Dat je als ouder goede raad aan je kinderen meegeeft, is van alle tijden. De raad zelf verandert mee met de tijd.
Een van de klassiekers was: 'Niet met vreemde mannen meegaan', maar die kan inmiddels wel in de prullenbak. 'Niet met bekende, aardige mannen meegaan,' lijkt een adequatere bescherming tegen situaties waar niemand zijn kind in verzeild wil zien raken.
Maar bij een school waar de helft van de opwachtende ouders een deeltijdvader is, werkt dat niet. En hoe moet dat dan als het vriendje van je kind een mannelijke oppas heeft die niets liever doet dan mens-erger-je-niet spelen ?
En stel dat je kind met een lekke band langs de kant van de weg staat en een misschien toch onbekende maar in ieder geval wel aardige man een lift aanbiedt?
Die man bedenkt zich nog wel twee keer als hij steeds maar weer een angstig en afwerend 'nee' hoort op zijn aanbod. Al die goede raad beschermt een kind misschien tegen duistere zaken, maar door die raad verdwijnen er waardevolle ingrediënten uit het menselijk verkeer, als hulpvaardigheid, spontaniteit, onbevangenheid en vertrouwen.
Het zijn juist de waarden die je als ouders o, zo graag in de rugzak van je kind wil stoppen, naast de appel, de beker melk en de boterhammen met kaas. Hier, neem maar mee, daar word je groot en sterk van en je kunt het gerust uitdelen, want van uitdelen raakt het niet snel op. Maar kijk wel goed uit aan wie je het uitdeelt, want als je onbevangenheid en vertrouwen uitdeelt aan de verkeerde persoon, ben je het in één keer kwijt. En zie het dan maar weer terug te krijgen, denkt de ouder er achteraan.
Juist daar begint het dilemma voor de opvoeder. Want het hoort bij vertrouwen en spontaniteit en onbevangenheid om juist niet eerst te peilen, te testen en te meten of die ander jouw vertrouwen wel waard is. Als ouder zie je jezelf iets ingewikkelds doen: je leert je kind dat het moet wantrouwen én vertrouwen.
Vroeger had je de kinderlokker. Dat was tenminste duidelijk. Nu heb je de aardige pedofiel die bij wijze van spreken de leukste man uit de straat is. Als opvoeder grabbel ik in mijn eigen rugzak, op zoek naar iets bruikbaars. Ik heb een paar broodkorsten gevonden en daar kauw ik nu wat op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.