*

 
dossier

Archief

De bal rolt

Gerbert van Loenen − 03/01/02, 00:00

Bij alle ophef over de euro is één vraag onderbelicht gebleven: waarom hebben we hem eigenlijk ingevoerd? Het simpele antwoord op die vraag dat het zo fijn is dat we op vakantie nu niet meer hoeven te wisselen, kan tenslotte niet de ware reden zijn geweest voor deze gigantische operatie.

,,In alle leerboeken staat dat politici altijd zo op de korte termijn zijn gericht. Die leerboeken moeten we nu herschrijven. Want de muntunie is een langetermijnproject dat door politici is doorgezet, tegen het advies van de meeste economen in. Over twintig jaar zal men zeggen: het was een geniaal besluit.'' Peter Bofinger raakt op dreef. Vijf jaar geleden nog noemden Duitse media deze hoogleraar van de universiteit in het Zuid-Duitse Würzburg spottend de laatste econoom die geloofde dat de ene munt er werkelijk zou komen. Maar de euro is er gekomen en Bofinger is nog altijd even enthousiast.

,,Tegen enorm veel weerstand in is dit doorgezet. Het is leuk te zien dat een sneeuwbal aan het rollen is gebracht die niet meer tot staan bleek te brengen. Dat hebben we met name te danken aan Helmut Kohl: die wist dat hij er niet populair mee zou worden, maar heeft toch doorgezet.''

Probleem blijft dat het een project was waarvan maar weinigen de voordelen zien. Bofinger vindt dat geen bezwaar: als er een brug wordt gebouwd, hoeft toch niet iedereen over de techniek mee te praten? Waarom moet iedereen dan wel meepraten als het over munteenheden en monetair beleid gaat, vraagt valuta-expert Bofinger.

Om het publiek te overtuigen van het nut van de euro, zijn de laatste weken telkens enkele argumenten gebruikt die van ondergeschikt belang zijn, maar wel goed klinken, vooral in haastige reportages op tv. Zoals dat argument van die toeristen aan de grens die nu niet meer hoeven te wisselen: alsof voor zo'n kleinigheid een operatie van deze omvang zou zijn doorgevoerd.

Bofinger noemt nog een flauwekulargument dat de laatste tijd rondzingt: ,,Nu zeggen ze weer dat de euro ertoe zal leiden dat mensen in heel Europa beter de prijzen kunnen vergelijken. Daardoor neemt de concurrentie toe en daalt de inflatie.'' Een ,,wel bijzonder slecht argument'', vindt Bofinger: bedrijven en burgers hebben tenslotte al jaren bewezen heel goed met rekenmachientjes om te kunnen gaan en ook zonder euro feilloos te kunnen achterhalen in welk land iets goedkoper is. Daar was de euro echt niet voor nodig.

In werkelijkheid is het belangrijkste voordeel van de euro volgens Bofinger dat er nu geen wisselkoersrisico's meer zijn. ,,We zijn eindelijk gelijk met de VS: een grote binnenlandse markt zonder valutagrenzen. Al die Nobelprijswinnende Amerikaanse critici die zeggen dat wij in Europa alles fout doen, heb ik tenslotte nog nooit horen voorstellen om in de VS verschillende munteenheden in te voeren.'' Een grote markt is pas echt een geheel met overal dezelfde munteenheid.

Vooral in onrustige tijden, zoals sinds de 11de september, is het een geluk dat Europa de macht van de wisselkoersen heeft ingeperkt. Bofinger: ,,Wisselkoersen zijn kwetsbare punten, en die kun je op het moment van zo'n terreuraanslag beter niet hebben.'' Had euroland in de afgelopen herfst niet, ter voorbereiding op de ene munt, de wisselkoersen al aan elkaar vastgeklonken, dan was er na de 11de september vermoedelijk weer grote onrust ontstaan: een stijgende D-mark en gulden, een onder druk gerakende Franse franc, een devaluatie van de Italiaanse lire. Dan hadden ondernemers in Nederland moeten concurreren met Italianen die door te devalueren opeens goedkoper zouden exporteren. Dan zouden de Fransen hun economie weer hebben moeten wurgen met een torenhoge rente om de franc even hard als de mark te houden. Dan was Europa, kortom, terug in de tijd van de wisselkoerscrises, die ondernemers van het ene op het andere moment met totaal veranderde concurrentieposities confronteerden. Telkens scheurden die crises de moeizaam ééngemaakte Europese markt vroeger weer in stukken. Dat kan nu niet meer.

