerespecteerde zakenman en plaatselijke Republikeinse partijbons. En Union, South Carolina is evenmin een Sodom en Gomorra, niet normloos en verdorven. Nee 'De stad van de gastvrijheid' zoals ze zich graag noemt is Godvrezend, gezagsgetrouw en vrij van misdaad. Maar Newt Gingrich is er weer in geslaagd een tweedeling te maken met aan de ene kant al die andere brave, gezagsgetrouwe en Godvrezende Amerikanen en aan de andere de boze, verdorven buitenwereld waarvoor de Republikeinen niet verantwoordelijk zijn. En wie anders moeten dat zijn dan de Democraten?

Het is Gingrich op zijn authentiekst. Hoe charmant de nieuwe Speaker afgelopen woensdagavond bij de aanvaarding van zijn nieuwe en machtige functie ook is overgekomen en hoe redelijk en bij tijden zelfs vol compassie zijn woorden over armoede en misdaad klinken, zijn instinct is dat van de stemmingmaker, de standwerker, de bloedhond. Zijn primaire beweging is die van de stoot onder de gordel, het knietje in het kruis.

'Krijgslustig' is een andere kenmerkende karaktertrek, waarvan het weekblad Newsweek deze week een aardig en kenmerkend voorbeeld publiceert. Het is in de zomer van 1987 en Gingrich bevindt zich in de Mojave-woestijn in het zuiden van Californië. Er wordt een spel gespeeld: war games - oorlogje voeren. De Republikein komt weliswaar uit een militaire familie, maar is zelf nooit in dienst geweest. Het is, uitzonderlijk in militaire kring, ook nooit zijn ambitie geweest.

Maar de historicus van huis uit is niettemin verzot op krijgskunde. En dus moet en zal hij meedoen aan het spel in de woestijn. Gingrich koopt zijn eigen gevechtsuitrusting, laat de lasers aanbrengen waarmee hij kan 'doden' of gedood worden. De climax is de confrontatie tussen een groep plaatselijke sterke jongens, die voor een stel Russen moeten doorgaan en een stel infanteristen uit Ford Benning, een trainingskamp in Georgia, de thuisstaat van de Republikein. Op een nacht weten de 'Russen' het kamp van de infanterie te overvallen. Gingrich mag de aanvoerder gevangen nemen. Een van de medespelers: “Newt was doodop, maar zielsgelukkig. Hij voelde zich precies op de goede plaats.”

'The Warrior' noemt Newsweek hem, zo iemand die voor zijn principes bij voortduring op oorlogspad is. Gingrich strijdt niet zo zeer voor iets, hij voert meer oorlog tègen iets. Tegen corruptie, met name op het bestuurlijke vlak. Tegen de arrogantie van de macht. Tegen hen, die technologische vernieuwing in de weg staan. Tegen alles wat zijn idee van de Amerikaanse cultuur dreigt aan te tasten. Een Amerikaanse Gaullist, is een kwalificatie die hij zich graag laat aanleunen. Ook Charles de Gaulle redde met zijn nationalisme en technologie Frankrijk van de ondergang. En zo denkt Gingrich de Verenigde Staten te redden van de 'tegencultuur', zoals die gestalte heeft gekregen in de generatie van de baby boomers, die in de jaren zestig en zeventig zorgden voor de seksuele revolutie, de ondermijning van het gezag, die met hun Vietnamprotest één president de lust ontnamen om verder te regeren en één president zo in het nauw dreven dat hij in zijn achtervolgingswaanzin politieke zelfmoord pleegde.

De krijgersmentaliteit, die Gingrich uitstraalt is volgens Newsweek het resultaat van zijn opgroeien in 'Het Fort', de voortdurend verhuizende en rondtrekkende groep van beroepsmilitairen en hun gezinsleden. Voor hij vijftien jaar is heeft hij in Harrisburg, Pennsylvania, in Fort Riley, Kansas, in het Franse Orleans, het Duitse Stuttgart en in Fort Benning, Georgia gewoond. Nergens krijgen Newt en zijn stiefzusjes - moeder Kathleen was twee jaar na haar trouwdag, nog geen twintig jaar oud, van haar drankzuchtige, gewelddadige eerste man gescheiden - de gelegenheid te aarden. Ze trekken dan ook voornamelijk met elkaar op. Dat gevoel van onthechtheid brengt Newt Gingrich op de middelbare school eens onder woorden met 'Ik kom nergens vandaan'.

