*

 
dossier

Archief

Onze cultuur is kwetsbaar

door Marcel ten Hooven − 20/04/02, 00:00

'Burgemeester Opstelten zei verschillende keren dat ik het volkomen fout zag. Rotterdam was een model van integratie, dat moest ik van hem aannemen. Hoe kan het nu dat zo ongeveer de helft van de autochtone Rotterdammers stemt op iemand die zegt: Nederland is vol? Dan moet je je als gemeentebestuur toch iets afvragen?' Ruim twee jaar geleden verbrak Paul Scheffer met zijn tweeluik 'Het multiculturele drama' de ban op een discussie over immigratie en integratie. Nu constateert hij dat in Den Haag en omstreken het gevoel van urgentie nog steeds volstrekt afwezig is. Scheffer ziet een parallel tussen het multiculturele drama en het mislukken van de humanitaire interventie in Srebrenica: 'Waar het uiteindelijk op neerkomt is de vraag naar de onbedoelde gevolgen van goede bedoelingen.'

In de werkkamer van Paul Scheffer hangen schilderijen van Rudolf Hagenaar. Al meteen bij de eerste kennismaking was hij gegrepen door het werk van de Zeeuwse schilder, wiens eigenzinnigheid bij Scheffer een schok van herkenning teweegbracht. Wars van elke artistieke mode heeft Hagenaar (1927) zijn leven lang hardnekkig vastgehouden aan de figuratieve traditie in de kunst.

,,Toch zie je dat de abstractie niet aan hem voorbij is gegaan. Zijn werk is niet onschuldig en al helemaal niet behaagziek. Hij zet de lijn voort van Balthus en Edward Hopper, van Dick Ket en Jan Mankes. Ik vind dat een mooi tegendraads gebaar, om in een tijd waar zo opzichtig naar een breuk met het verleden wordt ges'reefd, die traditie op een eigentijdse manier te ondervragen.''

Het artistieke commentaar dat in Hagenaars werk besloten ligt, is volgens Scheffer ook een behartigenswaardig commentaar op deze tijd. ,,Dat geeft hij alleen al met zijn manier van leven. In een tijd die zo wordt gestempeld door vluchtigheid, heeft hij zich bewust teruggetrokken om als kunstenaar een eigen toon te vinden. Pas aan het einde van een heel leven heeft hij zijn oeuvre aan het grotere publiek willen voorhouden.''

,,Hagenaar zegt: 'Er is een diepe hang naar schoonheid in de samenleving'. Dat vind ik zo'n prachtige zin, waarmee hij ingaat tegen die gemakzuchtige waarneming over het hedendaagse leven. Nog steeds voert de abstractie in de schilderkunst de boventoon, maar al te vaak gevoed door het idee dat de wereld een chaos is en in essentie zinloos; dat niet hoeft te worden gestreefd naar ordening of harmonie. Noties die je terugziet in de postmoderne filosofie. Er komt nu een tegenstroom op. D t spreekt voor mij uit die zin. Hagenaar geeft daarmee een bijtend commentaar op een cultuur die agressie beloont en chaos verwart met scheppingsdrang. Hij zegt als het ware dat een cultuur leeft van een kritische koestering van de traditie, van het gesprek met de vorigen.''

Daarom vormt het werk van Hagenaar volgens Scheffer een artistiek protest tegen het cultuurrelativisme, de gedachte dat in een grenzenloze wereld alle onderscheid is weggevallen. Ook Scheffers publicaties over politiek, cultuur en samenleving zijn wars van dat relativisme, dat volgens hem een laakbare achteloosheid teweegbrengt over de eigen geschiedenis, taal en rechtsstaat. Die zorg was de rode draad in zijn geruchtmakende tweeluik over het 'multiculturele drama' in NRC Handelsblad, waarmee Scheffer ruim twee jaar geleden het debat over immigratie en integratie in alle hevigheid liet losbarsten. Dat thema is sedertdien niet meer uit de publieke discussie weggeweest en speelt ook in de verkiezingsstrijd een niet te onderschatten rol.

