In deze tijd keren veel zomervogels uit het zuiden terug. Deze week werden sprinkhaanzanger, koekoek, braamsluiper, grasmus en fluiter weer voor het eerst gehoord. De gierzwaluw, vroeger doorgaans pas gesignaleerd omstreeks Koninginnedag, is er ook weer. In de komende week zijn er veel meer te verwachten. Typische zomervogel is ook de steeds zeldzamer wordende zwarte stern. Vanuit de trein zag ik er een paar boven het Naardermeer.
In de duinen bloeit het eerste slangekruid, een stekelharige plant met prachtige blauwe bloemen, die voornamelijk bevlogen worden door akkerhommels.
In de binnenduinbossen is de eetbare morielje te vinden, een paddestoel met een kapje als een honingraat. Stekel-, mannetjes- en wijfjesvarens ontrollen er hun veren. In de bosranden bloeit het look-zonder-look, voedselplant van de rupsen van het oranjetipje.
In het veld is moeilijk uit te maken tot welke soort de rondvliegende witte dagvlinders behoren. Er zijn nu veel kleine geaderde witjes, waar de vrouwtjes van de oranjetip erg op lijken. Ook de vrouwtjes van de knalgele citroenvlinder zijn bijna wit.
Wie geïnteresseerd is in bijzondere plantenfoto's, moet vooral eens in de boekwinkel kijken naar 'Plantenparade', met foto's van Ruth van Crevel (uitg. Uniepers, Abcoude, gebonden met stofomslag, euro18,11) en een tekst van Marion de Boo. Meer dan kleuren zijn het de vormen in het plantenrijk, die Ruth tot onderwerp van haar foto's kiest. Haar werk heeft grote invloed op de Nederlandse natuurfotografen, maar zij behoudt bewonderenswaardig haar heel eigen signatuur. De ene keer portretteert ze trefzeker een typerende vegetatie, de andere keer een enkel onderdeel, zoals de stamperkatjes van de kruipwilg en de sporenhoopjes aan de onderkant van een varenblad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.