Zijn latere levenshouding wordt voor een deel ook bepaald door de gebeurtenissen rond zijn eerste huwelijk. Gingrich zelf is 19 jaar, zijn aanstaande echtgenote Jackie is niet alleen zijn lerares meetkunde, maar ook nog eens zeven jaar ouder. Stiefvader Bob, die het reilen en zeilen van het gezin gewoonlijk aan zijn vrouw overlaat, is mordicus tegen. “Je bent te jong, het leeftijdsverschil is te groot en uiteindelijk zal het op een scheiding uitdraaien,” houdt hij de jongeman voor, die hij in zijn peuterjaren al als zijn eigen zoon had erkend.

Newt houdt voet bij stuk en trouwt met Jackie Battley. Maar op de huwelijksdag ontbreken de andere Gingriches. Op het allerlaatste moment besluit moeder Kathleen zich naar de wensen van haar man te voegen. In een vraaggesprek met de Washington Post zei ze er onlangs over: “Het was zo moeilijk. Ik werd heen en weer geslingerd tussen mijn man en mijn zoon en ik moest uitmaken wie me het hardst nodig had. Ik heb het later aan Newtie - zoals ze haar zoon nog altijd noemt - uitgelegd en hij kon er begrip voor opbrengen.” Gingrich, in een reactie op die uitspraak: “Ik hoopte dat mijn moeder zou komen, maar ik begreep ook dat zij met mijn stiefvader verder moest leven. Ze hoefde alleen maar van me te houden...”

Maar hij voegt er wat aan toe: “Als je je hele leven de gevangene van de beslissingen van anderen blijft zul je òf je eigen mogelijkheden beperken of je tijd in verdriet en pijn doorbrengen.” Newt Gingrich heeft al vrij snel de keus gemaakt: niemand zal hem in de weg komen te staan bij het verwezenlijken van zijn plannen. En wie dat wel probeert zal hardhandig en zonder mededogen opzij worden gezet. Dat zal niet alleen voor zijn politieke loopbaan gelden, het bepaalt ook zijn privéleven.

Want, inderdaad, het huwelijk met Jackie loopt op een scheiding uit en niet één die in redelijkheid wordt afgehandeld. Twee uitlatingen van voormalige politieke vrienden over die scheiding komen telkens weer boven. De ene is dat Jackie in de ogen van Gingrich te oud is om ooit nog presidentsvrouw te worden en bovendien niet aantrekkelijk genoeg. De ander is dat hij, terwijl zijn vrouw in het ziekenhuis behandeld wordt voor kanker hij haar daar de echtscheidingsdocumenten overhandigt. De voormalige medewerker zweert later dat hij er bij stond. Gingrich zelf ontkent in alle toonaarden ooit met papieren aan het ziekbed te hebben gezwaaid.

Volgens Jackie Gingrich is het waar gebeurd, maar of zij een onomstreden bron kan worden genoemd... In 1993 staan de twee voormalige echtelieden weer voor de rechter, ditmaal omdat de Speaker nimmer de financiële verplichtingen is nagekomen, die de rechter hem in 1980 bij de scheiding had opgelegd. Newt Gingrich is ditmaal bereid de alimentatie met vijfhonderd gulden te verhogen als zijn ex belooft nooit meer een nieuwe verhoging te vragen, hoe de inkomsten van Gingrich in de toekomst ook zullen toenemen. Jackie stemt er mee in. Zou, zo vroeg vorige maand een voormalige politieke redacteur van de Los Angeles Times zich af, de Speaker toen al hebben geweten dat hij een zeer lucratief boekencontract zou afsluiten met HarpersCollins, een uitgeverij uit de stal van mediamagnaat Rupert Murdoch?