Een hardnekkig misverstand bij critici was dat Scheffer eenzijdig was in zijn kritiek op de cultuur van de migranten. Zijn verwijten richtten zich evenzeer op de Nederlanders zelf en hun onachtzaamheid met de eigen cultuur, verwijten die hij de politieke elite in het bijzonder maakt. Immigratie wordt pas een probleem als het ontvangende land niet op orde is, meent hij. Dat is het échte vraagstuk. Scheffer: ,,Ik wil het probleem niet eenzijdig bij de migranten leggen, hoewel ik ook vind dat veel allochtonen met een te grote afstand naar dit land kijken. Maar au fond ken ik geen probleem met immigratie, dat niet verwijst naar algemene problemen in de Nederlandse samenleving. De veerkracht van een samenleving toont zich in het vermogen tot integratie van mensen die hier komen wonen. Het moet dus te denken geven als een land daar zo slecht in slaagt als Nederland in de afgelopen veertig jaar. Zo bezien houdt de immigratie de Nederlandse samenleving een geweldige spiegel voor.'' ,,We hebben het ons veel te gemakkelijk gemaakt. Het begint met tot onszelf door te laten dringen welke ervaringen immigratie aan beide zijden oplevert. De migrant verliest wat en hij wint wat. Hij wint de toegang tot een nieuwe cultuur, hij verliest een deel van zijn eigen traditie en culturele zekerheden. Dat is een pijnlijk proces, zeer desoriënterend voor veel van de betrokkenen. Het spiegelbeeld van de schok van de immigratie is de desoriëntatie van de ontvangende samenleving, die de vertrouwde omgeving ziet veranderen. Die ervaringen serieus nemen, daar begint het mee. Ik heb het idee dat politici zich daar te veel voor hebben afgeschermd. Dat kan veranderen, nu tot de welvarende middenklasse doordringt wat zich eigenlijk in die steden afspeelt.

Lange tijd is dat ideaal van het multiculturalisme een opvatting geweest waarmee de brede middenklasse wegkeek van een toenemende culturele segregatie en sociale ongelijkheid. Aan anderen, de mensen in achterstandswijken die moesten samenleven met migranten en wier ervaringen niet allemaal even positief waren, hield de middenklasse voortdurend voor dat zij tolerant en open moesten zijn. Maar deze problemen raken niet alleen de mensen met een laag inkomen. Dat is zo'n karig idee. De onzekerheid van mensen gaat dieper en snijdt dwars door de samenleving heen. In Amsterdam en andere grote steden worstelt iedereen met deze vragen. Dat is ook winst. Het laat zien dat de tijd van de welwillende vermijding en de onverschilligheid voorbij is. Dat kan het begin zijn van iets anders.''

,,We maken een onomkeerbare verandering mee die de hele samenleving raakt. Er is een andere afhankelijkheidsverhouding ontstaan. De meerderheid is voor zijn toekomst ook afhankelijk geworden van de ontwikkelingskansen van de minderheden. De nabije toekomst van een stad als Amsterdam hangt voor een belangrijk deel af van de mate waarin kinderen van migranten hun talenten kunnen ontplooien. En hoewel we natuurlijk blij moeten zijn met elk kind dat zich weet te onttrekken aan de achterstandsituatie van zijn ouders, is de realiteit dat driekwart van de kinderen met ouders die niet veel meer dan lagere school hebben, in de lagere regionen van het onderwijs blijven hangen.''

,,Als ik probeer te zien wat het resultaat is van 45 jaar immigratie in Nederland, kan ik niet anders zeggen dan dat het, met alle interessante en uitnodigende kanten die er ook aanzitten, vooralsnog een geschiedenis is van toenemende segregatie en ongelijkheid. Dat valt niet te ontkennen. Maar dit gevoel van urgentie bestaat absoluut nog niet in Den Haag en omstreken. Ik had vorige week een debat met minister Van Boxtel, die veel verplichtender is gaan denken over deze vragen, en die erkende dat bij zijn collega's in het kabinet en parlement dat gevoel inderdaad ontbreekt. Het besef dat het verval van omgangsvormen heel snel kan gaan, dat het vertrouwen dat in een lange tijd van generatie op generatie als sociaal en cultureel kapitaal is ontstaan, in een korte tijd kan afbrokkelen. Het is toch voor iedereen zichtbaar die bij zichzelf te rade gaat en goed om zich heen kijkt.''

