*

 
dossier

Archief

Goud

SYLVAIN EPHIMENCO − 12/10/96, 00:00

Hoe leg je aan een Zwitserse journalist, die keurig in een decor van chocoladefabrieken, kluizen en koekoeksklokken is opgevoed, uit dat het thema oorlog in Nederland weliswaar hoog scoort, maar niet zo hoog als voetbal. Een tikkeltje geïrriteerd door de naïviteit van de Zwitser die mij gisteren opbelde, beet ik hem toe: 'Voetbal is toch ook oorlog? En trouwens, de man die nu centraal in het nieuws staat is een soort krijger met een verwoestende karatetrap! Daarmee vergeleken wegen 75.000 kilo goud niet zo zwaar'. Vanuit Genève klonk verbazing.

'Maar dit is toch groot nieuws! Nederland wil 75 ton edelmetaal dat door de nazi's uit hun banken is gestolen van Zwitserland terug, en vandaag staat er bijna niets over in jullie kwaliteitskranten. Ze schrijven alleen maar over het vertrek van de trainer van Ajax, over die Van Goud!'

'Van Gaal...'

'Hoe dan ook, bij ons in Zwitserland is men door de hebzucht van de Nederlanders nogal geshockeerd. Ze doen wat dat betreft niet onder voor onze bankiers.' Ik vond die aantijging vergezocht, maar mijn kwelgeest had ook zijn argumenten. 'Wat jullie Van Mierlo en Zalm doen is niets anders dan proberen er met de buit vandoor te gaan, voordat de andere rechtmatige eigenaren van het goud, de joden, het kunnen opeisen. Want die hebben van Zwitserland bijna niets teruggekregen, terwijl Nederland sinds 1946 driekwart van zijn monetaire goud geretourneerd heeft gekregen. Het lijkt ons niet netjes om gouden staven die deels van de kronen en juwelen van kampslachtoffers zijn gemaakt aan jullie regering af te staan. En dat allemaal om de A 16 te verbreden of een belastingverlaging te financieren.'

'Maar Nederland wil ook het goud van zijn eigen joden terughalen.'

'Daar vergis je je lelijk in', zei de Zwitser met medelijden in zijn stem. 'In het antwoord aan de Kamer over deze kwestie noemt de regering vier categorieën, instellingen of personen wier goud door de Duitsers is gestolen en naar Zwitserland is gebracht. De eerste twee zijn de Nederlandsche Bank en de Nederlandse ingezetenen die in de oorlog verplicht waren hun goud aan de bank te verkopen. Hierover is geen misverstand mogelijk, want de Nederlandse regering heeft het precies tot achter de komma uitgerekend. Het gaat in totaal om 145.650 ton goud, waarvan in 1946 70.639 ton terug werd gegeven.'

'En die twee andere categorieën die Van Mierlo in zijn brief noemt?', vroeg ik nieuwsgierig.

'Dat zijn de Nederlandse joden. De eersten hebben hun goud voor en tijdens de oorlog zelf naar onze banken gebracht. De anderen werden door de Duitsers rechtstreeks van hun edelmetaal bestolen en naar de vernietigingskampen afgevoerd. Over dat joodse goud hoor ik jullie regering niet. Er worden geen cijfers genoemd en er wordt geen poging gedaan de joodse slachtoffers of hun erfgenamen bij te staan.'

Ik aarzelde even en vond een verzachtend tegenargument: 'Geen paniek, daar zal over vijftig jaar koning Willem-Alexander wel op terugkomen. In een Kersttoespraak of zo...'

De stilte die hierop volgde getuigde van de kant van de Zwitser van weinig kennis van de Nederlandse normen en waarden.

'Kijk', vervolgde hij, 'dat er in Nederland bijna geen joden meer zijn sinds de geweldige inspanningen die de ambtenaren van het bevolkingsregister en de NS tijdens de bezetting hebben geleverd weten wij in Zwitserland ook wel. Maar zijn er ook geen goede journalisten meer die over dit laatste schandaal kunnen schrijven?'

'Er zijn hier zat uitstekende journalisten', antwoordde ik een tikkeltje verontwaardigd.

'Waar dan?', vroeg de Zwitserse journalist met een ironische toon. Ik dacht even na. 'Naar alle waarschijnlijkheid zitten ze in een zaaltje van de Arena te wachten op de volgende persconferentie van Louis van Goud.'

'Van Gaal...', corrigeerde de Zwitser.

mailIcon print |