In zijn boek 'Aanvallend spel' besteedt Thomas Rosenboom veel aandacht aan de literaire held, en aan de gebeurtenissen waarin deze tijdens een verhaal verzeild dient te raken. Maar draaien romans eigenlijk altijd om strevende helden en angstaanjagende intriges? Voor de boekenmaand vroeg Trouw een aantal schrijvers of zij Rosenbooms opvattingen deelden. Vandaag het vijfde en laatste deel: de Vlaamse schrijver en vertaler Paul Claes: ,,Mijn boeken zou je een historisch onderzoek via romans kunnen noemen.'
'Ik moet nu al weer lelijke dingen gaan zeggen over Nederland,' verontschuldigt de Vlaamse schrijver Paul Claes zich, als het gesprek over 'Aanvallend spel' van Thomas Rosenboom vrij snel na aanvang op de scholing van kinderen terechtkomt. Claes, die behalve prozaïst ook vertaler en wetenschapper is, meent dat het onderwijs in de 'noordelijke Nederlanden' de laatste dertig jaar flink achteruitgeboerd is. ,,Onder invloed van pedagogen is alleen het 'actuele' en 'relevante' belangrijk geworden. Alsof je de Nederlandse literatuur kunt lezen zonder kennis van de buitenlandse of middeleeuwse, alsof je de recente geschiedenis kunt begrijpen zonder het daaraan voorafgaande.'
,,Ik heb in Nederland en in België lesgegeven. In Nederland wordt het lesprogramma aangepast aan de wensen van de leerling, want die moet gelukkig zijn. Dus krijgen de leerlingen in Nederland tijdens de schaarse uren literatuuronderwijs enkele naoorlogse werken voorgeschoteld, meer niet. Maar als literatuur je niet op school wordt aangeboden, dan bestaat er weinig kans dat je er later nog mee in aanraking komt. De school hoort een plek te zijn waar je onbekende dingen leert. Zo kun je prima middeleeuwers als Hadewijch lezen, of Van Maerlant, die teksten zijn niet afstotend, integendeel, die zijn nieuw, exotisch, en zo ervoeren de leerlingen ze ook toen ik hen ermee liet kennismaken. Geschiedenis idem dito. Door het verleden op te delen in partjes, aan te bieden als thema's, denkt men de leerlingen te vriend te houden. Wij behandelen de geschiedenis chronologisch, van de oertijd tot de Golfoorlog, als een verhaal van de mensheid tot nu toe.'
,,Een van de gevolgen van het slechte onderwijs is dat de literaire kritiek in Nederland amateuristisch is. Het valt me op dat veel recensenten bij Nederlandse kwaliteitskranten slecht onderlegd zijn. Zij hebben tal van recente werken uit eigen land gelezen, maar weten geen verbanden te leggen met buitenlandse stromingen, zien geen relaties met het verleden. Bij ons is dat anders, de meeste Vlaamse critici hebben een wetenschappelijke achtergrond die je ook in hun stukken kunt terugvinden, zonder dat die in onleesbaar jargon gesteld zijn. In Nederland bemoeit de academische wereld zich nauwelijks met de ontvangst van literatuur. Dat is jammer, zo ontstaat er zelden een discussie op niveau.'
,,Dat viel me ook op bij de ontvangst van het boekje van Rosenboom. Geen enkele recensent zag dat het nogal amateuristisch was. Het is ook niet bedoeld als baanbrekend, 'Aanvallend spel' lijkt me een persoonlijk statement van een schrijver die zijn eigen romans wil verdedigen. Maar als inleiding op de romankunst is het te licht. Het lijkt of Rosenboom alleen maar een paar negentiende-eeuwse romans heeft gelezen, en bijna de hele twintigste-eeuwse literatuur links heeft laten liggen. Ook schijnt hij niet te weten dat er op de universiteit sinds 1970 narratologie, de theorie van het vertellen, gegeven wordt. En dat daar een wetenschappelijk apparaat is ontwikkeld waarmee je minder intuïtief naar romans kunt kijken dan Rosenboom doet.'