Het ongemak dat politici vertonen in de omgang met het probleem van immigratie en integratie, stijft volgens Scheffer veel mensen in hun vermoeden dat we in een onbeheersbare omgeving leven. De politiek draagt daarvoor verantwoordelijkheid. Politieke partijen relativeren in vergaande mate wat de politiek vermag en zijn het geloof in elk idee van maakbaarheid verloren, zegt Scheffer. Hij spreekt van een 'geloofsafval', die zich in het hart van de politiek heeft voltrokken. De partijen hebben geen gevoel van richting meer. Ze slagen er niet in zich een beeld te vormen van de samenleving die zij aan komende generaties willen overdragen.

,,Op het gebied van onderwijs en cultuur heeft de politiek zich bezondigd aan zelfrelativering. Zij heeft geen idee meer wat in het onderwijs moet worden overgedragen. De teneur is veeleer dat de geschiedenis niet veel voorstelt, dat onze cultuur niet zo belangrijk is en onze taal evenmin. Ik vind dat cultuurrelativisme géén gebaar ten opzichte van migranten, wat altijd wordt gezegd. Dat is het grote misverstand. De gedachte is dat in een multiculturele samenleving al die culturen een gelijkwaardige rol spelen en dat daarom onze eigen geschiedenis eigenlijk weinig nadruk behoeft.''

,,Dat lijkt op openheid, maar is uiteindelijk een vorm van uitsluiting. Je weigert aan migranten iets van je eigen traditie, je eigen geschiedenis over te dragen, waardoor je hun ook niet de mogelijkheid geeft er deel aan te hebben. Het lijkt wel tolerant om tegenover iemand van Turkse of Marokkaanse afkomst niet te veel de nadruk te leggen op bijvoorbeeld de geschiedenis van de bezetting in Nederland en te doen alsof die problematische geschiedenis alleen óns probleem is. Maar in werkelijkheid ontzeggen we daarmee kinderen die toevallig ouders hebben die elders zijn geboren, de toegang tot de collectieve herinnering van Nederland. Als je migranten en hun kinderen niet laat delen in onze herinneringen en onze cultuur, ontzeg je hun de mogelijkheid invloed te hebben op de samenleving. Hetzelfde geldt voor de achteloosheid waarmee we zo lang tegenover onze eigen taal stonden. Daarmee onthielden we nieuwkomers een essentieel middel om een stempel op de samenleving te drukken. Dat is heel iets anders dan een pleidooi voor assimilatie of dwang. Het gaat om het talent van een samenleving om mensen een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Dat is een uitnodiging.''

Vervolg op pagina 48

Onze cultuur is kwetsbaar

Vervolg van pagina 47

Scheffer stelt een cultureel tekort vast in de hedendaagse politiek. ,,Symbolisch is de afschaffing van de minister van cultuur, een van de eerste beleidsdaden van het paarse kabinet.

Dit kabinet heeft de eerste vier jaar een soort materialisme gepredikt: werk werk, werk. Hoewel ik het belang van werk voor burgerschap niet wil relativeren, zijn er ook andere dingen die bijdragen aan de mate waarin men zich kan vereenzelvigen met een bredere gemeenschap. Een regering die zich van zichzelf bewust is, zou zich daarvoor meer moeten inspannen. De hardnekkigheid waarmee is gewerkt aan werkgelegenheid en financieringstekort, heb ik gemist op die andere terreinen. Dat vind ik een groot verwijt en dat richt zich vooral op de voorbije vier jaren. Waarom hebben ze niet gezegd: onderwijs, cultuur, onderwijs? Wanneer ik spreek over de verloren jaren van Kok, dan heeft dat betrekking op zijn tweede kabinet en ook op de oppositie, die tot weinig in staat is gebleken. Dat is geen eenzijdig oordeel.''

De rechtsstaat is een ander domein waarop de zelfrelativering van de politiek zich volgens Scheffer wreekt. Daar komt zij tot uiting in het gedogen. Met afgrijzen citeert Scheffer uit een recente publicatie van de rechtsfilosoof Gijs van Oenen over de ge-doogcultuur: 'De overheid heeft (enige) afstand genomen van de traditionele kaders van legaliteit en rechtszekerheid, om in de informele onderhandelingssfeer slagvaardig te kunnen opereren.'

