*

 
dossier

Archief

...gingen de Winterspelen in Nederland niet door

Hans Masselink − 04/02/02, 00:00

Het kwam er in 1928 uiteindelijk niet van. Nederland, dat was aangewezen voor de Olympische Spelen, zou volgens de regels ook de tweede Olympische Winterspelen moeten organiseren. Voor de ski-nummers zou worden uitgeweken naar Zwitserland, de andere onderdelen, schaatsen, ijshockey en kunst rijden zouden best in eigen land kunnen worden gehouden, was de gedachte in kringen van het NOC, het Nederlands Olympisch Comité.

Alleen het weer zou wel eens kunnen tegenwerken. Uiteindelijk overwon het verstand en werd besloten van de gebruiken af te wijken. De twee Zwitserse skioorden Davos en St. Moritz waren toch geschikter, onderling moesten de hotelhouders maar uitvechten wie de eervolle spelen zou binnenhalen. Het werd uiteindelijk St. Moritz. Een goede zet, in Nederland was geen enkele wintersport te bedrijven op dat moment, de temperaturen waren ten tijde van de spelen ruim boven de tien graden.

Vier jaar eerder, in 1924, had het Franse Chamonix de primeur van een 'Olympische wintersportweek van de achtste Olympische Spelen', voorafgaand aan de officiële zomerspelen in Parijs. Twee jaar later werd deze sport week officieel als olympisch erkend. Nederland had niet meegedaan aan deze spelen, de schaatsers hadden in die tijd een bedroevend laag niveau en de Sjoukje Dijkstra's met hun dubbele sprongen waren nog niet geboren.

Tot voor die tijd waren wintersporten nog onderdeel van de zomerspelen die voor het eerst in 1896 in Athene werden gehouden. Het hardrijden op de schaats was nog niet erkend als olympische sport, maar het kunstrijden en ijshockey wel. In 1908 waren de kunst rijders Ulrich Salchow uit Zweden en Madge Syers-Cave uit Engeland de eerste olympische wintersportmedaillewinnaars. En in 1920 bleek in Antwerpen het ijshockey in het Winterpaleis een groot succes. Ook de skisport was in die tijd in opkomst, reden genoeg om hardop te gaan denken over het houden van winterspelen.

De wintersportlanden Noorwegen en Zweden voelden er eigenlijk niets voor en lagen dwars. Sinds 1901 hield Zweden immers al om de vier jaar Noordse Spelen en Noorwegen had zijn eigen Holmenkollenwedstrijden. Ondanks de tegenstand kwamen er toch in 1924 die eerste winterspelen in Chamonix: 294 atleten uit 16 landen namen deel aan 14 evenementen. Vier jaar later waren in St. Moritz al bijna tweemaal zoveel deelnemers aanwezig.

Chamonix is ook bekend van de telfout die vijftig jaar later werd ontdekt. Bij het skischansspringen werd de Noor Thorleif Haug derde en de Amerikaan Anders Haugen vierde. Vijftig jaar later sloeg een andere deelnemer op zijn oude dag nog eens aan het rekenen en ontdekte tot zijn stomme verbazing dat de puntenberekening van destijds niet klopte. Anders Haugen had eigenlijk de bronzen medaille moeten hebben. Thorleif Haug was al in 1934 overleden, maar Haugen, inmiddels 86, leefde nog. Met instemming van het Internationaal Olympisch Comité werd hem op 11 september 1974 alsnog de bronzen medaille uitgereikt.

Was Nederland in 1924 nog niet rijp als deelnemer voor de Winterspelen, in 1928 gingen er zeven sporters naar St. Moritz (nu bij de komende Winterspelen die deze week beginnen zijn het er dertig). Jonge schaatsers waren geronseld om het op te nemen tegen de groten der aarde, zoals de Fin Clas Thunberg. De Nederlander Siem Heiden wist zelfs een elfde plaats op de 5 000 meter te bereiken, eentje voor die beroemde Thunberg. De 10 000 meter was Heidens sterkste afstand, maar die heeft hij niet kunnen rijden. Die middag kwam de gevreesde warme föhn-wind opzetten. Na vier ritten was het ijs boterzacht en te nat om te kunnen rijden, met als gevolg dat op deze spelen de tien kilometer geen winnaar kreeg.

De aanwezige Nederlanders gingen in St. Moritz volledig uit de bol, onder leiding van de belangrijkste toeschouwer, prinsgemaal Hendrik, die direct na de tien kilometer een afternoontea hield. Hendrik hield ervan moppen te vertellen. Naarmate het uur en de drank vorderden werden ze steeds schunniger. Bij de avondwandeling trof schaatser Heiden de prins in kennelijke staat aan in de sneeuw. Hulp werd gehaald en Hen drik werd afgevoerd met een arrenslee.

Op de volgende winterspelen van 1932, in het Amerikaanse Lake Placid, waren opnieuw geen Nederlanders aanwezig. Reden: de nieuwe regeling voor het wedstrijdschaatsen. Er zou niet meer paarsgewijs, ieder in zijn eigen baan worden gereden, maar het zou voortaan via afvalraces verlopen, met een massastart in de series, de halve finales en de finales. Niet de techniek, maar de sprint en het trek- duw- en ellebogenwerk zouden bepalend zijn. Nederland weigerde aan een dergelijk systeem mee te werken, dit tot ongenoegen van Siem Heiden die zich de hele zomer op zijn rolschaatsen op de spelen had voorbereid.

Bij de volgende winterspelen in het Duitse Garmisch-Partenkirchen (1936) werd weer volgens de Europese regels geschaatst. Reichskanzler Adolf Hitler verrichtte de opening. Overal hingen de vlaggen met hakenkruizen. De dreiging van het naderend onheil was voelbaar. Op last van het IOC moesten de bordjes 'Verboden voor Joden' worden verwijderd voordat deze spelen konden worden gehouden. Voor de Nederlandse ploeg, vijf schaatsers, twee bobsleeërs en een skister speelde de politiek op dat moment geen rol. Ze waren zelfs overdonderd door het luide Sieg Heil van de 90 000 toeschouwers.

Een opvallende verschijning in de Nederlandse ploeg was de skister Gratia van Schimmelpenninck van der Oye, die internationaal gezien een hoog niveau had weten te bereiken. Op haar houten ski's, skischoenen met clubkousen, plusfour voor de afdaling of korte rokje voor de slalom en haar zelfgebreide rood-wit-blauwe truitje stoof zij soms met tachtig kilometer per uur de berg af. Ze werd gevreesd door haar tegenstanders. Dit was wellicht ook de reden van de psychologische oorlogsvoering die tegen haar werd gevoerd. Kort voor de wedstrijd kreeg zij een telefoontje. Een Duitse stem meldde dat ze niet mocht starten omdat ze de amateurregels had overtreden. Baron Schimmelpenninck, haar vader die tevens voorzitter was van het NOC (en lid van het IOC), belde op hoge toon Reichssportführer Von Tschammer und Osten en vroeg om opheldering. Deze wist van niets.

Nederland haalde geen medailles in Garmisch-Partenkirchen. In 1940 en 1944 gingen de Winterspelen vanwege de oorlog niet door en in 1948 (St. Moritz) was er ook geen plaats voor Nederlanders op het ereschavot. Pas in 1952 bij de Spelen in het Noorse Oslo veroverden de Nederlandse schaatsers voor het eerst medailles. Kees Broekman twee (5 en 10 kilometer) en Wim van der Voort één (1500 meter).

mailIcon print |