,,Een belangrijke ontdekking die de theorie van het vertellen heeft opgeleverd, is dat je een verhaal niet kunt beginnen zonder een tekort, dat aan het einde van het verhaal op een of andere manier - echt of imaginair - is opgelost. Zo werkt een verhaal, alleen een vertelling met zo'n structuur vinden wij een verhaal. Die stelling kun je testen op kleuters. Beëindig het verhaal als de wolf Roodkapje bedreigt en de kleuter zal je blijven aankijken: 'Ja, en dan?' Dan komt er een jager, die het beest doodschiet zodat Roodkapje veilig thuiskomt. Pas dan is de kleuter tevreden.'
,,Rosenboom schrijft dat personages moeten streven. Klopt. Maar die gedachte is verre van nieuw. Zonder strevende personages geen romanstructuur: er is een tekort dat moet worden aangevuld, dus is er een streven. Dat betekent niet dat je geen andersoortige prozateksten zou kunnen schrijven. Het experimentele proza van de twintigste eeuw is één hardnekkige poging om uit die vaste verhaalstructuur te breken. Rosenboom haalt 'Die Verwandlung' van Kafka aan. Hij noemt Gregor Samsa, de hoofdpersoon uit dat verhaal een strevende held omdat hij, eenmaal veranderd in een kever, er van alles aan doet om zijn omgeving zo min mogelijk tot last te zijn. Ik heb het idee dat Kafka's personages passiever zijn dan Rosenboom doet voorkomen. De hoofdpersoon uit 'Het proces' loopt wat rond maar verzet zich nauwelijks tegen het proces dat tegen hem wordt gevoerd. De romans van Kafka zijn juist géén goede verhalen, ze beginnen allemaal met een gebrek maar het lukt Kafka niet de eindjes aan elkaar te breien. Juist daardoor hebben die verhalen zo'n vervreemdend effect. Typerend voor zijn werk heb ik altijd de parabel van 'Vor dem Gesetz' gevonden, over een man die voor een poort zit te wachten totdat er wordt opengedaan en hij naar binnen mag. Er wordt niet opengedaan, hij sterft, zonder een keer geprobeerd te hebben of de poort misschien gewoon open is.'
,,Rosenboom richt zich in 'Aanvallend spel' alleen op de psychologische roman, waarin het wel en wee van een mens, een personage centraal staat. Kafka gaat het niet om het personage, het gaat om de vraag: zijn of niet zijn? Het zijn existentiële romans. Dat genre komt bij Rosenboom niet aan bod. Net zomin als de ideeënroman. Hij noemt 'De Toverberg' van Thomas Mann een moeilijk boek, niet vanwege al die geleerde passages, nee: 'Het is de afwezigheid van een volgehouden centraal streven bij de hoofdpersoon die je uiteindelijk opbreekt. 'Wat wil die Castorp toch?' vraag je je met toenemende ergernis af.' Die vraag lijkt mij niet relevant, het is van belang te achterhalen wat de schrijver, Thomas Mann, met zijn personage wil. Ik heb het idee dat Thomas Mann het verloop van de tijd probeert te beschrijven; in 'De Toverberg' tracht hij de crisis van het Westen voor de Eerste Wereldoorlog in beeld te brengen. De problematiek van Castorp is een middel om dat doel te bereiken.'
,,Ik heb zelf ook geprobeerd verschillende periodes te beschrijven. Onlangs zijn er vijf historische romans van mij in één band bijeengebracht: 'De Lezer'. In elk van die boeken beschrijf ik de heersende ideologie van een tijdperk, maar wel vanuit de ideologie van díe tijd, om zo te voorkomen dat per sonages worstelen met hedendaagse ideeën.'
,,Elke tijd moet zijn eigen middelen vinden om zin te geven aan het bestaan. Die middelen laat ik hun waarde. Ik probeer met de ogen van die tijd te kijken, met de hersenen van die tijd te denken. Het zijn dus echte historische romans, anders dan de meeste hedendaagse historische romans, die feitelijk pseudo-historische romans zijn, omdat de schrijvers ervan onze problematiek projecteren op een andere tijd. Waarom zou je dat doen? Schrijf dan een roman die zich in het heden afspeelt, zo'n verhaal heeft nu zin, wíj worstelen met die problematiek.'
