*

 
dossier

Archief

Van Balkom streeft het hoogste na

ROB VELTHUIS − 27/01/97, 00:00

ZWOLLE - Afgaande op zijn voor sprinters zo kenmerkende verbale geweld en optimisme, lijkt Patrick van Balkom een arrivé. De kloof tussen zijn uitgangspunt als wandelaar en zijn einddoel van olympisch medaillewinnaar op de meest explosieve loopdisciplines is inderdaad voor een groot deel overbrugd. Maar velen zijn zover gekomen als Van Balkom nu is, om die moeilijke laatste passen nooit te maken.

De 22-jarige Van Balkom is intelligent genoeg om dat laatste te beseffen. Waar hij onomwonden spreekt van een finale- en zelfs podiumplaats in Sydney, bouwt hij haast ongemerkt een relativerend woord in. “Ik wil graag verder. Daarom richt ik me altijd maar op het hoogste.” In dat streven wenst hij zich niet te laten ontmoedigen door de wetenschap dat de sprintwereld wordt gedomineerd door zwarte atleten. “Ik geloof niet dat die van nature zijn begiftigd met meer sprinttalent. Ga ik daar vanuit, dan begin ik al met een achterstand. Ik ben ervan overtuigd dat ook een blanke sprinter een olympische finale kan winnen, dat is mijn stimulans. Iemand moet de eerste zijn om de huidige situatie te veranderen. Waarom zou ik dat niet zijn?”

In die overtuiging zegt Van Balkom zich gesteund te voelen door de prestaties van de Belg Patrick Stevens, die tijdens de afgelopen Spelen in de finale van de 200 meter (zevende) de enige blanke was. De Hellas-atleet beaamt dat zijn ambities even hoog liggen als ze eenzijdig zijn. “Op andere gebieden heb ik die drang niet. Mijn studie (lichamelijke opvoeding - red) wil ik dit jaar afronden, meer niet. Zodat ik mijn tijd in de sport kan steken. Hier ligt mijn roeping.”

Dat laatste klinkt pathetisch in de ruimte waar Van Balkom spreekt. Hij heeft zojuist een sprinttweekamp over 50 en 60 meter volbracht in een van de Zwolse veehallen, waar jaarlijks een nogal rommelige indooraccommodatie in elkaar wordt geschoven. Hier bestaan de verspring- en kogelstootaccommodaties uit houten zandbakken en komen de sprinters op 200 en 400 meter soms uit de buitenbocht de tafeltjes van de pers over denderen.

Nederland biedt in de winter weinig keuze, en wedstrijden in eigen land wil Van Balkom lopen. Maar de echte prestaties zegt hij toch vooral in een goede ambiance neer te leggen. Een mooie zaal, veel publiek en de spanning van sterke tegenstand. Bijvoorbeeld in het prachtige Bercy in Parijs, waar hij begin maart deelneemt aan de wereldkampioenschappen indoor. Of in de Expo van Gent, waar hij vorige week met een Nederlands record van 21,00 seconden voldeed aan de WK-limiet op de 200 meter. In Zwolle mist hij eigenlijk alles, want de aanduiding 'gala' denkt eigenlijk geen lading. Er is slechts de tegenstand van één man, de gerenommeerde Jamaicaanse sprinter Raymond Steward die hem twee keer voorblijft.

Desondanks overheerst in Zwolle tevredenheid bij Van Balkom. Op de 50 meter (5,93) vestigt hij een persoonlijk record en op de 60 meter (6,81) is hij zo vroeg in het seizoen nooit zo snel geweest. Het is het gevolg van een betere start en vooral het effect van een geleidelijk opgebouwd programma krachttraining. Op dat geleidelijk blijft de nadruk liggen. Van Balkom wil in het krachthonk niet zijn technische kwaliteiten verliezen ten koste van een betere start en een explosievere eerste 50 meter. Zij moeten een eenheid worden.

Techniek, Van Balkom noemt dat zijn sterkste punt, reden waarom hij in het buitenseizoen de 200 meter verkiest boven de 100. “Ik moet het hebben van ontspannen lopen, op souplesse. Ik bouw de kracht heel langzaam op, anders gaat het ten koste van de techniek. Het duurt lang om er wat van te maken, maar ik moet sterker worden om in de toekomst in grote wedstrijden mee te kunnen. Zo ligt het in de planning. Maar op dit moment vlieg ik over de baan.” Dat deed ooit ook Robin Korving, scherend over de horden. Nadat hij Europees jeugdkampioen was geworden, bleek hem de jaren erna pas hoe moeilijk het is de concentratie en zelfbeheersing op te brengen voor de echte doorbraak. Zijn huidige snelheid betekent mogelijk de ommekeer. In december luidde hij het seizoen feestelijk in met een Nederlands record op de 60 meter horden. Met 7,84 bleef hij 0.1 seconde boven de richttijd voor de WK. Zwolle was zijn eerste gerichte poging om in Parijs te geraken. Maar nadat hij op de incourante 50 meter horden met 6,80 het zes jaar oude nationale record van James Sharpe had verbeterd, ontnam een geïrriteerde dijbeenspier hem de snelheid op het tien meter langere onderdeel.

Een Nederlands record was er in Zwolle ook voor Monique de Wilt op het voor vrouwen nog jonge en nauwelijks ontwikkelde polsstokhoogspringen, met een hoogte van 3.61 meter. In december was ze haar recordreeks begonnen op 2.41; voor de WK volstaat een vluchtje van 3.80.

Bijna vergeten, het hoofdprogramma in Zwolle bestond uit de Nederlandse meerkampkampioenschappen. Dat werd een wat treurige toestand, omdat iedereen die op die discipline wat voorstelt geblesseerd afzegde of ter plekke voortijdig moest opgeven. Opmerkelijk was bij de vrouwen de titel - ze voltooide als enige vrouw de vijfkamp - van Esther Goossens, het jonge looptalent dat vorig jaar met topsport stopte omdat ze de spanning niet meer aankon. In Zwolle was de ambiance op haar lijf geschreven.

mailIcon print |