Het enorme succes van de socialistische presidentskandidaat Lula in Brazilië is een uitzondering in Latijns-Amerika. In de meeste landen van het continent krijgt links geen poot aan de grond. Misschien ook wel omdat de kiezers het gevoel hebben dat ze met recente linkse leiders weinig opschoten.
'Er is groot gevaar voor een agressieve terugkeer naar een politiek waarvan we dachten dat hij achter de rug was”, zei een econoom van een grote Spaanse bank onlangs in de Financial Times. Daarmee doelde hij niet alleen op de voorspelde verkiezingszege van Luis Ignacio 'Lula' da Silva, die afgelopen zondag in Brazilië in de eerste ronde bijna de absolute meerderheid haalde. Hij verwees ook naar de gewelddadige stakingen in Ecuador, muitende cocaboeren in Bolivia, protesten in Peru en Paraguay en de volksmassa's die in Argentinië met potten en pannen de straat opgingen.
Met name in de Engelse en Amerikaanse pers werd afgelopen zomer wat paniekerig geconcludeerd dat in Latijns-Amerika een soort continentale opstand was uitgebroken tegen het grootkapitaal. De aanstaande verkiezingszeges van een Boliviaanse boerenleider en een Braziliaanse arbeider zouden de opmaat zijn voor nieuwe nationaliseringen van bedrijven, importbeperkingen, het bevriezen van de buitenlandse schuld, kortom ,,de totale destructie van de continentale economie”.
De paniek is nogal voorbarig gebleken. De Boliviaanse cocaboer Morales greep naast de macht, in Colombia kwam een conservatieve regering, en in andere landen stevent juist rechts af op een meerderheid. Alleen de Braziliaan Lula stevent af op het presidentschap, bij de tweede ronde eind deze maand. Maar hij is daarmee eerder een uitzondering dan een regel. Er is geen regionale linkse trend. Brazilië is op weg het Duitsland van Latijns-Amerika te worden: een economische gigant met een reële kans voor links, omringd door landen waar links juist geen voet aan de grond krijgt. Latijns-Amerika bruist van de linkse partijtjes en bewegingen, die vissen in de brede achterban van de talrijke wijkcomités, boerenbonden, vakbonden en actiegroepen. Ze gaan luidruchtig de straat op. Maar de onvrede loopt dood in protesten, stakingen en eindeloze onderlinge verdeeldheid. Nergens lukt het om de frustratie om te zetten in reële politieke macht voor links.
,,Er is eerder een tendens richting demagogische leiders gaande”, zegt Andrés Serbín, directeur van het Centrum voor regionale studies in Buenos Aires. Hij noemt Argentinië, Venezuela en Peru als voorbeelden.
De Utrechtse Latijns-Amerika-deskundige Wil Pansters spreekt van 'neopopulisme'. Mensen stemmen op de kandidaat met het meeste charisma en de mooiste praatjes, of die nu links is of rechts. ,,Er is geen tendens naar links. Kijk eens naar Mexico, daar maken ze geen enkele kans. Bovendien, waar moet links internationaal gezien nog op steunen?”
De val van de Muur bracht ook Latijns-Amerikaans links in een diepe crisis. Financiers vielen weg met het verdwijnen van de machtsblokken. Rebellen in Guatemala en El Salvador legden de wapens neer en sloten vredesakkoorden. De guerrilla in Colombia veranderde in een veredeld drugskartel. Linkse partijen verpieterden. Het Cuba van Castro was niet langer heldhaftig symbool van de weerstand tegen het boze Amerika. Ja, zelfs sociaal-democratische politici werden goede vrienden met Washington.
Vrijhandel werd het toverwoord. De markt zou in combinatie met de herwonnen democratie welvaart brengen voor iedereen. Een nieuwe generatie politici zoals Carlos Menem in Argentinië, Alberto Fujimori in Peru, Carlos Andrés Perez in Venezuela en Carlos Salinas in Mexico, werden de helden van het 'neoliberalisme', gekenmerkt door privatisering van staatsbedrijven, bezuinigingen op sociale uitgaven en het opengooien van de grenzen voor buitenlandse goederen en kapitaal.
