*

 
dossier

Archief

Het onbekende succesverhaal: de Moscovische handel

Haro Hielkema − 30/03/02, 00:00

Tussen 1590 en 1750 domineerden Nederlandse ondernemers de handelsbetrekkingen tussen Rusland en Europa. Maar dat succesverhaal geniet vrijwel geen bekendheid.

ENKHUIZEN - Naast de vele VOC-tentoonstellingen geeft 'Archangel: het andere oosten' in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen een afwijkend beeld van de negotie van ons voorgeslacht. Er was nog een 'ander oosten' dan Indië. En de Noord-Russische havenstad Archangel vormde in die handelsrelatie het scharnierpunt.

De VOC was een exotische onderneming en trok daardoor aandacht. Maar de dagelijkse werkelijkheid was toen de handel binnen Europa. Toen de VOC werd opgericht (1602) was er met Archangel al geregeld verkeer. Werd de VOC een gezamenlijke operatie van rijke kooplui die van de Staten-Generaal vergaande volmachten kregen, de handel met Rusland ging vooral uit van particuliere ondernemers en familiebedrijfjes.

De 'Moscovische handel', zoals het ook wel werd genoemd, heeft weinig tastbaars nagelaten -geen forten of grote pakhuizen zoals de Compagnie. De zeereizen naar Noord-Rusland waren ook niet bijzonder of obscuur; Archangel was een van de vele plaatsen waarmee Nederlanders handel dreven, niet 'vreemder' dan Cadiz of Genua.

Archangel was lang het Russische venster op Europa. Oorspronkelijk een aan de aartsengel Michael gewijd klooster aan de Noordelijke Dvina, groeide de nederzetting vanaf 1583 uit tot een zeehaven. En de Hollanders, die eerst nog Engelsen naast zich duldden, speelden al snel de hoofdrol. Ze beheersten de West-Europese handel met Rusland, zoals ook met andere landen. Olivier Brunel was een van de eerste ondernemers; eigenlijk zocht hij een noordelijke route naar China, toen hij bij toeval de Dvina bereikte. Hij wees anderen de weg, zoals handelaren in textiel, stoffen, ijzer en wapens.

Veel kooplui ging het zo voor de wind dat ze er fraaie grachtenhuizen of buitens van lieten bouwen; in de gevels zijn soms nog motieven terug te vinden, zoals in het Trippenhuis van de wapenhandelaars Trip in Amsterdam. Er waren ook kooplui die wisten door te dringen tot het hof van Peter de Grote in Moskou, zoals Christoffel Brandts, die met de tsaar een glas dronk en later op een van diens reizen naar Holland zijn gastheer was. Amsterdam hield aan de kinderloos gestorven koopman het Brandts Rus Hofje over.

Met materiaal uit Nederlandse collecties en bruiklenen van het museum in Archangel wordt het verhaal verteld. Het begint met kaarten en panorama's van de nederzetting, waarop een lutherse kerk en een gereformeerd schoolhuis. In de zomer was er een Nederlandse gemeenschap (met dominee) en sommigen hebben zich er permanent gevestigd. Er zijn in Noord-Rusland nog namen te vinden die teruggaan op de Hollandse aanwezigheid.

De tentoonstelling bevat tal van handelsdocumenten van de Moscovische handel, schilderijen, Russische kledij en voorwerpen, relatiegeschenken als rijkversierde drinkglazen en souvenirs zoals het populaire 'Archangelsk kistje' met kunstig been- en houtsnijwerk, die zeelui en kooplieden voor hun echtgenotes meenamen. Bij opgravingen in Archangel zijn pijpen, serviesgoed en andere Hollandse spullen aangetroffen, die in het vaderland zijn teruggekeerd. Voor een halfjaar, want in de herfst gaan de voorwerpen weer terug.

De expositie is niet alleen een terugblik: bedrijven halen er ook nu nog hout vandaan en op de universiteit van Archangel wordt nog Nederlands gedoceerd.

mailIcon print |