*

 
dossier

Archief

'Opheffen suikerbeleid helpt arme boeren niet'

redactie economie − 30/11/02, 00:00

DEN HAAG - Na de wereldwijde koffiehandel is nu de beurt aan het suikerbeleid in Europa om aan de kaak te worden gesteld, vinden ontwikkelingsorganisaties. Een van de grootste onder hen, de koepel Oxfam waarvan de Nederlandse Novib lid is, bracht onlangs een notitie uit waarin wordt gesteld dat het EU-beleid de ontwikkelingslanden ernstig dupeert.

Ter bescherming van de eigen boeren blokkeert Europa de export van goedkope rietsuiker uit de arme regio's via stevige tariefmuren. Suikerboeren uit die regio's wordt zodoende een inkomen en dus ontwikkeling onthouden, zegt Oxfam. ,,Het effect is desastreus'', vindt de organisatie. Bovendien is ook de westerse consument de dupe. Hij betaalt immers door het beleid van zijn eigen politieke leiders twee maal zoveel voor een pak suiker als nodig is. Tijd voor verandering, vindt Oxfam

Boerenleider Gerard Doornbos noemt deze opstelling van Oxfam ,,tendentieus''. Hij is laaiend op de ontwikkelingsorganisaties omdat ze ,,maar wat roepen over zaken waarin zij zich nauwelijks hebben verdiept''. En omdat de politici ook niet bereid of in staat zijn om daaraan tegenwicht te bieden, doet de boerenorganisatie LTO Nederland het zelf maar.

Als de hulporganisaties zich goed hadden geïnformeerd hadden ze, volgens Doornbos, ontdekt dat het EU-suikerbeleid zo gek nog niet is. In de notitie 'Mythe en realiteit van het Europese suikerbeleid' zegt de zojuist herkozen LTO-voorzitter dat een wereldmarkt voor suiker niet bestaat. Bijna alle grote suikerproducerende landen kennen suikerregelingen als invoertarieven, productiequota of exportsubsidies. Reden hiervoor is het tegengaan van prijsschommelingen waardoor er een stabiele stroom is verzekerd van het basisproduct suiker. Bovendien geeft het de boeren een zeker inkomen. Daarnaast is het voor sommige ontwikkelingslanden hun belangrijkste exportproduct. Regulering van de suikermarkt is een politieke keuze. Landen willen niet afhankelijk worden van de grillige wereldmarkt, aldus LTO.

Houdt het EU-landbouwbeleid geen rekening met de ontwikkelingslanden? De EU is verreweg de grootste importeur van landbouwproducten uit de ontwikkelingslanden, antwoordt LTO. Met een jaarlijks bedrag van 35 miljard euro zijn de Europese importen groter dan die van de VS, Japan, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland tezamen. Als het om suiker gaat mogen producenten uit Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan hun suiker exporteren naar de EU tegen de hoge EU-garantieprijzen. Het gaat daarbij om 1,3 miljoen ton suiker, dat is ruim 10 procent van de Europese consumptie. Die invoermogelijkheden worden voor de armste landen vanaf 2006 uitgebreid.

Het opgeven van het EU-suikerregime is niet in het voordeel van de kleine boeren in het zuiden, zegt Doornbos. Het zijn de grootgrondbezitters in Brazilië, de grote boeren in Australië en de suikerhandel in Thailand die profiteren. Bovendien pikken grote suikergebruikers als Coca-Cola een graantje mee. Naast de kleine boeren in ontwikkelingslanden is Doornbos' eigen achterban bij liberalisering de klos. Zij kunnen niet op tegen de grote en goedkope suikerproducenten in Brazilië en Australië. ,,Daarbij gaat het wel om 300000 suikerbietentelers en 160000 werknemers in de Europese suikerindustrie'', aldus de boerenvoorman. ,,Wij boeren zijn bereid om offers te brengen voor ontwikkeling van onze collega's in de arme regio's. Het opheffen van het Europese suikerbeleid draagt aan ontwikkeling echter niets bij.''

mailIcon print |