Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Nog in het oude jaar, op vrijdag 29 december en zes dagen na zijn 82ste verjaardag overleed de componist en pianist Hans Henkemans in het Sint Anthoniusziekenhuis in zijn woonplaats Nieuwegein. Zijn familie heeft dat gisteren meegedeeld, de dag dat hij in besloten kring is gecremeerd.
Dr. Hans Henkemans kreeg al tijdens zijn middelbare-schooltijd compositielessen van Bernard van den Sigtenhorst Meyer. Later werd de werkwijze van zijn tweede leermeester Willem Pijper van grote betekenis voor Henkemans. Pijper ging uit van grondmotieven of kiemcellen van waaruit de muziek zich, soms in een ingewikkelde vorm, ontwikkelt. Henkemans' vioolconcert uit 1950 is een voorbeeld van die invloed met een grondthema dat in de vier delen terugkomt.
Toch wijdde hij zich niet onmiddellijk aan de muziek, maar ging hij medicijnen studeren en studeerde af als psychiater. Na die studie belandde hij een aantal jaren in een sanatorium door een longaandoening. In die tijd componeerde hij ook. Dat leidde in 1945 bij het Concertgebouworkest tot de wereldpremière van zijn Passacaglia en Gigue, wat zijn bekendste werk zou blijven.
Afgezien van lessen in zijn vroege jeugd was Henkemans als pianist autodidact. Hij verwierf internationale beroemdheid met zijn vertolkingen van Mozart, Ravel en vooral Debussy. Om gezondheidsredenen brak hij zijn carrière als concertpianist op 55-jarige leeftijd af. Hij besloot in 1969 zijn beroep van psychiater weer uit te oefenen en vond weinig tijd om te componeren. In 1981 promoveerde hij op sublimatiestoornissen bij kunstenaars. Na zijn pensionering ging hij zich weer meer aan compositie wijden.
Henkemans heeft voor het merendeel instrumentale muziek gecomponeerd met een voorkeur voor piano, zowel orkestwerken als kamermuziek. Op zijn naam staan vier grote werken voor piano en orkest. Voor de oorlog al componeerde hij een concert voor piano en strijkorkest (1932), waar hij tevens mee debuteerde als pianist tijdens een optreden met het Utrechts Studenten Concert; daarna volgde een pianoconcert in 1936. In 1942 voegde hij er een Passacaglia en Gigue voor piano en orkest aan toe. Het laatste concert dateert van 1992; in 1994 verzorgde het Residentie Orkest er de wereldpremière van.
Ook schreef hij concerten voor viool (1950), altviool (1954), fluit (1946) en harp (1955) en orkest. De Nederlandse Operastichting bracht in 1979 zijn opera 'Winter Cruise' in première, een produktie die in het seizoen 1983/84 herhaald werd. Ook het libretto was van Henkeman; hij had het gelijknamige verhaal van Somerset Maugham als basis gebruikt.
Het professionele leven van dr. Hans Henkemans heeft niet het grillige verloop gekend van sommige melodieën in zijn Partita uit 1960, maar het nam toch van tijd tot tijd onverwachte wendingen. Niet zozeer door de combinatie van concertpianist, componist en arts, als wel door de volgorde waarin hij zich aan deze activiteiten wijdde.
Henkemans had een fenomenaal memorisatievermogen, maar zelf benadrukte hij dat hij er zeer hard voor heeft moeten werken zoniet vechten om als pianist op het niveau te komen dat hij uiteindelijk heeft bereikt. Fameus is zijn weddenschap met een vriend na een matige uitvoering door een Franse pianiste van het complete pianowerk van Debussy. Henkemans zou dat binnen een half jaar uit zijn hoofd voorspelen. Hij won de ingezette 25 gulden en enkele flessen whisky. Later zou hij de 75 werken in drie avonden in het Concertgebouw ten gehore brengen. Henkemans werd als een nauwelijks overtroffen Debussy-vertolker beschouwd.
Hij werd wel de Nederlandse Gieseking genoemd, maar hij vond dat allesbehalve een eretitel. “Ik vond Walter Gieseking een groot pianist tot ikzelf Debussy op het podium ging spelen”, zei hij eens. Toen in 1948 bleek dat bij ongeveer de helft van Mozarts pianoconcerten geen cadensen bekend waren, heeft Henkemans daarin voorzien. Krystian Zimmerman is een van de pianisten die ze gebruikt.
De Partita uit 1960 is een groot symfonisch orkestwerk. Vijf jaar later componeerde hij voor de Dodenherdenking Bericht aan de Levenden op een tekst van H. M. van Randwijck.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.