SCHEVENINGEN - De grijze sopranen op de voorste kerkbank giechelen als bakvissen als hij uitlegt hoe puntig het 'defunctis' moet klinken. “Als u nog wat vieze resten tussen uw tanden heeft, dan is dit het moment om die eruit te spugen.” Weinig gewijde momenten bij de repetitie van Berlioz' Requiem. Jules van Hessen (39) dirigeert met een knipoog, een geintje en - vooral - een flinke dosis peptalk. “Een muzikale Ratelband? Getver. Noem mij een inspirator, gewoon een inspirator.”
Nu de dirigent dezelfde passage nog eens doorneemt in de Scheveningse Badkapel, dringt de vergelijking zich vanzelf op. Nat van de inspanning, op de toppen van zijn tenen, práát hij de zangers letterlijk toe naar een betere prestatie. “Dat lux perpetua, dames en heren. Hee, dat moet spannend klinken. Iets van het eeuwige licht, moet ik er wel in terug horen. Dat gevoel van verwondering, dat moeten jullie dúrven uiten. Jullie moeten je fysiek dúrven geven. Toe maar, toe maar, jaaaah, zo.”
Van Hessen stoomt zijn gehoor presto-prestissimo klaar voor een bijna onmogelijke taak. Komend weekeinde brengt het koor in het Atrium van het Haagse stadhuis een stuk ten gehore dat door zijn omvang als praktisch 'onuitvoerbaar' te boek staat. Een paar dagen nog maar en dan moeten de 350 amateurzangers - van verschillende koren, van verschillend niveau - het 'defunctis' er staccato uitspugen. Ze hebben maar tien keer geoefend. De 170 orkestleden treffen ze pas bij de generale repetitie.
Mooi plan, zo'n monsteruitvoering voor de viering van 750 jaar Den Haag. Maar kan het wel? Van Hessen tegen zijn koor: “Vanochtend reed ik hier naar toe, vol twijfels en onzekerheid. Maar u heeft die vanmiddag weggenomen. Ik weet zeker dat het gaat lukken. Honderd procent zeker.”
Jules van Hessen, muzikaal leider van het Nederlands Theaterorkest en vaste dirigent bij het Philips Symfonie Orkest, houdt van groot. In de Leidse Pieterskerk dirigeerde hij jaren achtereen de 'Scratch-Messiah' voor zo'n duizend amateurzangers. “Sommige werken klinken nu eenmaal mooier met een omvangrijk koor. Dat geldt ook voor het stuk van Berlioz. Maar het gaat niet alleen om het geluid. Zo'n mega-opvoering heeft ook emotionele meerwaarde. Waar vind je dat, duizend mensen die op precies hetzelfde moment, precies hetzelfde doen?” Het plan om Berlioz met 750 mensen uit te voeren, is helaas mislukt.
Hij houdt ook van onmogelijk. “Natuurlijk hebben amateurs een veel lager niveau dan professionele zangers. Maar dat doet er helemaal niet toe. Bij professionele zangers begin je met een zes en jaag je ze naar een acht of een negen. Bij amateurs start je met een twee, maar stimuleer je ze een zeven te halen. Als dat lukt, maak je 'netto' een veel grotere sprong. Een klein wonder. Mensen iets zien doen, wat ze eigenlijk niet kunnen. Het is net alsof je moeder voor de deur staat en je nog maar tien seconden hebt om je kamer op te ruimen. Nou, hup, daar gooi je een laken over en dat duw je onder het bed. Voilà. Het ziet er goed uit.”
Uit China, Denemarken en Duitsland komen regelmatig uitnodigingen van professionele orkesten en koren. In eigen land zijn die verzoeken nog schaars. Tot zijn spijt. “Een Big Mac vind ik lekker, maar ik wil af en toe ook wel vijf sterren eten. Natuurlijk”, volgt hij zijn eigen gedachtegang, “moet je veel ervaring hebben voor toporkesten.” Een paar jaar geleden - oké, geeft ie toe - had hij die nog niet. Nu is hij er wel klaar voor. Zelf naar de telefoon grijpen, is not done. “Nee, hoor, zo werkt het niet in het wereldje van de klassieke muziek.” Dus het is wachten, tot een uitnodiging van “eh. . . nou ja, het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest lijkt me bijvoorbeeld wel aardig.”
“Oeps, dit klinkt toch niet verbitterd, hè?” Hij lacht zijn hele redevoering luid weg. “Dat is niets voor mij. Ik ben een echte positivo.” Van Hessen wijst naar het blocnote. Dat laatste, dát mag genoteerd worden. Lang nadat hij zijn stokje in een plastic winkeltas heeft opgeborgen, blijft hij dirigent.
