De Nederlandse Spoorwegen volgen met hun prijsbeleid voor volgend jaar een basiswet uit de economie. Waar de schaarste het grootst is, schiet de prijs voor de afnemer omhoog. Zeker op een monopolistische markt. De aanbieder van het product of de dienst kan ruime marges nastreven zonder het gevaar te vergroten dat hij zich uit de markt prijst.
Het is eigenlijk vreemd dat de NS pas vanaf 1 januari willen gaan differentiëren in de tarieven. Een retourtje Mariënberg-Emmen wordt in een heel andere context gekocht, dan een retourtje Schiphol-Amsterdam Centraal. Als een kostendekkende prijs het criterium zou zijn, zou het eerste kaartje op basis van een hogere kilometerprijs duurder moeten zijn, maar vanuit de economische logica kan dat nooit kloppen. De vervoersschaarste is op de grens tussen Overijssel en Drenthe beduidend minder dan in het hart van de Randstad: de treinen hebben nog lege zitplaatsen (wat een weelde!) en er is keuze in vervoersalternatieven (met een auto valt daar nog op te schieten en ook de fiets is in de bosrijke omgeving niet onaangenaam). Het spoor moet om een reëel alternatief te blijven achter Zwolle dus genoegen nemen met lage marges of zelfs een kostendekkende prijs.
In de Randstad geldt dit paradijs niet. Met name het aantal alternatieven voor de trein is nihil. Tenminste als de reiziger nog bij zijn zinnen is en de dagelijkse file niet voor lief wil nemen. Fietsen is ook al geen pretje: de mensen die de file wel voor lief nemen doen stilstaand een dermate hoge dosis agressie op, dat iemand wel levensmoe moet zijn om zich per fiets voort te bewegen.
Wie is er in staat de NS af te straffen door de dienst niet meer af te nemen? Als de Nederlandse (reis)consument en zijn volksvertegenwoordiger deze redenering te kil is, hebben ze geen ongelijk. Met het prijsbeleid van de monopolist NS is een publiek belang gemoeid, dat moge duidelijk zijn. Maar dat kan geen reden zijn de NS nu te dwingen de voor hun markt geldende logica niet toe te passen.
De politiek heeft rond de NS altijd van twee walletjes willen eten. Het spoorbedrijf moest verzelfstandigd worden, omdat bedrijven op afstand van de overheid efficiënter zouden werken. Het nieuwe prijsbeleid is een product van meer efficiency. Dat is vanuit een publiek belang echter weer minder gewenst en dan krijg je dus een terugtrekkende beweging. Dan opeens is efficiënter werken geen zelfstandig belang meer en is het publieke belang de maat der dingen.
Gelukkig is een politiek besluit nooit voor de eeuwigheid genomen en kunnen de minister van verkeer en waterstaat en de Kamer op hun schreden terugkeren. De meest logische redenering zou zijn dat, gegeven het relatieve gewicht van het publieke belang bij een goedkoop en ruim beschikbaar vervoerssysteem per rail, de verzelfstandiging wordt teruggedraaid. Zo zal het echter niet gaan. Politieke besluitvorming is zeer gevoelig voor de mode en privatisering of verzelfstandiging is nog altijd modieuzer dan dergelijke besluiten terugdraaien. De kool en de geit zullen voorlopig gewoon gespaard blijven. Met alle gevolgen van dien.
De tweede oplossing zou kunnen liggen in concurrentie voor de NS van een alternatieve spoorwegmaatschappij op de economisch interessante trajecten. Dat is echter in hoge mate theorie. De NS zijn groot, hebben ervaring en daarmee zo'n voorsprong dat elke concurrent alleen maar medelijden zal wekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.