*

 
dossier

Archief

Langs het pad lag een doodgevroren Afghaan

Gert Jan Rohmensen − 18/03/02, 00:00

Jarenlang waren toeristen niet echt welkom in Afghanistan. Maar de Taliban waren nog niet weg, of de eerste toerist diende zich aan. Die voelde zich wél welkom: ,,De Afghanen zijn bijzonder gastvrij''.

,,Iedereen zei dat het ondoenlijk was. De bergen zouden te hoog zijn, er zou te veel sneeuw liggen en wolven zouden me te grazen nemen. Maar uit een oud dagboek wist ik dat het mogelijk moest zijn.''

Rory Stewart ziet er vermoeid uit bij zijn terugkeer in de Afghaanse hoofdstad. De 29-jarige Schot met vlasbaardje en pakol, het traditionele Afghaanse ronde hoofddeksel, heeft een gevaarlijk avontuur achter de rug. Hij liep in ruim zeven weken dwars door Afghanistan, van de westelijke stad Herat naar Kaboel, zo'n negenhonderd kilometer.

Tot twee jaar geleden bouwde de in Oxford opgeleide diplomatenzoon aan een veelbelovende diplomatieke carrière. Maar toen hij twee posten achter de rug had -Jakarta en Montenegro- had hij er genoeg van. De Schot besloot zijn grootste passie uit te leven: wandelen. De afgelopen twee jaar doorkruiste hij Iran, Pakistan, India en Nepal al te voet. Zijn droom om ook Afghanistan te doorkruisen viel echter in duigen, doordat de Taliban dat vorig jaar weigerden.

Na de val van de Taliban reisde Stewart in januari via Kaboel naar Herat, vastbesloten in de voetsporen te treden van de eerste Mogolheerser Babur. ,,Het idee had ik uit zijn dagboek van vijfhonderd jaar geleden. Babur verhaalde van een voetreis tussen Herat en Kaboel. Daardoor wist ik dat het kon.''

Stewart liep van dorp naar dorp, door valleien en over besneeuwde bergpassen tot 3700 meter. Onderweg leerde hij genoeg van de lokale taal Dari om zich te redden. Hij overnachtte bij lokale landheren of dorpsoudsten, die de vreemde buitenlander met ongeloof verwelkomden. ,,Afghanen zijn bijzonder gastvrij'', zegt Stewart. ,,Vaak liepen mensen met me mee tot het volgende dorp, ook al moesten ze dan door een meter hoge sneeuw. Af en toe vertelden mensen ook over vendetta's met andere dorpen. Ze zeiden dat ze sommige paden al twintig jaar niet hadden gelopen.''

In een dorp hoorde Stewart een verhaal over een dokter die een man met bevriezingsverschijnselen had geopereerd. ,,Dat was kort voordat ik een sneeuwhelling moest beklimmen en al wist dat er de volgende veertig kilometer geen dorpen lagen. Na twaalf kilometer zag ik een lichaam langs het pad. Het was een Afghaan die doodgevroren was. Uiteindelijk heb ik het gered, maar dat was geen erg bemoedigend teken'', zegt Stewart droogjes.

Echt in levensgevaar is de Schot niet geweest, maar risicoloos was de tocht bepaald niet. ,,Overal waar ik kwam waarschuwden de mensen me voor landmijnen en andere niet-ontplofte munitie. Zij wisten precies waar het lag.'' Om zo min mogelijk aandacht op zich te vestigen droeg Stewart Afghaanse kleren, maar dat hielp niet altijd. ,,Vooral ten westen van Kaboel wonen veel Pasjtoenen die sympathiseerden met de Taliban. Zij waren erg vijandig, maar daar heb ik me uit weten te redden door te zeggen dat ik Indonesiër was. Dat geloofden ze.''

Hij lacht: ,,Het enige probleem dat ik had was met een hond. Ze is me de hele weg gevolgd tot aan de Vallei van Bamiyan. Toen kon ze niet meer en heb ik haar met een vrachtwagen mee laten rijden naar Kaboel. Nu moet ik haar nog terug naar Herat zien te krijgen.''

,,Als het veiligheidprobleem in Afghanistan eenmaal is opgelost, zijn er voor toeristen de meest prachtige dingen te zien'', blikt Stewart terug. Hij vliegt deze week terug naar Londen, waarna hij doorreist naar zijn ouders in Schotland. Te voet.

mailIcon print |