Het idee dat het Amerikaans recht door God is gegeven, maakt de Verenigde Staten arrogant. Bush trekt zich alleen iets aan van moraal wanneer het uitkomt. Amerikanen hoeven niet voor het Internationaal Strafhof, frauderende ondernemers komen weg met een berisping.
Dat de Verenigde Staten van Amerika geen onafhankelijke rechtspraak kennen, was sinds de verkiezing van George W. Bush al duidelijk. Onlangs is het nog eens bevestigd. Toen een federale rechter uitsprak dat de woorden 'under God' uit de belofte van trouw in strijd waren met de grondwettelijk geregelde scheiding tussen kerk en staat, schoot dat bij veel senatoren in het verkeerde keelgat.
Eén senator riep: 'wij zullen dit niet vergeten'. Met andere woorden: verdere promotie kan deze rechter vergeten. De checks and balances, ooit bedacht om te voorkomen dat, uitgaande van de scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, de ene macht de andere zou overheersen, kunnen kennelijk niet verhinderen dat wetgevers zich in individuele gevallen met de rechtspraak bemoeien.
De reacties op de uitspraak van de federale rechtbank over de belofte van trouw laten zien op welke grondslagen de publieke en politieke moraal van de Verenigde Staten rusten. De basis is gelegd in de tijd van de Pilgrim Fathers, fundamentalistische calvinisten die Europa ontvluchtten en een eigen, nieuwe staat begonnen. Vanaf het begin stond God centraal in het politieke denken, dat zich heeft ontwikkeld tot een republikeins, fundamentalistisch-protestantisme. En ook vandaag schudt God's own country op zijn grondvesten wanneer er een symbool van de eenheid en morele grondslag van het land in het geding is.
Aan de politieke moraal en het recht zoals die zich in Amerika hebben gevormd zit een donkere kant, die zichtbaar wordt in zowel het internationale optreden van de VS als in de Amerikaanse samenleving en politieke besluitvorming: morele arrogantie, hypocrisie, belangenverstrengeling tussen politiek en machtige lobby's en uitsluiting van niet-succesrijke mensen.
Volgens president Bush heeft Amerika behoefte aan rechters 'die begrijpen dat onze rechten door God gegeven zijn'. Bush zal er voor zorgen dat de rechters die tijdens zijn presidentschap worden benoemd, the pledge in zijn huidige bewoordingen ondersteunen, zo heeft hij aangekondigd. Hoewel in de grondwet verankerd, heeft de scheiding tussen kerk en staat voor Bush kennelijk geen betekenis.
De politieke moraal is in de visie van politici als Bush gebaseerd op de wil van God. Onder die ene God vormen de Verenigde Staten één natie en het recht van de Verenigde Staten is dan ook afkomstig van God. De morele arrogantie waarmee de VS zich momenteel gedragen komt voort uit die overtuiging. Omdat het Amerikaans recht een goddelijke herkomst heeft, is kritiek daarop ongepast en kunnen de Verenigde Staten niet anders dan handelen volgens het hun door God gegeven recht. Ieder die daarbij wil aansluiten is welkom, critici worden genegeerd - of erger. Het is fundamentalisme in optima forma.
De Amerikaanse reactie op het Internationale Strafhof is een voorbeeld van dit morele superioriteitsgedrag. Amerikaanse soldaten die zich inzetten voor de vrede, onder de Amerikaanse vlag en dus in opdracht van God zelf, kunnen en mogen nergens anders berecht worden dan in Amerika. Andere staten hebben ongetwijfeld politieke bijbedoelingen wanneer zij een Amerikaanse soldaat zouden aanklagen voor een internationaal tribunaal.
Dat de Verenigde Staten zichzelf sinds de aanvallen op Afghanistan bedienen van een politiek gemotiveerd recht, wordt gemakshalve vergeten. In de naam van God worden de rechten van volgelingen van Allah zodanig aangepast, dat rechtvaardigheid naar Amerikaans model kan geschieden. Internationaal recht zal Amerikaans zijn of het zal niet zijn.
Wanneer echter in korte tijd een aantal grote Amerikaanse bedrijven (bijna) tenonder gaat aan bedrog, daarbij miljoenen mensen berovend van hun inkomen en oudedagsvoorziening, is er van morele verontwaardiging op Capitol Hill en in het Witte Huis geen sprake. Welliswaar kondigde president Bush enkele strenge maatregelen aan tegen frauderende ondernemers. Zijn toespraak had mede tot doel om de integriteit van Corporate America te versterken. Ook stelde hij voor om door fraude verworven winsten van top-managers af te nemen en te verdelen onder gedupeerde werknemers.
Toch hebben zijn plannen vooral een plat-economische achtergrond: het consumentenvertrouwen in het Amerikaanse ondernemerschap en de beurswaarde van vele bedrijven staan op het spel. Bovendien begon de economische groei onder de aanhoudende schandalen te lijden. Dan is snelle actie geboden. Zoals een criticus opmerkte: 'Deze toespraak bevatte strenge taal, maar was niet bedoeld om vijanden op Wall Street te maken'.
Het grote bedrog als zodanig wordt niet als een morele kwestie beschouwd. Het enige dat telt, is succes. Hoe dat wordt bereikt, is van minder belang. Dat door het graaigedrag van grote ondernemers de belangen van miljoenen geschaad worden, is jammer. Dat zijn dan de verliezers en die tellen in Amerika sowieso niet mee. Want ook dat is een deel van de publieke moraal in de Verenigde Staten: succes is een morele kwalificatie. Al lang wordt in een burgerlijk-protestantse moraal succes beschouwd als goddelijke goedkeuring. De keerzijde is dat wie niet succesvol is, kennelijk niet deugt. Overigens is succes niet verzekerd, maar succes verzekert wel, van macht en invloed.
Politici zijn afhankelijk van allerlei belangenbehartigers die hun campagnes financieren en zo politieke invloed kopen. Het zijn de belangen van organisaties en bedrijven die succesvol zijn. De morele kwalificatie die succes heeft, maakt het gerechtvaardigd om dergelijke belangen te bedienen. Andersom kan ook: met behulp van politieke invloed kan succes bevorderd worden.
Dat politici in relatieve onafhankelijkheid van dergelijke belangen een afweging moeten kunnen maken en een oordeel geven, is een notie die in de Verenigde Staten niet lijkt te bestaan.
Op politiek-moreel vlak zijn de Verenigde Staten dan ook reeds lang afgegleden naar het niveau van de gemiddelde bananenrepubliek.
Het is niet voor niets dat bij verkiezingen in Amerika de opkomst over het algemeen tussen de 30 en 40 procent schommelt. De politieke elite heeft zich definitief afgekeerd van de niet-succesrijken in de samenleving. Voor hen heeft stemmen dan ook geen enkele zin, want beleid en politiek komen hun niet ten goede.
Het is een bizarre paradox van een recht met een verondersteld goddelijke oorsprong: dat recht is niet bestemd voor hen die bescherming nodig hebben tegen degenen die in staat zijn om het recht naar hun hand te zetten. Een banaan is net zo krom als dit recht.
Dr. J.C. Hordijk is politicoloog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.