Eduard Bomhoff is een intelligente man. Hij studeerde wiskunde, promoveerde cum laude op een economisch proefschrift en was de afgelopen twintig jaar hoogleraar in de economie, de laatste zeven jaar bovendien directeur van het door hem opgerichte spraakmakende onderzoeksbureau Nyfer.
Dan doet hij plotseling iets vreemds. Hoewel al tientallen jaren lid van de PvdA stelt hij zich beschikbaar voor een ministerspost van de Lijst Pim Fortuyn. Nog vreemder is zijn bereidheid de portefeuille van volksgezondheid te aanvaarden: de opvattingen over de zorgsector die hij als directeur van Nyfer huldigde, staan lijnrecht tegenover die van de LPF.
Bomhoff blijkt dus een opportunist te zijn: om een ministerschap te bemachtigen laat hij zijn partij in de steek en verloochent hij zijn openlijk verdedigde maatschappelijke opvattingen. Geen fraai schouwspel, maar de wereld is vol opportunisten en de LPF is er het concentratiepunt van. In dat gezelschap slaat Bomhoff geen slecht figuur: hij kent de sector die hij als minister te beheren krijgt op zijn duimpje.
Helaas begint hij zijn ministerschap met een ongelofelijke stommiteit: nog vóór hij is aangetreden, maakt hij kenbaar directeur-generaal Peter van Lieshout, een van de topambtenaren op zijn departement, te willen ontslaan. De gevolgen zijn catastrofaal. Hij wekt het ongenoegen van premier Balkenende, hij bruuskeert zijn collega van binnenlandse zaken Remkes -die over aanstelling en ontslag van topambtenaren gaat- hij lokt verontwaardiging uit bij zijn staatssecretaris Ross-Van Dorp en hij komt in aanvaring met zijn secretaris-generaal Roel Bekker.
In de Kamer heeft de oppositie vrij schieten; VVD-fractievoorzitter Zalm roept Bomhoff tot de orde. Op Bomhoffs departement is de onrust algemeen: de ondernemingsraad klimt in de gordijnen en krijgt steun van de ambtenarenbond van FNV en CNV.
Bomhoff blundert niet alleen, hij blundert op een ongehoord onbeschofte manier. Al de eerste dag na zijn beëdiging als minister stelt hij Van Lieshout van zijn besluit op de hoogte. Er is, met andere woorden, geen sprake van een vertrouwensbreuk maar van kille machtspolitiek. Die indruk wordt versterkt door het uiterst merkwaardige feit dat niemand van Bomhoff verneemt waarom Van Lieshout moet vertrekken. Er doen alleen lachwekkende geruchten de ronde: Van Lieshout zou tijdens een symposium de krant hebben zitten lezen en hij zou onenigheid hebben gehad met de zorgwoordvoerder van de LPF, Vic Bonke. Terwijl iedereen over de motieven van Bomhoff in het duister tast, gaat deze doodgemoedereerd met vakantie.
Zijn zwijgen werkt evenwel ook in zijn nadeel. In meerdere kranten wordt de veronderstelling uitgesproken dat Bomhoff, in de tijd van zijn directeurschap van Nyfer, tevergeefs heeft geprobeerd van het ministerie van volksgezondheid een onderzoeksopdracht los te krijgen en dat hij het vermoeden had dat Van Lieshout achter de weigerachtigheid van minister Borst zat.
Eerlijk gezegd kan ik deze veronderstelling niet geloven. Het zou betekenen dat Bomhoff als minister wraak heeft genomen op een ambtenaar omdat deze hem ooit in zijn particuliere belangen heeft gedwarsboomd. Zou dit waar zijn, dan is Nederland met het optreden van Bomhoff op weg een heuse bananenrepubliek te worden waar het gebruikelijk is dat nieuw optredende politici met oude tegenstanders afrekenen.
Wat óók gek is: een dergelijk letterlijk verbijsterend vermoeden wekt geen publieke opschudding. Maar Bomhoff kan al lange tijd een potje breken. In de persberichten over zijn carrière wordt steevast melding gemaakt van zijn bereidheid zijn onderzoeksinstituut Nyfer in dienst te stellen van goed-betalende opdrachtgevers. Het dubieuze Nyfer-rapport over de voordelen van de Betuwelijn is het beruchtste voorbeeld: het pleidooi voor een zweeftrein naar het Noorden is een ander bekend voorbeeld van commercieel gekleurde quasi-wetenschappelijkheid: het onderzoek werd mede gefinancierd door Siemens, ontwerper en bouwer van de zweeftrein.
Over deze strapatsen is Bomhoff nooit werkelijk lastiggevallen. Er was enig gemor onder zijn collega-economen, maar de reputatie van Nyfer is er niet door aangetast. Sterker nog: Bomhoff kreeg als columnist van NRC
Handelsblad jarenlang de gelegenheid zijn instituut en zijn betaalde opinies warm aan te prijzen. Dat is wat Bomhoff onder onafhankelijkheid verstaat: te koop voor de meestbiedende, op de bres voor zijn klanten.
Dat Bomhoff zich nu ineens thuisvoelt in een partij die door kapitaalkrachtige vastgoedjongens op de been is geholpen en in stand wordt gehouden, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Hij kent het milieu en hij weet van de mores die daar bestaan. 'Wie betaalt, bepaalt', is de leuze van de LPF-bonzen. Bomhoff heeft dat altijd goed begrepen.
Hoe het verder zal gaan, moeten we afwachten. Misschien heeft onze minister iets van zijn valse start geleerd. Maar ook als hij het politieke vak enigzins onder de knie weet te krijgen, blijft een gezond wantrouwen in zijn handel en wandel -vooral in zijn handel- een eerste gebod. De politiek heeft toch al een slechte naam. Een minister die als politicus opportunistisch bleek en als wetenschapper te koop was, moet niet de kans krijgen de reputatie van het politieke bedrijf nog verder omlaag te halen. Er is voor de Kamer werk aan de winkel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.