In het begin van de jaren zeventig gaat Gingrich zijn zinnen zetten op een zetel in het Huis van Afgevaardigden. Tot dan is het onduidelijk waar hij ideologisch moet worden geplaatst. Jaren daarvoor heeft hij, uit afkeer jegens Richard Nixon, campagne gevoerd voor diens liberale rivaal Nelson Rockefeller. Hij verbijstert medestrijders van dat uur enkele jaren later door de verfoeide Nixon weer in het hart te sluiten. Ironisch genoeg is het de politieke schade van Nixons Watergate-affaire die Newt Gingrich twee keer, in 1974 en 1976, afhoudt van een zetel in het Huis.

De derde keer lukt het wel en Gingrich trekt meteen alle registers open, ook de morele. Met zijn eigen entree komt ook die van de kabel-tv-maatschappij C-SPAN, die de hele dag door uitzendingen verzorgt vanuit het Congres. De afgevaardigde uit Georgia is niet bij de camera's weg te branden. In die schijnwerpers richt hij meteen zijn pijlen op twee collega's, die een seksuele misstap hebben begaan met nog net niet meerderjarige medewerkers van het Huis. Hij wil dat ze aftraden, maar de commissie voor ethiek volstaat uiteindelijk met een berisping.

Meer succes heeft hij aan het einde van de jaren tachtig met zijn acties tegen Jim Wright, op dat moment de nieuwe Democratische Speaker. Ik ga die man vernietigen, belooft Gingrich zijn geestverwanten. Wright heeft een wat schimmig contract afgesloten voor een boek. Gingrich blijft er op hameren dat de Speaker zichzelf verrijkt, gebruik makend van zijn nieuwe functie en dat de uitgeverij draait op geld van de Teamsters, de zeer corruptiegevoelige bond van vrachtwagenchauffeurs. Verrijking, corruptie, Wright moet uiteindelijk aftreden, maar niet nadat hij het Huis heeft gewaarschuwd voor de 'kannibalistische praktijken' van de Georgian.

Zijn succes verzilverend weet hij even later zijn rivaal voor de functie van Minority Whip, de op een na belangrijkste functie binnen de fractie met minimaal verschil te verslaan. Gingrich is op weg naar de top, ware het niet dat de Democraten al sinds een half mensenleven de meerderheid in het Huis vormen. En er schuilen meer gevaren. De Democratische gouverneur van Georgia past de grenzen van de kiesdistricten aan, waardoor Gingrich ineens wordt opgezadeld met een 'achterban' die aanzienlijk meer potentiële Democratische kiezers telt. Met de hakken over de sloot wordt hij in 1990 herkozen.

Twee jaar later komt het gevaar uit eigen kring. De altijd zo ethische Gingrich blijkt 22 keer rood te hebben gestaan bij de speciale bank van het Huis. Een van de 'privileges' van Congresleden is dat ze dat ongestraft kunnen doen: geen strafrente, geen brandbrieven om het saldo aan te vullen. Gingrich wordt, weer met de hakken over de sloot, de Republikeinse kandidaat voor het zesde district van Georgia. En ook in 1994 blijken er nog 36 procent van de kiezers in dat deel van de deelstaat toch liever een Democraat als hun vertegenwoordiger in Washington te hebben.

Newt Gingrich heeft geen scrupules, zeggen zijn tegenstanders. Het enige wat hij nastreeft is macht. Macht over anderen. En daarbij is geen middel hem te grof. Ze wijzen daarbij op de lastercampagne die vanuit het kantoor van Gingrich in 1990 wordt gevoerd tegen Wrights opvolger Thomas Foley. Foley, lange tijd een verstokte vrijgezel, is een homo. En wat nog erger is, hij valt op jongetjes. En wat nog weer erger is, hij doet het waarschijnlijk ook met ze. Gingrich biedt, als uitkomt hoe diep betrokken zijn medewerkers zijn bij de laster, excuses aan de Speaker aan. Maar de aanstichter van het kwaad blijft in dienst, omdat ze hem zulke goede diensten had bewezen bij het ten val brengen van Wright.