,,Dat schrijft hij. Als je tot je laat doordringen wat daar staat! Rechtszekerheid is het fundament van alle overheidshandelen, en nu zouden we moeten vergoelijken dat de overheid juist daarvan 'enige' afstand neemt om in informele onderonsjes slagvaardig optreden mogelijk te maken! Dan denk ik: bouwfraude, hbo-fraude, Ceteco-affaire, etcetera.''

Van Oenen vervolgt: 'In een cultuur die zich geen duidelijk omschreven politieke idealen meer stelt en geen sterke sturingsambities meer heeft, bestaat er geen principieel verschil meer tussen gedogen en klassieke vormen van politiek.' Scheffer: ,,Dat is precies wat er mis is! Hij beschrijft het als gegeven, als een uitgangspunt, ik beschouw het als een verschrikkelijke waarneming. Als politieke voorlieden geen wil meer hebben om richting te geven aan de samenleving, geen verhouding tot hun geschiedenis, dan is er inderdaad geen verschil meer tussen gedogen en politiek handelen. Politiek wordt dan een samenraapsel van doormodderen, laissez-faire, informele onderhandelingen en een mengeling van privaat en publiek, precies wat er nu aan verfloddering plaatsvindt.''

,,En zo wordt zichtbaar waarom de tolerantie in Nederland werkelijk in het geding is. Mensen hebben het gevoel in een land te leven waar de rechtszekerheid afneemt en de onveiligheid toeneemt. Ze voelen zich onzeker, onbehaaglijk en onveilig. En onzekere mensen stellen zich niet open voor de buitenwereld.''

Door de miskenning van haar verantwoordelijkheden draagt de politiek bij aan de ondermijning van de tolerantie, meent Scheffer. ,,Ik denk dat de meeste mensen in beginsel niets hebben tegen de aanwezigheid van migranten in Nederland en vreedzaam met hen willen samenleven. Maar door de grote migratiedruk op de steden die tal van zeer reële problemen met zich meebrengt, kost het hun tegelijkertijd steeds meer moeite trouw te blijven aan deze denkbeelden. Velen willen vasthouden aan hun morele overtuigingen maar ook hun ervaringen niet loochenen. Zij vragen zich af: hoe moet ik leven in een stad die zo snel van bevolking is veranderd, naar welke school moet ik mijn kind sturen, in welke buurt wil ik nog wel komen en in welke niet meer, wat moet ik denken als ik een spandoek met een hakenkruis op het nationale monument zie, hoe ga ik om met de illegaliteit waarmee ik in aanraking kom?''

,,Een heleboel mensen die zich dat soort vragen stellen, hebben voortdurend van overheden gehoord dat ze tolerant moeten zijn. Ze voelen zich in een hoek gedreven. Burgemeester Opstelten zei verschillende keren dat ik het volkomen fout zag. Rotterdam was een model van integratie, dat moest ik van hem aannemen. Wat zeg ik: culturele hoofdstad van Europa, haven van de wereld! Hoe kan het nu dat zo ongeveer de helft van de autochtone Rotterdammers stemt op iemand die zegt: Nederland is vol? Dan moet je je als gemeentebestuur toch iets afvragen? Dat zegt toch met terugwerkende kracht verschrikkelijk veel?''

Terugkijkend op het debat dat is gevoerd sinds de publicatie van het 'multiculturele drama', zegt Scheffer dat hij tittel noch jota aan zijn slotconclusie van toen wil veranderen. Na de alarmerende vaststelling dat de tolerantie kreunt onder de last van achterstallig onderhoud, besloot Scheffer: ,,Het multiculturele drama dat zich voltrekt is dan ook de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede.'' Tegen de critici die zeggen dat hij de verantwoordelijkheid voor die bedreiging louter bij migranten legt, antwoordt hij: ,,Ik dacht dat ik kritisch genoeg was over de Nederlandse samenleving. Maar ik vind wel dat te veel migranten en ook hun kinderen hier op een halfslachtige manier leven, zich onvoldoende betrokken voelen bij de samenleving. Ik stel ze de vraag: hoe kan het dat driekwart van de Turkse en Marokkaanse jongeren hun huwelijkspartner in het land van herkomst zoeken? Ik heb de afgelopen tweeënhalf jaar niets anders gedaan dan scholen en moskeeën langsgetrokken, ik ben ingegaan op meer dan honderd uitnodigingen voor publieke debatten. Ik heb gedaan wat de politici hadden moeten doen. Ik ben niet naar de moskeeën gegaan om alleen maar een handje te schudden en zoals Kok te zeggen: 'We moeten ons toch eens in elkaars achtergronden verdiepen'. Een schouderklop 'fijn dat jullie hier zijn' en dan snel weer weg. Maar waarom reageert geen politicus als de schrijver Hafid Bouazza zegt dat er een scheur loopt door Nederland? Ik ben vorige week in de Aya Sofiamoskee aan de Baarsjesweg uitgenodigd en heb precies gezegd wat ik nu ook zeg. Hoeveel weerstand ik aan het begin van zo'n bijeenkomst ook ontmoet, aan het einde zeggen mensen me vaak dat het beter is iemand tegenover zich te hebben die doorvraagt en interesse toont.''