,,In 'De Sater', het boek waarmee 'De Lezer' opent, heb ik iemand opgevoerd met seksuele problemen, hij wordt achtervolgd door de vloek van een god. Die god, Priapus, slaat hem met impotentie - destijds geloofde men er heilig in dat de goden directe invloed hadden op hun manier van leven. De oplossing voor 'De Sater' is dan ook dan hij een godheid dient te vinden die hem tot voorbeeld is, pas dan zal hij zijn vruchtbaarheid terugkrijgen. Zo'n direct ingrijpen van de goden in het dagelijks leven is voor ons bijna sciencefiction. Toch heeft een dergelijke ideologie de samenleving beheerst van 2000 voor Christus tot aan het begin van de jaartelling. En ook in onze tijd is de invloed van de Antieke wereld nog voelbaar, al was het maar omdat wij bijvoorbeeld nog steeds worstelen met de tweespalt tussen lichaam en ziel. We geven het christendom de schuld van die tweedeling, ten onrechte, de gedachte is namelijk van Plato. Maar om het christendom filosofische prestige te geven hebben de stichters ervan de Griekse wereldbeschouwing gebruikt.'
,,Nu kom ik bijna vanzelf uit bij de tweede roman uit 'De Lezer': 'De Zoon van de Panter'. Dat boek is een lezing van het evangelie. Als ik zeg: 'het evangelie' zit ik al fout. Er zijn tientallen evangelies, waarvan er vier canoniek zijn geworden en de rest apocrief wordt genoemd, die zijn dus niet geaccepteerd volgens de officiële leer. Ik wist dit ook niet allemaal, ik ben wel christelijk opgevoed, katholiek, maar er is mij veel kennis onthouden. Elk van mijn boeken is ook een onderzoek voor mijzelf, dit is wat Rosenboom documentatie noemt. Ik ga op zoek, probeer te ontdekken op welke gronden de vier evangelies aanvaard zijn en de andere verworpen.'
,,Het christendom was aanvankelijk absoluut geen eenheid maar een aantal sekten dat elkaar bestreed. De ene was joods gezind, de andere Perzisch, de volgende Grieks. De vier resterende evangelies zijn het resultaat van een machtstrijd, waarvan de resten zelfs binnen die evangelies nog zichtbaar zijn. De tegenstellingen trouwens ook, de evangelies staan er bol van. Het leek mij interessant om te tonen hoe je binnen de vier bijbelse evangelies de machtsstrijd nog kunt zien. Om die strijd tussen de verschillende opvattingen zichtbaar te maken, laat ik de twaalf apostelen afzonderlijk het verhaal van Jezus van Nazareth vertellen.'
,,Rosenboom noemt de Jezus-figuur uit het evangelie geen bruikbaar literair personage omdat hij te weinig strijd levert: ,,Er is domweg te weinig menselijk gedoe in de figuur van Jezus gegeven.' Dit lijkt me onzinnig. Alleen al de scène in Gethsémane, waar Jezus aan de Vader vraagt deze beker aan hem voorbij te laten gaan, lijkt mij een prima te romantiseren conflict met de Vader, die eist dat hij sterft. En dan die prachtige apotheose van het lijdensverhaal - ik zie zo een roman voor me. Maar om die dramatische strijd ging het me in 'De Zoon van de Panter' niet. Ik probeerde te laten zien hoe weinig historisch geloofwaardig materiaal je overhoudt als je de evangelies nauwkeurig leest.'
,,Ik heb mijn boeken gesitueerd op scheidslijnen van de geschiedenis, zodat je steeds een epoche ziet kantelen. De eerste roman uit 'De Lezer' gaat over de goden, de tweede over God, de derde over de beginnende mens. Deze roman, 'De Phoenix', speelt zich af in de Renaissance. Als hoofdpersoon heb ik misschien wel het grootste genie uit die periode genomen: Pico della Mirandola, een homo universalis, die er als een van de laatsten nog in slaagde alle beschikbare kennis uit zijn tijd tot zich te nemen. Pico had het idee dat je de ultieme waarheid alleen kon vinden door de Antieke kennis te verzoenen met de christelijke. Zijn leven stond in dienst van de zoektocht naar die synthese. Maar dan wordt zijn vriend vermoord en staat zijn bestaan plotseling op losse schroeven. Met al zijn kennis lukt het hem niet de moordenaar op te sporen, sterker nog, die speurtocht wordt zijn dood.'