Of er niet naar het waarom moet worden gevraagd, zegt hij. Waarom wat? “Waarom een Joodse dirigent een Requiem uitkiest, natuurlijk.” Op díe vraag had hij zich namelijk voorbereid. “Ja, dat kan prima”, lepelt hij zelf maar vast op. “Het gevoel van berusting dat uit een Requiem spreekt, is zeer eigen aan de Joodse cultuur.”
Als zevenjarig jongetje gooide hij zijn blokfluit uit het raam met de pertinente mededeling: “Dit is geen instrument.” Zijn moeder vroeg hem, “wat wel?” Daarop had hij onmiddellijk een antwoord klaar. Hij wilde klarinet spelen, net als de vrijer van zijn oudere zus. Toen hij 'm vervolgens in zijn handen gedrukt kreeg, reageerde hij verbaasd. Aha, dus dít was nu een klarinet.
Jaren later stond hij voor de keuze van muziek zijn beroep te maken. Hij wist niet of hij dat wel wilde. Een leven lang één instrument spelen, leek hem wat eenzijdig. Juist op dat twijfelmoment zocht zijn klarinetdocent een dirigent voor een Haags amateurgezelschap. Als 17-jarige jongen belandde hij 'zonder enige oefening' voor het Kerkelijk Symfonie Orkest. Een armetierig geheel, in zijn eigen woorden. Maar toch. Eenmaal op het podium wist hij meteen dat hij met het dirigentenvak aan het Haagse Conservatorium 'alle kanten' uitkon.
“Op school was ik klassenvertegenwoordiger en bij voetbal aanvoerder. Dus ja, ik ben een leiderstype. Maar, pas op, dirigeren heeft niet alleen met regeren te maken. Je moet je ook serviel opstellen. Je bent immers afhankelijk van het koor, van het orkest. Je krijgt niets meer van ze gedaan als ze denken, goh, wat een arrogante lul, die Van Hessen.” Uiteindelijk gaat het in zijn vak om 'de hogere kunst van het overtuigen.' Als hij geen dirigent was, zou hij advocaat worden. Beide beroepen hebben veel gemeen, vindt hij. De dirigent werpt zich op als raadsman van de componist. “Negen van de tien keren is hij dood en ben jij degene die zijn werk, hier en nu, verdedigt. Processen aansturen, dat is de essentie.”
Zonder blikken of blozen rolt er een marketingterm uit zijn mond, als hij het over het dirigentenvak heeft. Sinds een paar jaar geeft Van Hessen twee keer per maand onder de titel 'de dirigent als manager en de manager als dirigent' workshops voor bestuurders van uitzendbureaus, verzekeringsmaatschappijen en zorginstellingen. Hun taak laat zich prima vergelijken met de zijne, vindt hij. Van zijn ervaringen als Nederlands dirigent voor een Amerikaans orkest kunnen ze heel wat opsteken over, bijvoorbeeld, interculturele barrières bij het zakendoen.
Toch een beetje goeroe dus. “Hè, bah. Begin je nu weer? Als ik er al een was, dan hebben de cursussen in ieder geval niets te maken met mijn missie. Zo je mijn missie een missie wil noemen.” Benoemd of onbenoemd, Van Hessen heeft er wel een. Ook de monsteruitvoering van Berlioz maakt er deel van uit. Hij heeft zich tot doel gesteld de klassieke muziek 'uit de sfeer van de kouwe kak te halen.' Dan moeten we niet denken aan een André Rieu-achtige aanpak. “Wat heeft die nou voor de klassieke muziek gedaan? Hij brengt alleen maar stukken die al lang bekend zijn.”
Het gaat Van Hessen om de 'zwaardere' concerten. Ook de anti-romantische muziek van Kurt Weill kan volgens hem best voor een breed publiek. Tenminste, als het stuk begrijpelijk wordt gebracht. Hij zou graag verplicht zien dat elke dirigent zijn eigen concert aankondigt en uitlegt wat de componist ermee heeft bedoeld. “Zo van, hier werd de componist verliefd en dat drukt hij zó uit.”
Hij zelf heeft laatst al de proef op de som genomen bij een uitvoering van de Derde Symfonie van Mahler. Een van de luisteraars schoot hem na afloop aan. Dat hij het altijd zo'n rotstuk had gevonden. Maar dat hij er nu toch wat in zag. “Dan denk ik. Zie je, het kan.”
Hij heeft een idee, maar nog geen platform. Want Jan-met-de-pet, hoe bereik je die? Het antwoord is: de tv. Al jaren geleden heeft Van Hessen een programma-idee bij de Tros ingeleverd. Die hapte niet toe, maar nu voert hij 'serieuze' gesprekken met met 'een' - hij houdt het vaag - publieke omroep. Een klassieke variant van 'Toppop Yeah', de quiz? Een stemmig 'Heren aan de Amstel'; 'meezingen met Berlioz'? Of een Nederland Muziekland met Jules van Hessen als Chiel van Praag? “Nee, dat is het allemaal niet.” De dirigent is in onderhandeling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.