,,Illustratief is dat burgemeester Cohen na 11 september aan zijn wethouder voor minderhedenbeleid, Jaap van der Aa (PvdA) vroeg: 'En Jaap, jij bent minderhedenwethouder, jij zult precies weten hoe de moslimgemeenschap bij ons eruitzien, geef me daarin binnen een dag inzicht.' Van der Aa komt met hangende pootjes terug en zegt te moeten bekennen dat hij helemaal niets weet. Hoe kan dat nou? Hij is acht jaar wethouder, hij heeft in alle moskeeën beleefheidsbezoeken afgelegd. Maar achteloosheid is geen vorm van beleefdheid.''

Scheffer verwacht dat het vraagstuk van de grote mondiale ongelijkheid onder druk van de migratie weer in het brandpunt van de politieke belangstelling komt te staan. ,,Ik denk dat de grote vraag van de Noord-Zuidverhouding tussen nu en tien jaar is verhuisd van de sfeer van welwillendheid naar het hart van de politiek. Als je alleen al ziet dat de bevolking in het zuiden van Europa terugloopt, terwijl er in Noord-Afrika tot 2025 ongeveer honderd miljoen mensen bij zullen komen. Zo'n tegengestelde demografische ontwikkeling, gevoegd bij de uiteenlopende economische mogelijkheden, zal de migratiedruk zeer sterk opvoeren. Hoogleraar migratievraagstukken Han Entzinger zegt dat de Noord-Zuidverhouding zich door de immigratie zal reproduceren binnen Nederland. Probeer je voor te stellen wat dat betekent: extreme verschillen in welvaart, religieuze animositeit, etnische vormen van oorlog. Als dat het toekomstbeeld is ben ik niet verbaasd dat mensen paniekerig zeggen: de grenzen dicht! Ik vind dat geen uitnodigende gedachte en zal er alles voor over hebben om het te voorkomen. Het is mijn hoop dat die dreiging van een import van de Noord-Zuidverhouding het Westen dwingt tot een herziening van de handelspolitiek en een heroverweging van zijn welvaartsegoïsme.''

Hij verwacht weinig van een immigratiepolitiek die zich richt op het aantrekken van arbeidskrachten voor werk dat hier blijft liggen. ,,Vraagt degene die een immigratiepolitiek wil, zich wel af of de migratie die aan de gang is aansluit op onze behoeftes? In hoeverre heeft degene die in een bootje zijn leven riskeert om het Europese vasteland te bereiken, iets te bieden dat voldoet aan onze behoefte aan een computerdeskundige? Ja maar, zeggen ze dan, eigenlijk kan een hoogontwikkelde samenleving niet zonder tweedeling, niet zonder onderklasse. Wie gaat op de kinderen passen, al die klussen in de zorgsector doen? Dat doen we zelf niet meer, want daarvoor zijn we te rijk en te hoogontwikkeld, en dus hebben we een nieuwe tweedeling nodig. Een samenleving waarin onze middenklasse kan floreren, behoeft een nieuwe onderklasse en die moet via immigratie tot stand komen. Er zijn mensen die dat letterlijk zo zeggen.''