VERVOLG OP PAGINA 13
De balans slaat eerder door naar rechts
VERVOLG VAN PAGINA 11
Van de Zuid-Amerikaanse dromen is tien jaar later weinig over. Het continent hoopte dat economisch liberalisme het tovermiddel zou zijn tegen de kwalen waaraan het leed. De nieuwe politiek leverde weliswaar een zekere politieke stabiliteit op. Maar de aanpak bood voor de vele armen geen enkel soelaas. De jaren negentig werden een verloren decennium. Een kleine groep werd beter van de economische groei, het grootste deel restte teleurstelling. De middenklasse, traditioneel de groep waar de vernieuwing uit voortkomt, is in landen als Mexico en Argentinië ineengeschrompeld.
Sociale onrust was het gevolg. Vakbonden en werklozen protesteren tegen de uitverkoop van staatsbedrijven, de massaontslagen, lage lonen, het dictaat van Washington en het IMF en de schaamteloze corruptie waardoor het geld van privatiseringen verdween in de zakken van politieke leiders.
Enkele jaren geleden leek de onvrede en een toenemende polarisering zich te vertalen in een politieke ommezwaai. Alleen al in 1999 kwamen in Chili, Argentinië en Uruguay socialistische en sociaal-democratische leiders aan de macht. Venezuela koos voor de linkse populist Hugo Ch vez. Brazilië had al in 1994 gekozen voor de sociaal-democraat Fernando Henrique Cardoso.
Even leek Latijns-Amerika de crisis van links te hebben overleefd. De overwinning van de Chileen Ricardo Lagos, de eerste socialistische president sinds Salvador Allende, bewees dat bovendien de angst voor de militairen kon worden overwonnen. Die waren in de decennia ervoor steevast in actie gekomen tegen democratische gekozen leiders die een iets te linkse koers vaarden.
Maar achteraf hebben ook de sociaal-democraten geen bevredigend alternatief geboden, integendeel. Lagos, Cardoso en alle andere centrum-linkse leiders, die zo graag een 'derde weg' à la Tony Blair wilden bewandelen, ontpopten zich juist tot uitmuntende leerlingen van het neoliberalisme. In Argentinië werd Fernando de la Rúa met veel geweld uit zijn paleis gejaagd. Voor de verkiezingen in Chili volgend jaar is de uiterst rechtse Joaquín Lavín favoriet. De Venezolaanse linkse populist Hugo Ch vez zou nu bij verkiezingen niet meer dan 25 procent van de stemmen halen. Mexico en heel Midden-Amerika worden inmiddels bestuurd door rechtse regeringen. In Colombia is enkele maanden geleden de conservatief Alvaro Uribe gekozen. Kortom, de balans in Latijns-Amerika slaat eerder door naar rechts dan naar links.
Blijft de vraag waarom de onvrede in Brazilië wél een socialistische president heeft opgeleverd. Lula wordt alom gezien als een exponent van de kritiek op het neoliberalisme. ,,Ze hadden geen alternatief meer”, zegt Cristobal Kay, docent Latijns-Amerika-studies bij het Haagse Institute for Social Studies. De teleurstelling in een rechtse president en in een sociaal-democraat liet nog maar één keus over.
Een andere factor is de Braziliaanse economie. ,,Het land is meer geïndustrialiseerd dan omringende landen en heeft sterke vakbonden”. Lula kon rekenen op 25 tot 30 procent vaste kiezers. Zijn eigen metamorfose van radicale socialist tot een redelijk alternatief voor iedereen, inclusief pak en stropdas, zorgde voor de rest. Het initiatief is nu aan de linkse Lula om aan de buurlanden te bewijzen of links alsnog een antwoord heeft op de problemen van Zuid-Amerika.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.