*

 
dossier

Archief

Politieke dans rond de ECB-top

Lex Oomkes − 20/04/02, 00:00

Als zelfs de benoeming van een vice-president van de Europese Centrale Bank niet uit de politieke sfeer te houden valt, hoe moet het dan volgend jaar als gezocht wordt naar een opvolger van Wim Duisenberg?

Vorig weekeinde kreeg de Belgische minister van financiën Reynders last van zijn nationalistische zenuw toen hij meende aanspraak te kunnen maken op een Belgische zetel in het hoogste orgaan van de ECB. Reynders toonde zich daarbij verbolgen over de Nederlandse opstelling. Collega Zalm had hem moeten steunen, want de Benelux-landen zouden er goed aan doen gezamenlijk op te trekken. De Belg meent dat er een evident belang mee gediend is dat de Benelux afwisselend door één van de drie landen is vertegenwoordigd in de ECB-top.

Daarvoor schoof Reynders, zeker in Nederlandse ogen, nu net de verkeerde kandidaat naar voren. Paul de Grauwe, een econoom zonder enige ervaring bij een centrale bank. Hij staat, net als Reynders, bekend als een pleitbezorger van een actieve rol van de centrale bank in de economie. Een centrale bank kan met het rente-instrument als wapen een economie stimuleren en zou daarvan gebruik moeten maken, ook als daarmee de eigenlijke opdracht van de ECB -inflatiebestrijding- tijdelijk uit het zicht verdwijnt.

Om die reden is het maar goed dat Reynders geen bijval kreeg. Een actieve rol zou de centrale bank in de invloedssfeer van de politiek brengen en daar zitten aanhangers van het Duitse model van een centrale bank terecht niet op te wachten. De waarschuwing dat een politicus zover mogelijk van de bankbiljettenpers weg moet blijven, kan niet vaak genoeg klinken.

Het belang dat Reynders toedicht aan een Benelux-zetel in de banktop toont nog maar eens aan dat de euro dan wel onze eenheidsmunt is, maar dat daarmee politiek nationalisme nog niet uit de Europese Unie is verdwenen. Vorige maand opperde Duisenberg nog de mogelijkheid het bestuur van de ECB helemaal te ontkoppelen van de individuele eurolanden.

Het systeem van centrale banken in de Verenigde Staten is daarbij zijn voorbeeld. De elf Amerikaanse staten die een vertegenwoordiger hebben in de Fed, wisselen elkaar af. Om louter historische redenen bezet alleen de staat New York permanent een zetel. De andere rouleren. Iets dergelijks zou Duisenberg ook willen, zodra, door de uitbreiding van de EU in oostelijke richting en het toetreden van die landen tot de eurozone, het principe van één bestuurszetel per land tot onbeheersbare toestanden leidt.

Hoezeer Duisenberg ook buiten de politieke werkelijkheid moge staan -landen als Duitsland en Frankrijk zullen nooit accepteren dat zij tijdelijk geen zetel hebben- gelet op de opdracht van de bank heeft hij volkomen gelijk.

Ook Reynders heeft echter gelijk als je kijkt naar wat volgens hem zo'n bank zou moeten doen. Als de centrale bank meer dient in te grijpen in de economie, dan is het als nationale staat maar beter daar bovenop te zitten. Ingrijpen kan immers voor het ene euroland geboden zijn, terwijl dat rechtstreeks ingaat tegen de belangen van het andere land.

De Wall Street Journal vond het in een commentaar een verademing dat Reynders 'de tirannie van de consensus' trachtte te doorbreken. Overigens constateert de krant in hetzelfde stuk dat het maar gelukkig is dat de actie verder geen succes had. Dat laatste is beter te volgen dan het eerste.

mailIcon print |