*

 
dossier

Archief

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 30/03/02, 00:00

Wat overblijft van de dood van Jezus wanneer die wordt ontdaan van zijn mystiek en universele boodschap, is de gruwelijkheid. Bijna te gruwelijk voor woorden, schreef gisteren Ton Crijnen in Trouw in zijn klinische relaas van wat Jezus' dood moet zijn geweest. Gelijk heeft hij. Het zweet met bloed en angst vermengd, de loden kogeltjes ter grootte van hazelnoten die de huid in lange flarden scheuren, de onherkenbare massa bloedend weefsel na de zware geseling. Dan de 17 centimeter lange spijkers door het vlees en de botten heen gejaagd...

Al lezend hervond ik de naïviteit en verontwaardiging van mijn kinderjaren. Hoe he'ft het zover kunnen komen dat de mens de gruwelijkheid van een wrede dood en het leed van het menselijke vlees tot cultus heeft verheven, vroeg ik me telkens af? Hoe konden mijn ouders in een bed slapen met erboven een dode of stervende man hangend aan een kruis? Regelmatig sloop ik hun slaapkamer binnen om naar het vastgespijkerde magere lijf op zijn kruis van bukshout te staren. Naar de bronzen nagels in de handpalmen en de kleine druppels op het voorhoofd. Dat de ondraaglijke pijn van Jezus noodzakelijk was geweest om de mensen te verlossen vond ik een gekunstelde uitleg. Ongeloofwaardig voor een kinderverstand. Het woord 'masochisme' kende ik gelukkig nog niet. Een verhaal van liefde kon toch niet in een marteling eindigen? Na tweeduizend jaar is het verbazingwekkend dat het Christendom in de symboliek van het kruis is blijven steken. Dat men nog steeds het moment van een afschrikwekkende dood als embleem verkiest boven een boodschap van leven en hoop. Geen verlossing zonder ondraaglijk leed, geen Kerstmis zonder Pasen. Beschavingen en volkeren ontlenen vaak hun identiteit aan de afschrikkingen die ze ooit moesten ondergaan. De schoorstenen van Auschwitz roken nog in het collectieve bewustzijn van Israëliërs en hun ontploffende huizen uit 1948 echoën nog in die van Palestijnen. Gisteren, op Goede Vrijdag, wilde een Palestijnse vrouw op haar manier een steentje aan de cultus van het leed en de dood bijdragen. Ook iets doen aan de verlossing van haar eigen volk. In een volle supermarkt van West-Jeruzalem bracht ze zichzelf tot ontploffing.

mailIcon print |