,,En zo zou je kunnen begrijpen waarom uiteindelijk in de politieke praktijk van alledag, het humanitaire motief van mensen die leed willen lenigen door immigratie, naadloos kan overgaan in het nogal cynische motief van de commerciële samenleving die een onderklasse nodig heeft. In essentie vallen een marktideologie en het multiculturalisme samen met hun visie van een wereld zonder grenzen. Maar waar ze beiden geen antwoord op hebben: hoe kunnen mensen in zo'n wereld als burger een rol spelen, wie is eigenlijk waarvoor nog verantwoordelijk? Van Boxtel zei het goed in dat debat: als alles in beweging is, als alles stroomt, dan moet je je zorgen gaan maken over erosie.''

,,De kernvraag is natuurlijk: waaróm willen te weinig mensen in het onderwijs, de gezondheidszorg of bij de politie werken? Hoe kan dat? Wat zegt het over de vitaliteit van een samenleving als zij niet meer in staat is om zelf dat soort functies te vervullen? Waarom moeten we verpleegsters halen in Zuid-Afrika? Dat werk is eigenlijk geworden wat de baantjes voor de eerste generatie gastarbeiders waren: het vieze werk. Dat betekent dat de overheid niet meer weet hoe de cultuur van publieke dienstverlening waarde te geven. Er is iets verloren gegaan wat je niet snel herstelt.''

Scheffer zegt dat we ten onrechte hebben gedaan alsof tolerantie in dit land geen probleem meer vormt en vanzelfsprekend is. ,,Het is juist wél een probleem. Laten we eens beginnen met de 4 en 5 mei-retoriek serieus te nemen. Nu wordt er keurig gezegd dat onze tolerantie en vrijheid permanent onderhoud behoeven, maar niemand stelt zich daar iets bij voor. Niets is vanzelfsprekend, elke generatie moet telkens opnieuw alles onder woorden brengen en zich toe- eigenen. Een zoektocht in het verleden leert je dat onze cultuur ook vatbaar kan zijn voor verval en dat zij veel kwetsbaarder, minder robuust is dan men vaak denkt. Dat is een bescheiden idee. Op het moment dat we denken buiten de geschiedenis te staan, dan krijg je die geschiedenis subiet terug, maar dan wel in een heel rauwe, onverwerkte vorm.''

,,Die kwetsbaarheid van onze beschaving hebben we ook in Srebrenica gezien. Inwoners en vluchtelingen in Srebrenica rekenden op de bescherming die Nederland als deel van de VN had toegezegd. Maar deze toezegging bleek loos toen het erop aankwam. Nietsdoen was eiet alleen een optie, het was de gedragslijn. Het Niod-rapport is heel precies in zijn verwijten. 'Ondoordacht' en 'onuitvoerbaar', zegt het instituut over het besluit om Dutchbat naar de enclave te sturen. Het is terecht dat de zwaarste verwijten aan de politiek worden gemaakt. Nederland wilde een moreel gebaar maken, zonder daar praktische gevolgen aan te verbinden. Nu wordt er gezegd dat iedereen het daarmee eens was, maar dat is eenvoudigweg niet waar. Dat kun je in het rapport nalezen. Mensen als Heldring, Brands, Van Doorn en ook ikzelf waren tegen. Er was voldoende principiële kritiek.''

,,Het heeft wel erg lang geduurd voor de regering verantwoording aflegde. Kok en de zijnen hebben de feiten nu onder ogen gezien, zeven hele jaren na de val van Srebrenica. Nu is dan het kabinet gevallen. Misschien heeft het wel zo lang geduurd omdat er tijd nodig was om de verschrikkelijke waarheid van wat in Srebrenica is gebeurd, kon worden erkend.''

Volgens Scheffer sloot 'Den Haag' destijds de ogen voor het feit dat een oorlog, met alle tragiek vandien, de realiteit kan zijn achter de goede bedoelingen van humanitaire interventiepolitiek. ,,In het Niod-rapport lees ik weinig over het debat over de hervorming van de krijgsmacht, dat in de jaren voorafgaande aan de uitzending van Dutchbat woedde. Dat ging over de keuze tussen een leger dat de bescherming van de internationale rechtsorde als voornaamste taak zou krijgen, of een krijgsmacht die de meer klassieke taak van zelfverdediging het zwaarst zou laten wegen. De politiek koos ervoor de taak van humanitaire interventie veel nadruk te geven. Vanaf het begin waren daar nogal wat bezwaren tegen bij de legertop, die zich openlijk afvroeg welke risico's de politiek wilde nemen voor puur humanitaire kwesties. Dus de verwijdering tussen de politiek en het militaire establishment was al volop gaande toen het besluit tot uitzending werd genomen.''