,,Ook die dood is weer een ideologiekritiek: ik toon aan dat de synthese die Pico nastreefde ongeloofwaardig en tegenstrijdig is. Iets anders is, dat Pico aan het einde van het verhaal langzaamaan tot de ontdekking komt dat de mens zijn lot zelf in handen moet nemen, dat hij door zelf te denken te weten moet komen wat er in de wereld aan de hand is. Het einde van de Renaissance is een prelude op de Reformatie, toen is de mens ontstaan zoals wij hem kennen: de mens als de echte waarheid, die God verdrongen heeft uit het centrum van de beschaving.'
,,Die mens ontwikkelt zich in 'De Kameleon' - het vierde boek uit 'De Lezer' nog verder. Het decor van dat verhaal is de Franse revolutie, toen de adel en de clerus hun macht verloren om plaats te maken voor de hedendaagse democratische burger, die ook in onze tijd nog de centrale figuur in de samenleving is. Zo heeft elke roman uit 'De lezer' een personage dat typerend is voor zijn tijd, ja, mijn personages belichamen hun tijd. Alleen voor de Twintigste eeuw kon ik niet meer werken met één personage. In onze tijd is er geen eenheidsideologie meer, dus bestaat er ook niet meer één personage die een periode typeert. Daarom heb ik in 'Het laatste boek' - dat was overigens het eerste waarmee ik deze reeks begon - vijf personages genomen, die alle vijf te gronde gaan aan hun eigen ideologie.'
,,'De Lezer' zou je een historisch onderzoek via romans kunnen noemen. Nu kun je je afvragen waarom ik aan het romantiseren sla, en niet gewoon de feitelijke verhalen navertel. Het fijne van romans is dat ze behalve een ideologiekritiek ook een schelmenroman kunnen zijn, of meeslepende, erotisch getinte memoires, die staan of vallen bij een adequate stijl. Ik heb dan ook zeer bewust verschillende stijlen bestudeerd.'
,,Rosenboom schrijft in 'Aanvallend spel' uitvoerig over het documenteren. Maar het taalgebruik in zijn eigen historische romans is niet authentiek. Zo laat hij op een gegeven moment een noorderling het woord 'valavond' gebruiken. Als Zuid-Nederlander weet ik dat dat woord alleen bij ons gangbaar is. In Noord-Nederland is het nooit in zwang geweest, ook niet in de negentiende eeuw. Rosenboom heeft wat in Van Dale gebladerd en de woorden opgeschreven die hem archaïsch voorkwamen. Dat is een zeer onhandige manier om een stijl na te bootsen. Om een goed beeld te krijgen van de negentiende-eeuwse taal moet je negentiende-eeuwse romans lezen, en het liefst streekromans, want toen verschilde de taal nog sterk per streek.'
,,Elke roman uit 'De Lezer' is geschreven in een stijl die bij de periode past waarin het verhaal zich afspeelt. In 'De Sater' spreekt men aldoor in vergelijkingen, dat is ook het eerste wat opvalt als je romans uit die tijd leest. En die vergelijkingen passen bij de heersende ideologie: men geloofde in mythen, men vergeleek zich met de goden, men wilde zich met hen meten. Maar om een dergelijke stijlimitatie te waarderen, moet je wel wat gelezen hebben, anders begrijp je het spel niet. En wat is de plek om met deze literatuur kennis te maken? Juist, de school. Alleen daar kun je leerlingen kennis laten maken met verschillende periodes, met verschillende stijlen. Alleen door goede scholing kun je een elite kweken, die in staat is experimenten in de literatuur op waarde te schatten. Maar dan moet die scholing er wel zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.