*

 
dossier

Archief

Geen thuis voor moslims in Servië

JOVAN KOVACIC − 07/02/96, 00:00

door Jovan Kovacic (Reuter) SLJIVOVICA - De vrede in Bosnië heeft geen oplossing gebracht voor enkele honderden moslims die naar Servië gevlucht zijn, en daar nog steeds vast zitten in een kamp in Sljivovica. Ze mogen naar huis maar durven niet, omdat ze vrezen in Bosnië voor verrader te worden aangezien. Hun verzoeken om asiel in Westerse landen worden maar mondjesmaat gehonoreerd.

Het gaat om overlevenden uit de 'veilige gebieden' Srebrenica en Zepa, die door Bosnische Serviërs onder de voet zijn gelopen. Er stond hun geen andere weg open dan naar Servië te vluchten. Maar thuis wacht nu, vrezen zij, vervolging vanwege desertie uit het Bosnische regeringsleger. De Bosnische regering belooft dat de mannen niet worden vervolgd bij terugkeer. Een generaal pardon is in de maak dat spoedig door het parlement moet worden goedgekeurd. Maar de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR begrijpt de angst, vraagt het Westen hen op te nemen.

Volgens de UNHCR is vestiging in 'derde landen' de enige optie. “Het generaal pardon is slechts een intentieverklaring. Daar kunnen we geen genoegen mee nemen. Er moet eerst wetgeving komen die echt vertrouwen schenkt.” Tot op heden hebben 230 gevangenen uit Sljivovica het westen bereikt.

“Ik wil weg, ik ben wanhopig. We hebben allemaal verschrikkelijk geleden gedurende de drie en een half jaar oorlog en nu worden we hier in de steek gelaten door het Westen,” zegt Sabrija Cesko.

Gekkenwerk

Samir Cocalic, een officier uit Zepa zei: “We moesten wel naar Servië vluchten, omdat de weg naar Gorazde afgesloten was. Het zou gekkenwerk zijn geweest om door de linies heen te proberen Tuzla te bereiken.” Zijn meerderen vluchtten wel naar Zenica en lieten de compagnie achter. De soldaten zaten als ratten in de val op de rotsige oevers van de Drina, die de grens vormt met Servië. “De meesten van ons moesten naar de overkant zwemmen. Sommigen verdronken in de sterke stroom, maar wij hebben het gehaald,” zegt hij.

“Nu weet ik niet of ze me thuis zullen behandelen als een gevangene of een overloper. Maar ik weet één ding: onze leiders hebben mij en mijn mannen in de steek gelaten. Nu we het overleefd hebben maak ik me zorgen over wat onze commandanten zullen doen om ons het spreken te beletten.”

Gevangene Edhem Bajic zegt buiten gehoorsafstand van kampautoriteiten: “We hebben geen problemen met de bewakers. Ze zijn goed voor ons. Dit is geen hotel, maar we krijgen warme en hygiënische maaltijden. Maar de onzekerheid over de toekomst maakt ons gek.”

De UNHCR maakt zich zorgen over de gevangen. “Ze hebben er genoeg van hier vastgehouden te worden en van de beloften dat ze in het Westen opgevangen zouden worden. Sommigen dreigen zelfs met zelfmoord als hun probleem niet snel wordt opgelost. “De laatste vier jaar heb ik niet naar tv gekeken, geen radio gehoord of een winkel bezocht,” zegt een gevangene. “De oorlog is voorbij, de dreiging is weg, maar voor mijn gevoel duurt de bezetting voort.”

mailIcon print |