Een tweede belangrijk voordeel van de euro-invoering is volgens Bofinger dat de rente nu op Europees niveau wordt vastgesteld. De Europese Centrale Bank onder leiding van Wim Duisenberg moet daarbij op alle landen in de eurozone letten. Een heel verschil met vroeger, toen de centrale bank van Duitsland de rente geheel op eigen gezag bepaalde, en de andere landen de keuze hadden tussen slikken en stikken. Wie het Duitse rentedictaat volgde, moest bijvoorbeeld de rente verhogen terwijl dat binnenslands gezien nergens voor nodig was. Wie de Duitse rente niet volgde, zag zijn munt te grabbel gegooid op de valutamarkten. Nu is er een Europese munt met een Europese rente waarbij alle deelnemende landen meetellen. Opmerkelijk is dat de tegenstanders van de euro, vaak te vinden in landen waar Engels wordt gesproken, dit argument omdraaien: zij zeggen dat de economische ontwikkelingen in euroland te ver uiteenlopen om met overal een en dezelfde rente op te reageren. Toen in Nederland de inflatie vorig jaar snel opliep, had dat een renteverhoging door de centrale bank gevergd, maar omdat de rest van euroland nauwelijks last van inflatie had, gebeurde dat niet. Bofinger: ,,Nederland heeft misschien niet precies de rente die ideaal zou zijn, maar vroeger was dat nog extremer. Toen moest Nederland de Duitse rentepolitiek volgen en bepaalden zeventien Duitsers in de Bundesbank hoe hoog die rente in Nederland was. Nu wordt de rente bepaald door de Europese Centrale Bank en daar zitten ook Nederlanders bij.''

Het derde grote voordeel van de euro is dat de financiële markt in Europa nu is verenigd. Pensioenfondsen investeren bijvoorbeeld niet meer alleen in eigen land, maar beschouwen heel euroland als binnenland. Die grote financiële markt betekent dat elke ondernemer, elke huizenkoper die krediet nodig heeft, keuze heeft uit een groter aanbod. Meer krediet en lagere rente zijn het gevolg.

Europeanen verkeren nu al met al in dezelfde positie als Amerikanen: ze genieten de voordelen van een grote markt met overal een lage rente, en hoeven niet veel oog te hebben voor de wisselkoers. Met zo'n grote binnenlandse markt kun je je schouders ophalen over wisselkoersen, want hoe vaak komt iemand nu helemaal in een land waar niet met euro wordt betaald, hoe groot is nog de handel van bedrijven met zakenpartners buiten het eurogebied?

Amerikanen, die al zo lang in een grote economie met machtige munt leven, blijken het vaak niet eens te weten als hun munt stijgt of daalt. Ze komen al helemaal niet op het idee om vanwege een koersschommeling van de dollar over zichzelf te gaan tobben. Als de dollar schommelt, is dat een probleem voor de anderen, voor de inwoners van kleinere, van de VS afhankelijke economieën. Europa kan nu net zo'n ontspannen houding aannemen, denkt Bofinger, en in navolging van de Amerikanen tegen de buitenwereld zeggen: 'Het is onze munteenheid, maar jullie probleem'.

En wie dat egoïstisch vindt, wie zich afvraagt of er geen marktordening mogelijk is waarin ook landen buiten euroland en de VS enige bescherming genieten tegen schommelende wisselkoersen, moet streven naar afspraken om die koersbewegingen te matigen. Bofinger is daar voor: ,,Op alle vlakken werken we internationaal samen, de krijgsmacht vliegt de hele wereld over. Meestal kun je door internationale samenwerking meer bereiken. Alleen als het om wisselkoersen gaat, lijkt het of er louter autisten in de weer zijn.''

Maar waar in Europa vooral de Fransen inderdaad denken dat politieke interventie nodig is in de wisselkoersen, heerst in de Angelsaksische wereld de overtuiging dat wisselkoersen geheel aan de markt moeten worden overgelaten. Volgens Bofinger leidt de weigering om koersen te stabiliseren tot een wildwest-situatie, waarin de VS, als sterkste in een omgeving waar het recht van de sterkste geldt, het beste hun belangen weten te verwezenlijken. Bofinger: ,,Als de dollar zwak was, moesten alle anderen helpen. Maar denk niet dat iemand nu Argentinië helpt.''

mailIcon print |