,,Ik heb daar in die tijd regelmatig over geschreven. Ik herinner me een stuk met als kop 'Rechtsgevoel tegen nultarief' uit augustus 1992, waarin ik me uitsprak tegen de 'beperkte' interventie en die beschreef als 'op zijn best wishful thinking, op zijn slechtst een goedkope bevrediging van het eigen rechtsgevoel'. Mijn grootste vrees was dat politici niet zouden inzien dat humanitaire interventie óók kan uitlopen op oorlog. Tussenbeide willen komen in een gewapend conflict betekent treden in de logica van oorlogsvoering. Maar nooit kreeg je de indruk dat het parlement werkelijk de draagwijdte van deze stap doorzag. Er moest gekozen worden. De tussenweg die men wilde bewandelen bestond niet. Maar wat er dan ook wordt gekozen, interventie of niet, dat morele dilemma is natuurlijk ook het mijne.''

,,Wat ik niet begrijp is dat het Niod slechts een kort intermezzo wijdt aan het moralisme in de buitenlandse politiek van Nederland. Daar ligt volgens mij juist de kernvraag, althans uit Nederlands oogpunt. Waarom waren wij in Srebrenica? Omdat er een lange traditie is van denken over moraal en rechtsorde die productieve kanten heeft - denk aan het internationale gerechtshof in Den Haag - maar moraal en macht botsen. Als er geen duidelijke politieke doelen zijn en geen wil om in een oorlog te treden, voert humanitaire interventie ons in een heilloze verwarring van hulpverlening en militair handelen. Dat vond ik toen en dat vind ik nog steeds. Srebrenica is de uitkomst van deze dubbelzinnigheid. Dus als het Niod concludeert dat het besluit 'ondoordacht' en 'onuitvoerbaar' was, dan treft dat verwijt de politiek van achtereenvolgende kabinetten in de kern.''

,,Die verantwoordelijkheid is groot en kan niet worden afgedaan met de redeneringen van Kok en Rosenmöller, die spreken over verantwoordelijkheid maar niet over schuld. Dan was Voorhoeve preciezer toen ik een jaar na de val van Srebrenica ter gelegenheid van bevrijdingsdag met hem debatteerde en hij erkende dat er sprake was van 'schuld door nalatigheid'. Dat is de juiste omschrijving. Je kunt onbedoeld betrokken raken bij een misdrijf, ook bij oorlogsmisdaden, door iets na te laten. Die nalatigheid is nu gedocumenteerd en onontkoombaar geworden voor parlement en regering. Maar het beeld van jaren van politiek waarin een cultuur is ontstaan van verantwoordelijkheid ontlopen zal er niet door worden uitgewist. Waar het uiteindelijk op neerkomt is de vraag naar de onbedoelde gevolgen van goede bedoelingen.''

,,Ik heb met volle aandacht naar de verklaring van Kok geluisterd. Ik zou me werkelijk met de gedachte willen verzoenen dat het aftreden van het kabinet een groots gebaar is, dat het mogelijk maakt om in het reine te komen met de moorden in Srebrenica. Ik heb ook wel veel gezien dat erop wijst dat men na zeven lange jaren werkelijk deze tragedie onder ogen heeft willen zien. Er is nog nooit een regering in Europa afgetreden over nalatigheid bij genocide in een ander land. Maar er vallen ook schaduwen over dat gebaar. Sommige woorden die Kok gebruikte, zoals 'een opeenstapeling van tekortkomingen' of 'ik sta voor wat ik heb gedaan', doen me weer aarzelen, net als zijn weigering om een parlementaire enquête in te stellen in een vroeger stadium, of de houding van de grootste regeringsfracties die eigenlijk geen debat meer willen met deze regering over het Niod-rapport. Ik weet het niet. Het lijkt erop dat de halfslachtigheid waarmee Nederlandse missie naar Srebrenica begon, zich nu aan het einde van de verantwoording herhaalt. Misschien is dat onvermijdelijk.''

mailIcon print |