*

 
dossier

Archief

Onder het Hulshorster zand wachten vervaarlijke kaken

Monique de Heer − 20/04/02, 00:00

Om bij het beginpunt van deze 9km lange wandeling te komen, nemen automobilisten in Harderwijk bij industrieterrein 'Frankrijk', de Zuiderzeestraatweg naar Hierden. In Hierden bij de rotonde rechts de Molenweg in, bij de kruising rechtdoor en daarna de borden naar het restaurant volgen. Het restaurant is niet meer per openbaar vervoer bereikbaar helaas.

De informatie van het VVV-kantoor op dit noordelijke stuk van de Veluwe is overweldigend. Hier kun je ballonvaarten maken, paardrijden, laserschieten, braderieën bezoeken, schapen scheren, in huifkarren rondrijden, enz. enz. Maar wij hebben op de kaart een plek zien staan die 'Stille Eenzaamheid' heet, en dat klinkt zo aantrekkelijk. We willen erheen via een route over het Hulshorsterzand.

De wandeling begint op het terras van café-restaurant 't Hof van Hulshorst en vandaar steken we via een viaduct de A28 over. Na 750 meter is er een parkeerplaats met een informatiebord waar een aantal uitgezette wandelingen beginnen. De bruine wandeling ziet er goed uit.

Na vijftig meter gaan we links het bos in. Het bordje is moeilijk te zien. En een minuut of tien later staan we op een mooi stuk hei. Het pad slingert verder langs de bosrand. Helaas is daar het geraas van de A28 nog te horen en daar kwamen we niet voor. Via een watertje komen we bij een uitkijkpunt dat een blik biedt op wat komen gaat: een enorme zandvlakte die zich vredig uitstrekt. Maar dat klopt niet. Onderaan het uitzichtpunt heeft een onbekende kunstenaar uit een dode boom een enorm insect gehouwen. Het moet de Myrmeleon formicarius zijn, oftewel de mierenleeuw. De zandvlakte is het gebied waar dit dier zijn valkuilen graaft. De larven leven ondergronds en graven kegelvormige kuiltjes uit. Daar wachten ze de passerende mieren af. Als er een mier langsloopt, vallen er per ongeluk zandkorreltjes in de valkuil. Dat is het teken voor de larve om zandkorrels naar buiten te slingeren richting prooi. De aldus beschoten mier glijdt het valkuiltje in en wordt daar gegrepen door de vervaarlijke kaken. Het beeld van de onbekende kunstenaar maakt duidelijk dat dat niet best is. Als de larven genoeg mieren hebben gegeten en goed vet zijn, graven ze zich verder in. Ze verpoppen en komen weer tevoorschijn als een libelle-achtig insect.

Het lijkt zich allemaal in heel kleine kuiltjes af te spelen of is het het verkeerde jaargetijde? Naar ons worden in ieder geval geen zandkorrels gegooid.

Zwaar lopen is het wel door het mulle zand. Met slecht weer zijn laarzen hier aanbevolen en in de zomer is een pet niet overbodig. Het zand stuift zo dat van sommige bomen alleen de kruin nog boven het zand uitsteekt. Zo worden heuveltjes gevormd van tegen bomen aangewaaid zand.

Het Hulshorster zand was het tweede gebied dat de Stichting Natuurmonumenten ooit aankocht. Grote delen worden bewust open gehouden, zodat het zand 'actief' blijft en kan stuiven. Er is discussie gaande of het bos tussen naastgelegen stuifzand, het Beekhorster zand en het Hulshorster zand gekapt moet worden zodat een nog groter gebied ontstaat.

De route buigt af richting weg over een hoge zandheuvel en voert dan een flink stuk door een koeler dennenbos. Het bos hier werd in 1910 aangelegd om het Hulshorsterzand in twee delen te verdelen en het verstuiven zo tegen te gaan. Voor die tijd werden huizen en landbouwgrond in de omgeving regelmatig onder een laag zand bedolven.

We steken dwars over de hei en richting het Leuvenhorster bos, waar meer loofbomen staan. Na dit fraaie bospad gaan we bij het volgende bruine pijltje rechts naar de Hulshorster hei. Even lijkt het of dit bijna het eind van de wandeling is, maar dat is bedrog. We staan op een ander stuk hei en het Hulshorster zand is nog een stuk verder. De wandeling voert dan langs de 'Ringberg' en de 'Tafelberg', waar ooit twee forten stonden die volledig zijn ondergestoven door het zand en daarna begroeid zijn met bomen.

De terugweg voert even langs de Leuvenemse Beek. Hier komt ieder jaar een wintergast aan: de waterspreeuw. Voor de 'Stille Eenzaamheid' zouden we hier het bos in moeten gaan, en ver ook. Maar ach, was 'de weg' niet belangrijker dan het doel? Op het terras van 't Hof van Hulshorst is het uiterst goed toeven, maar de uitspanning is voorlopig alleen in het weekend na 12 uur open. In de vakanties gelden ruimere openingstijden. Er is een oude treinwagon waar kinderen in mogen klimmen en een klein dierenparkje.

Een klein stukje verder langs de spoorweg staat het oude stationnetje van Hulshorst. Het buurtschap is al heel oud. De naam Hulshorst komt al voor op een belastingrol uit de veertiende eeuw. Het oude stationnetje staat er nog maar een trein stopt hier allang niet meer.

Gerrit Achterberg dichtte over Hulshorst:

Hulshorst, als vergeten

ijzer

is uw naam, binnen de

dennen

en de bittere coniferen,

roest uw station;

waar de spoortrein naar het

noorden

met een godverlaten knars

stilhoudt, niemand uitlaat,

o minuten

dat ik hoor het weinig

waaien

als een oeroude legende

uit uw bossen: barse bende

rovers, rans en ruw

uit het witte veluwhart

Iemand heeft het oude stationnetje gekocht en woont er nu. Slim iemand.

mailIcon print |