*

 
dossier

Archief

Kruitdampen boven het loonfront

Perry Feenstra − 30/03/02, 00:00

Wordt het oorlog aan het loonfront? De relatie tussen bonden en werkgevers verslechtert met de stakingsdag.

AMSTERDAM - De vakbonden matigen dit jaar de looneisen. In het najaarsoverleg met het kabinet beloofden de vakcentrales dat. Uit de gegevens van FNV over de cao's die tot nu toe in 2002 zijn afgesloten, blijkt dat gemiddelde loonstijging 3,5 procent is. Ongeveer een procent lager dan vorig jaar. De belofte wordt dus gestand gedaan, concludeerde de FNV, maar de vraag is of het genoeg is.

Het bedrijfsleven vertelt iedereen die het wil horen dat het de verkeerde kant op gaat met de Nederlandse concurrentiekracht. De lonen stijgen stevig, de arbeidsproductiviteit blijft achter. De loonkosten die gemaakt moeten worden om één product te maken, stijgen in Nederland fors. In 2003 zullen die 15 procent hoger liggen dan in 1996, zo berekende het Centraal Planbureau. Dat terwijl bij voorbeeld in Duitsland de loonkosten per eenheid product sinds 1996 zelfs flink zijn gedaald. Nederland wordt een snel duurdere winkel.

Met name in de sectoren die zich op de export richten, gaat het hard. Het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen (de arbeidsinkomensquote, AIQ) neemt in deze sectoren snel toe. De bedrijven kunnen de gestegen lonen niet langer in de prijzen doorbereken omdat ze moeten concurreren op de internationale markt, die minder last heeft van een stijgende AIQ.

De bedrijven die hun producten op de binnenlandse markt afzetten, lukt het wel om de gestegen loonkosten door te berekenen. De loonstijgingen gaan gelijk op in de beide bedrijfscategoriën, maar de AIQ stijgt veel minder in de laatste. De (praktisch) volledig op de binnenlandse markt gerichte bouwsector illustreert dat: daar daalt de AIQ de laatste jaren aanmerkelijk. Het doorberekenen van de gestegen loonkosten in de prijzen, levert echter een extra probleem op voor de exporterende bedrijven. Zij zien ook hun inkoopkosten stijgen.

Met de stijging van de AIQ, dalen de winsten die bedrijven boeken. Tevens daalt de bereidheid personeel aan te houden. De vuistregel zegt dat met elke procent stijging van de AIQ 50000 banen verloren gaan. Het CPB signaleert echter dat die regel in de huidige situatie wel eens minder hard uit kan vallen. Bedrijven zijn zich bewust van de krapte op de arbeidsmarkt en zullen daardoor minder snel hun moeizaam geworven personeel buiten de deur zetten. Een nadeel hiervan is dat de bedrijven minder investeren in arbeidvervangende technologie die het product uiteindelijk goedkoper kunnen maken.

Intussen jagen de stijgende lonen de inflatie op, zo stelt het CPB. Het inflatie-veroorzakende effect van de BTW-verlaging is uitgewerkt, maar desondanks is de inflatie nauwelijks gedaald. De loon-prijs-spiraal ligt op de loer.

De vakbeweging is aan zet, menen de werkgevers. Zij moeten de lonen nog minder laten stijgen om een herhaling van de jaren negentig te voorkomen. Maar de inflatie zal dit jaar volgens het CPB ruim boven de drie procent uitkomen. Een loonstijging lager dan dat percentage, betekent dat de vakbonden hun leden laten inleveren aan koopkracht. En dat is, behalve bij bedrijven waar het echt heel slecht gaat, een stapje te ver voor de vakbeweging. Bovendien werken de verschillende sectoren zelf ook mee aan de loonstijgingen met het oog op de arbeidsmarktkrapte. Geen van de sectoren wil tenslotte inleveren aan aantrekkelijkheid op de krappe markt.

Een oplossing had kunnen komen vanuit de overheid. Zowel werkgevers als vakbonden hebben gevraagd om een lastenverlichting voor het bedrijfsleven. Maar de overheid heeft de bal terug gekaatst: Geen loonmatiging, dan ook geen lastenverlichting. De patstelling blijft bestaan. Het onvermijdelijke gevolg is dat het gevecht aan het loonfront grimmiger wordt.

mailIcon print |