*

 
dossier

Archief

Woordjes leren

WILLY GEURSEN-SCHEERS − 10/03/94, 00:00

Jongens, heb je verdriet, sprak toen de leraar Grieks, dan moet je woordjes leren, woordjes leren. Hij knikte energiek zodat er as viel op zijn vest, maar dat was toch al vies. Wij lachten half vertederd, half meewarig, want tragiek daar wist je alles van en hij, heel oud, haast vijftig, niets. En dat het overging als je maar woordjes leerde, dat was iets zo absurds, zo dolkomieks dat het in omloop kwam als een gevleugeld woord. Het klapwiekt nu verdrietig om mij heen omdat ik later woordjes leerde waarmee je 't monster kunt bezweren en ik hem niet meer zeggen kan hoe ik soms naar die stem verlang, naar dat onhandige advies. J. Eykelboom Uit: Kippevleugels 1991

De middeleeuwer Francesco Vettori schrijft over het zitten in zijn studeervertrek: “. . . dan treed ik binnen in de gemeenschap van grote mannen uit de Oudheid, door wie ik liefdevol ontvangen word en bij wie ik het voedsel tot mij neem dat in feite het enige voedsel is waarvoor ik op de wereld ben gekomen. Ik schaam me dan niet om met hen te spreken en naar het motief van hun daden te vragen. En vier uur lang voel ik geen enkel verdriet, vergeet ik mijn zorgen, heb ik geen angst voor de dood: met hart en ziel geef ik me aan hen over.”

In Trouw van 16 februari staat een berichtje onder de kop: Depressieve Britten moeten gedichten lezen. De voorzitter van de Britse Medische Associatie zegt daarin: “Ik zou denken dat poezie absoluut superieur is aan elke tablet. Net als muziek hebben gedichten een therapeutische werking.”

En wat te denken van de 17-jarige, bijna idiote Rebecca, die op de begrafenis van haar grootmoeder Psalm 103 reciteert omdat dit een tekst is die zij kan onthouden? Niet alleen omdat de muzische kracht van de Psalmen groot is, maar omdat haar grootmoeder haar dagelijks heeft gelaafd met Psalmen en verhalen en zij intuitief heeft aangevoeld dat deze woorden meer zijn dan woordjes: namelijk woordjes tegen het verdriet.

mailIcon print |