*

 
dossier

Archief

Is Enzensberger de profeet van de ascetische generatie?

EIMERT VAN MIDDELKOOP − 14/01/97, 00:00

De auteur is lid van de Tweede-Kamer-fractie van het GPV.

Elke wetenschappelijke, intellectuele of journalistieke inpuls daartoe is thans waardevol. Dat kan de betekenis zijn van de beschouwing over moderne vormen van luxe van Hans Magnus Enzensberger in Trouw van jl. zaterdag. Een intrigerende beschouwing met soms duistere en dialectische redeneringen, zoals we dat gewend zijn van deze Duitse denker. Begrijp ik zijn redenering goed dan laat zij zich als volgt samenvatten. In de westers-kapitalistische cultuurkring is de materiële luxe zo toegenomen en breed verspreid dat zij gewoon is geworden en de aantrekkelijkheid van luxe heeft verloren. Schaars en aantrekkelijk daarentegen zullen elementaire en immateriële goederen zijn: tijd, aandacht, rust, ruimte, een schoon milieu en veiligheid. Deze immateriële goederen en waarden zullen als luxegoederen aan slechts weinigen ter beschikking staan. Het zal, aldus Enzensberger, niet meer gaan om het vermeerderen van materiële goederen, maar om het verminderen. Zelfs gebruikt hij termen als 'onthouding' en 'ascetisme'.

Wat moeten we met deze cultuurprofetie? In de jaren vijftig, gekenmerkt door hard werken en weinig verbeelding, voorspelde de Duitse socioloog Helmut Schelsky de opkomst van een skeptische Generation, die tegen dit puriteinse werkethos in verzet zou komen. De jaren '60 gaven hem gelijk. Is Enzensberger thans de profeet van de ascetische generatie? Het klinkt aantrekkelijk, maar de twijfel overheerst vooralsnog. Immers, de geschiedenis laat zien dat scepsis en verzet eerder en gemakkelijker vat krijgen op (jonge) mensen dan ascese en materiële onthouding. Laten we overigens een meer ascetische levensstijl niet al te onkritisch omhelzen. De cultuurprofeet Enzensberger kan leren van de oudtestamentische profeten. Zij hadden doorgaans geen moeite met luxe, met kostbaarheden, sieraden, schoonheid en een welvarende uitstraling.

Het zal velen verbazen, maar het was juist Calvijn die zich verzette tegen de asceten binnen en buiten de kerk. De Schepper heeft ons immers veel meer gegeven dan alleen voor het noodzakelijke, maar ook voor genot, vrolijkheid, elegantie en wijn, die “het hart van de mens verheugt.” Een filosofie, die het zintuiglijke genieten afwijst tast het mens-zijn zelf aan, aldus Calvijn, die aanzienlijk minder 'calvinistisch' was dan menigeen thans vaak denkt. Hij moest weinig hebben van discussies over wat nog wel of wat niet als luxe moest worden aangemerkt: dat soort discussies verstikken het geweten! Zijn kritiek, en daar valt ook nu veel van te leren, betrof de onmatigheid en de zintuig-lijke afstomping. Eén citaat: “Velen gaan zozeer op in het genot van marmer, goud en schilderijen dat zij zelf van marmer worden, als het ware in metaal veranderen, en op geschilderde figuren lijken.”

Natuurlijk heeft Enzensberger gelijk als hij aandacht vraagt voor “elementaire levensbehoeften als rust, schoon water en genoeg ruimte.”

Evenzeer als minister De Boer recht heeft op sympathie als zij pleit voor 'onthaasting'. Mijn aarzeling begint echter daar waar deze pleidooien het risico in zich bergen van escapisme, een intellectueel vluchten in een ascetische levensstijl met ook nog eens de verleiding van daarbij behorende gevoelens van morele superioriteit.

Waarom zijn immateriële zaken als tijd, aandacht, rust etc. schaars en luxueus geworden? Eerst en vooral omdat onze cultuur het hart vrijwel exclusief heeft gezet op materiële welvaartsvermeerdering als doel in zichzelf. Dat is de dynamiek die het paarse kabinet zo opvallend bijeenhoudt, die schuilgaat achter het Europees integratiestreven en die het juist daarom zo moeilijk maakt de werkloosheid te bestrijden, armoede te voorkomen en economische groei een duurzaam karakter te geven.

Waarmee is het kabinet de afgelopen jaren praktisch en ideologisch in verlegenheid geraakt? Het lijkt willekeurig, maar het is het niet: de nieuwe armoede, onvoldoende middelen om de gehandicaptenzorg, de zondagsrust, de files, de nog altijd bijkans ongezonde groei van CO2 -emissies etc. De samenhang is dat het allemaal onbetaalde rekeningen zijn van een ongenormeerde en tot het materiële gereduceerde economische groei. Er zou wat veranderen in dit land als men bij de aanpak van dit soort vraagstukken dezelfde vastberadenheid aan de dag zou leggen als in het najagen van de EMU-toelatingscriteria.

De luxegoederen van de toekomst zijn, aldus Enzensberger, elementaire levensbehoeften. Als dat waar is, en ik betwist dat niet, dan is er een politiek en maatschappelijk programma nodig om deze goederen voor eenieder beschikbaar te stellen en ze dus van hun schaarste te ontdoen. Dat kan ook. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Als we 'onthaasting' (minister De Boer) en meer tijd en rust (Enzensberger) willen, laten we dan de slavernij van de 24-uurs economie aanpakken, de zondag bevrijden van de geliberaliseerde winkeltijdenwet en grenzen stellen aan de flexibilisering van de arbeid. Als we met Enzensberger verlangen naar ruimte, laten we dan eens bezien hoe nuttig de economische bedrijvigheid eigenlijk is, die wordt verricht in al die glanzende en pronkerige gebouwen op bedrijfsterreinen, die veel groen rond steden en dorpen hebben weggedrongen. Wat zou ik ze soms graag vervangen door kathedralen (kerkelijk-architectonische luxe!) als tekenen van transcendentie. Ook een calvinist heeft wel eens vreemde dromen!

En hoe onaanvaardbaar is het als veiligheid een schaars en luxe goed dreigt te worden. Geen enkele overheid, wil zij haar eigen ambtstaak niet verloochenen, mag zich daar bij neerleggen. En het milieu? Dennis Meadows, destijds één van de wetenschappers achter het Rapport van de Club van Rome, schreef enkele jaren geleden: het milieu is niet een luxe-artikel, een van de vele behoeften of een stuk handelswaar, dat mensen zullen kopen wanneer ze er voldoende geld voor hebben. Het milieu is de bron van alle leven en van iedere economie.

Als deze notie, al dan niet via voorzetten à la Enzensberger, de toon zal zetten in de eerdergenoemde kabinetsnota over de relatie economie en milieu dan kunnen zelfs de Kamerverkiezingen van 1998 inhoudelijk interessant worden!

mailIcon print |