*

 
dossier

Archief

'Moreel, religieus, weer terug bij de Germanen'

Door: redactie − 04/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters DOORN - Onze cultuur heeft het geloof aan hogere waarden losgelaten en kent geen hogere norm dan de bevrediging van eigen genot. In deze hedonistische cultuur spreekt het vanzelf dat de geest ondergeschikt is aan het lichaam. Daarmee is de burgerlijke religie die de samenleving nastreeft een 'religion corporelle' geworden. En daar blijft het niet bij, de religion corporelle stelt niet alleen het lichaam boven de geest, ze neigt er ook nog toe het sterkere lichaam te stellen boven het zwakkere.

De historicus prof. dr. A. Th. van Deursen die gisteren sprak voor de predikantenconferentie van de Gereformeerde bond, de rechtzinnige vleugel van de Nederlandse Hervormde kerk, is somber over de hedendaagse cultuur. De bond had hem gevraagd te spreken over 'de erfenis van de reformatie in een godloze cultuur'- “onbetwistbaar het grootste thema dat ik ooit behandeld heb”. De cultuur ìs god-loos beaamde Van Deursen. De Nederlandse geschiedenis is een kringloop geworden; na tweeduizend jaar zijn we weer terug bij de Germanen.

Hoezeer de sterke het wint van de zwakkere is volgens Van Deursen het duidelijkst te illustreren aan de hand van de abortus- en euthanasiepraktijk. “Iedereen mag kiezen voor eigen geluk. Maar wat moet ik doen als mijn recht op geluk botst op dat van een ander? Zonder behoorlijke regelgeving zal het recht van de sterkste triomferen - een weing aanlokkelijk vooruitzicht voor de rechtsstaat. Dus hoe moet je op deze grondslag het ene tegen het andere belang afwegen. De abortuswet heeft de meest radicale oplossing gekozen. Ze ontkent dat de ander bestaat.”

Van Deursen ziet de abortuswet als de grote fundamentele verandering in onze cultuur. De ene mens mag vrij beslissen over het leven van de ander. Sterk beslist voor zwak. Ook de euthanasiepraktijk ziet Van Deursen als een uitvloeisel van de hedonistische cultuur. Als, om met de minister van volksgezondheid te spreken, het doel van de geneeskunde primair is het wegnemen van lijden, is het doden van wilsombekwamen inderdaad moedig. Lijden is voor de hedonist immers het absolute kwaad.

Hulpeloze leus De taal van de Reformatie, 'Alleen genade, alleen geloof, alleen de Schriften', is onverstaanbaar geworden, aldus Van Deursen. “De genade Gods is verruild voor de genadige dood. Als de samenleving nog een geloof heeft, dan niet meer op de Heer van dood en leven maar op de onbegrensde mogelijkheden van de medische wetenschap: met z'n allen krijgen we aids wel klein - een even sympathieke als hulpeloze leus.”

Pas sinds de jaren zestig heeft de Nederlandse cultuur voluit de kenmerken van een godloze cultuur, volgens Van Deursen. Maar in feite is het grondbeginsel van de Reformatie veel eerder losgelaten. De Staten van Holland in de 17e eeuw meenden nog oprecht dat tegenspoed voor het vaderland een gevolg was van de toorn van God. De achttiende-eeuwers kenden die taal nog wel, maar bij rampen riepen zij niet op tot verootmoediging. Zij zagen in een herstel van oude vaderlandse deugden hèt grote geneesmiddel. Deze verandering van denken werd scherp zichtbaar ten tijde van de Bataafse Republiek. De politici toen moesten eensgezind niets meer hebben van de leerregels van de synode van Dordrecht, met het reformatorische uitgangspunt: 'alleen door genade worden wij behouden'. De Bataafse Republiek vond haar inspiratie in de Verlichting en formuleerde de rechten van de mens als haar credo. En die rechten moeten dienen om ons geluk te verwezenlijken. Zo ligt de weg open naar een hedonistische moraal.

Dat het nog tot ver in de 20e eeuw heeft geduurd voor het hedonisme voorgoed doorbrak, komt volgens Van Deursen doordat het erfgoed van de Reformatie te sterk in de samenleving verworteld was. Eeuwenlang waren de grondregels van de moraal in christelijke termen beschreven; daar kan een revolutie niet zomaar een-twee-drie iets aan veranderen. Bovendien kreeg de massa regels en wetten van bovenaf opgelegd. Dat ze die vooral eerbiedigden uit angst ooit nog eens door God ter verantwoording te worden geroepen, werd openlijk gepropageerd door een bestuurder als Rutger Jan Schimmelpenninck: Zou dat besef nog eens verdwijnen, dan zou het volk weldra tot zulk eene verschrkkelijke afgrond van zeedeloosheid vervallen, dat geene wetten vermogend genoeg zouden zijn om den allesvernielenden stroom van ontembare driften te beteugelen.

Wie Van Deursen besluistert, twijfelt er niet aan of zover is het inmiddels gekomen. “In de Eper incestzaak riskeerden de beklaagden destijds een gevangenisstraf van twaalf jaar wegens illegale abortus. Als een ander dan een zwangere vrouw tot abortus besluit, gaat het kennelijk om moord. Als de moeder daartoe opdracht verstrekt dan oefent ze haar zelfbeschikkingsrecht uit en worden alle kosten door het ziekenfonds vergoed.”

Alleen het sentiment lijkt nog een matigende invloed uit te oefenen en Van Deursen vindt het dan ook juist dat christelijke nieuwsmedia schokkende items maken om abortuspraktijken te hekelen.

Van Deursen kon zijn gehoor van mannen in donkere pakken weinig bemoedigends voorhouden, temeer daar hij een ongekend breed draagvlak voor de nieuwe cultuur constateerde: de NOS, omroep van het hele Nederlandse volk, gaat voorop in de keuze voor een hedonistische moraal.

Maar toch. Ook voor déze cultuur is de erfenis van de Reformatie, besloot hij. Om het via Van Deursen met Luther te zeggen, 'Wo das Wort Gottes verstanden wird, da mehret es sich und bessert den Menschen. Wo es aber nicht verstanden wird, da nimmt es ab und ürgert den Menschen'.

mailIcon print |