*

 
dossier

Archief

Máxima koningin noemen is seksistisch

Anton van Hooff − 30/04/02, 00:00

Wat de Tweede Kamer en premier Kok betreft mag Máxima zich koningin noemen zodra Willem-Alexander tot koning gekroond wordt. Daarmee laten politici zien het negentiende-eeuwse seksisme nog niet ontgroeid te zijn. Claus zou dan ook koning moeten heten.

In de week waarin 'Srebrenica' de Nederlandse politiek van haar beste kant toonde, bewezen enkele volksvertegenwoordigers hoe potsierlijk staatskunde ook kan zijn. Met een vernuft een betere zaak waardig worstelen zij al maanden met de vraag of mevrouw M. Van Oranje-Zorreguieta nog eens koningin mag heten.

In deze schijnproblematiek was Kok nog de wijste partij door deze 'netelige' kwestie door te willen schuiven naar het volgende kabinet. Maar de parlementaire oranjeklanten willen van geen uitstel weten.

Het CDA wil een speciale koninginnewet; de PvdA, de partij die zich nota bene in haar beginselprogramma voor een gekozen staatshoofd uitspreekt, meende dat de zaak via een motie haar beslag moest krijgen. Want waarom mochten de gemalinnen van de Oranjevorsten zich in de negentiende eeuw wel koningin noemen, vraagt PvdA'er P. Rehwinkel zich verontwaardigd af. ,,Waarom zouden we daar anno 2002 van afwijken?''

Het is niet moeilijk deze schokkende onrechtvaardigheid te verklaren. Ons koningschap is het product van de postnapoleontische Restauratie. De Heilige Alliantie beschouwde monarchieën als de garantie voor stabiliteit. Daarom werden er bij de vleet Deense en Duitse prinsen op de Balkan gedropt. Het Koninkrijk der Nederlanden is eigenlijk ook zo'n Balkanmonarchie. Het dankt zijn bestaan louter en alleen aan de wens van het Verenigd Koninkrijk om ten noorden van Frankrijk een sterke staat te creëren.

De vorsten van die negentiende-eeuwse neomonarchieën waren in principe mannen. Hun gemalinnen waren slechts decoratie. Politiek deden ze er niet toe, dus konden ze zonder enig probleem koningin heten. Maar wat te doen bij ontstentenis van een mannelijke troonopvolger? Dat probleem deed zich in 1837 voor bij Victoria. De Duitse prins die als verwekker van koninklijk broed vanuit Duitsland werd geïmporteerd, mocht niet denken macht te hebben. Daarom werd Albert van Saksen-Coburg in 1840 slechts 'prince consort'. Hem koning te noemen zou misvattingen bij het publiek en hemzelf wekken.

Zoals in zoveel andere opzichten spiegelde de Nederlandse monarchie zich aan de Engelse toen zij met hetzelfde probleem werd geconfronteerd. Toen namelijk met de dood van Willem III het huis van Oranje voor de tweede keer (na 1702) was uitgestorven, werd de wet fluks verzet om Wilhelmina tot troonopvolger te verklaren. Ook haar man moest zijn plaats weten. Vandaar dat uit politiek-seksistische overwegingen de prins-gemaal zijn intrede in Nederland deed.

Staatsrechtelijk is hiermee een zuivere situatie ontstaan: er is maar één erfelijk staatshoofd met de titel koning. De grondwet kent ook geen koningin. Het zou daarom correct zijn Beatrix aan te spreken met 'mevrouw de koning', zoals we tegenwoordig ook spreken van 'mevrouw de voorzitter' en 'mevrouw de directeur'.

Als het Rehwinkel en consorten werkelijk te doen is om meer dan onwaardige romantiek, moeten zij pleiten voor gelijke titulatuur voor beide leden van een koningspaar. Hun voorstel zou nog enige principiële geloofwaardigheid krijgen als het zou luiden: vanaf vandaag spreken we van koning Claus I. Het feit dat er pas bij een schattig vorstenvrouwtje wordt gedacht aan verandering van de betiteling, bewijst dat veel parlementsleden het negentiende-eeuwse seksisme nog niet ontwassen zijn.

Maar waar praten we eigenlijk over? Is ons parlement een middeleeuwse universiteit waar theologen zich het hoofd braken over de vragen hoeveel engelen op de punt van een naald konden zitten? De postmoderne scholastiek van onze parlementaire orangisten verdient geen serieus debat. Een farce kan alleen met komische middelen worden geneutraliseerd. Anders dan academische titulatuur is koning(in) geen wettelijk beschermd predikaat. Als mevrouw M. van Oranje Nassau-Zorreguieta van het parlement de titel koningin mag voeren, dan kunnen we ons voortaan allemaal koning noemen. Het is even wennen, maar de aanspreking 'mijnheer' of 'mevrouw' die vroeger was voorbehouden aan de deftige stand, is ook geprolifereerd. Zo wordt toch nog de democratische gelijkheid bewerkstelligd. Nederland heeft voortaan geen burgers, maar 16 miljoen koning(inn)en?

mailIcon print |