Voor de Amerikaanse media zijn dit soort voorvallen het bewijs dat de nieuwe Speaker niet deugt. Ze sparen kosten nog moeite om hem op zijn zwartst neer te zetten. De Atlanta Journal and Constitution drukt enkele dagen voor de verkiezingen van november een cartoon af, waar Gingrich aan een bed staat met daarin een vrouw aan het infuus. De vrouw stelt 'de kiezer uit Georgia' voor, die door een grijnzende Newt wordt toegevoegd: 'Ik wil scheiden'. Gingrich is er zo woedend over dat hij de krant uit zijn hoofdkwartier verbant. De New York Times waarschuwt de zondag voor de verkiezingen Amerika welke rampspoeden het te wachten staat als hij de nieuwe Speaker zal worden en zijn 'Contract met Amerika' wordt uitgevoerd.

De nieuwste streek haalt op de dag van zijn installatie, afgelopen woensdag, het televisiestation CBS uit. Connie Chung, een presentatrice die in een kijkcijferstrijd is gewikkeld met een collega binnen het eigen bedrijf, is op bezoek bij Gingrichs moeder Kathleen. “Wat vindt uw zoon eigenlijk van de Clintons”, vraagt zij met zachte stem. Kathleen Gingrich aarzelt: “Wat hij van Hillary vindt kan ik beter maar niet zeggen.” Chung gooit een maximum aan floers in haar stem en hijgt: “Fluister het maar in mijn oor”. Waarop kennelijk de microfoon op volle sterkte wordt gezet, want iedereen hoort mevrouw Gingrich fluisteren: “Ze is een sekreet”. Met een gebaar van gossie-possie- nog-aan-toe slaat Chung een handje voor haar mond. Ze weet het: dit wordt de quote van de woensdag. De Speaker laat blijken slechts minachting te koesteren voor het gedrag van CBS en Chung.

Gingrich heeft de hoop allang opgegeven dat de media, 'de linkse media' zoals hij niet nalaat te schimpen, hem een eerlijke behandeling zullen geven. Daarop communiceert hij het liefst via talk radio met zijn doorgaans populistische presentatoren, die de gewone Amerikaanse vrouw en man de gelegenheid geven via de telefoon hun oordeel te vellen over vooral het verdorven Washington. Maar aan de andere kant lijkt hij die 'linkse media' ook niet te willen missen, want die vormen voor hem het schrikbeeld en de boeman waar hij zijn hele imago van beeldenstormer op kan bouwen.

Meer nog dan het Witte Huis en de media, die in de ogen van de Amerikaanse familie Doorsnee toch geen goed meer kunnen doen, schuilt de komende jaren het gevaar voor de revolutionair Gingrich in dat andere deel van het Congres, de Senaat. Robert Dole, de voorzitter van de Republikeinse meerderheidsfractie daar, loopt minder hard van stapel dan de radicale vernieuwer - vernieler zullen veel Democraten zeggen - aan de overzijde van de gang. Dole en Gingrich zijn ook niet echt vrienden, persoonlijk niet en politiek niet. Jaren geleden heeft Gingrich zijn collega in de Senaat als 'de belastingontvanger voor de verzorgingsstaat' afgeschilderd en dat was niet complimenteus bedoeld. Ach, dat was toen, mompelde Dole van de week. “Hij leert nog wel, wat de grenzen zijn.” De Speaker heeft zich heilig voorgenomen de belangrijkste tegenvoeter te worden van president Bill Clinton. Hij moet 'de tegenpresident' worden. Maar heel Washington kijkt nu al reikhalzend uit naar wie het eerst ruziënd over straat zullen rollen: Bill Clinton en Newt Gingrich of toch Bob Dole en Newt Gingrich.

mailIcon print |