*

 
dossier

Archief

Nabloes is in 15 dagen veranderd in een woestenij

Jetteke van Wijk − 20/04/02, 00:00

NABLOES - Bij de Alewi-bakkerij in de Faisalstraat in Nabloes staan tientallen Palestijnen gepropt in de deuropening. Het straatverbod is nog steeds van kracht, maar de tanks staan ver weg en de geur van vers brood oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. De bakker heeft voor de tweede keer sinds de inval toestemming gekregen pitta's te bakken. Per klant staat de limiet op drie kilo brood, ongeacht de gezinsgrootte. In totaal bakte hij een ton.

De bakkerij staat schuin tegenover het regeringscentrum van de Palestijnse Autoriteit. De gebouwencluster, ooit het symbool van verrijzend Palestina, is verworden tot een ruïne vol kogelgaten en raketinslagen.

De levensgrote beeltenis van Arafat is, op de linkerhoek van zijn hoofdtooi na, van de muur gesloopt. De Palestijnse vierkleur boven de toegangspoort is met tankgranaten weggeschoten. Alleen een stenen adelaar houdt met een geknakte vleugel nog stand in het gruis.

Vijftien dagen herbezetting hebben Nabloes veranderd in een woestenij. Zware tanks verpulverden het wegennet tot een zandbak vol kuilen, gaten, greppels en obstakels. De weinige auto's passeren in stofwolken.

Hét slagveld bevindt zich in de Kasba, het oude stadscentrum. De ooit pittoreske marktnisjes gaan verscholen achter verwrongen stalen luiken en brokken puin. Waar vroeger de geur van verse kardemomkoffie hing, walmt nu brandend afval en door slagers in de as gesmeten stukken rottend vlees. Gemeentewerkers op ladders proberen de elektriciteitsdraden te herstellen.

Zo'n zeventig inwoners van Nabloes kwamen om bij de gevechten in de Kasba voordat de strijders zich overgaven. Tweehonderd raakten gewond. In stegen liggen nog steeds de stenen obstakels en vuilnistrucks die gebruikt werden om de tanks te stuiten. Door Israël verloren onderdelen van pantserwagens liggen her en der tussen de brokstukken verspreid.

In het midden van de Kasba ligt nog een damestas in wat ooit een huis is geweest. Op de voordeur heeft iemand met spuitbus een davidsster gespoten, met daaronder in het Arabisch 'Ya Kalb' (honden). De huiskamer van de buurvrouw is door de explosie volledig uit het lood geslagen. De ijzeren luiken zijn verfrommeld, de kledingkasten leunen scheef en de wasmachine is verwoest. ,,We willen de Kasba wel restaureren'', legt een elektricien uit, ,,maar wie garandeert ons dat volgende maand het leger niet weer even huis komt houden?''

Maar op straat vinden de kinderen nog vermaak in de situatie. Refererend aan de Egyptische hoofdstad waar gebouwen regelmatig heten in te storten door met zand aangelengd cement, krijgt iedere bezoeker een ,,Welkom in Cairo!'' toegeroepen. Een groepje jongens speelt toergidsje. Met weidse gebaren wijzen ze op het puin: ,,Bezoek onze stad! Alles made in Israël!''

mailIcon print |