Het kabinet wil de jacht op kraaien, kauwen en vossen heropenen, vanwege de schade die zij aanrichten. De vos zou de weidevogelstand in Nederland bedreigen. Best mogelijk, zegt vossenkenner Jaap Mulder, maar het heropenen van de jacht zal dat niet verhelpen.
In het krantenarchief kun je de opmars van de vos gedurende de afgelopen dertig jaar moeiteloos volgen, zegt bioloog Jaap Mulder. In de kleine berichten vind je verorberde kippen, siereenden, een enkel lam. ,,Na een paar jaar komt er uit zo'n regio geen bericht meer over die schadelijke vos. De mensen zijn eraan gewend geraakt. In de Noord-Hollandse duinen komt de vos veel voor. Mensen die daar wonen hebben kippen rondlopen. Maar dat zijn niet de kippen die ze vroeger hadden; deze kippen zijn zo verstandig in de boom te gaan slapen.''
In die Noord-Hollandse duinen deed Mulder zijn eerste onderzoek naar de vos. Dat begon in 1979, in opdracht van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Hollandse, eigenaar van het duingebied.
De vos die eind jaren zestig in de duinen opdook, was er geen vreemde. Mulder: ,,We weten uit geschreven bronnen dat hij daar in de Middeleeuwen ook rondliep. Tegelijk met het konijn trouwens. Maar de vos was daar op eigen kracht gekomen terwijl het konijn door de mens werd geïmporteerd.''
Toen Mulder met zijn onderzoek begon telde hij gemiddeld 2.5 vos per vierkante kilometer Noord-Hollands duin. Die dichtheid is inmiddels 4 vossen per vierkante kilometer. En in de Zuid-Hollandse duinen telde Mulder later 8 vossen per vierkante kilometer. Is dat te weinig? Optimaal? Te veel? Dat is helemaal niets van dat alles, zegt Mulder: ,,Mensen, ook natuurbeheerders, hebben vaak het gevoel dat zij het in de hand moeten houden, dat er te veel vossen komen. Maar dat veronderstelt een norm. Waar haal je die norm vandaan?''
,,In die duinen heeft die vos geen natuurlijke vijanden, daarom moeten wij de populatie in de hand houden, zeggen mensen dan. Maar de vos staat boven aan de voedselketen. Hij heeft nooit natuurlijke vijanden gehad. De mens hoeft die rol niet te spelen. De omvang van de vossenpopulatie is afhankelijk van de voedselvoorraad. Daarom is het onzin te spreken over te weinig of te veel vossen; er zijn zoveel vossen als er in een gebied kunnen leven.''
Hetzelfde misverstand is er over de schade die de vos zou aanrichten in zijn omgeving. ,,Het begrip schade bestaat in de natuur niet. Natuurlijk heeft de herintrede van de vos in de duinen invloed op dat natuurgebied. Op de vogelstand, de populatie fazanten, de populatie konijnen. Maar is dat schade? Ja, voor de mensen die graag op fazanten en konijnen jagen is dat schade. Maar verder: er komt gewoon een nieuw evenwicht tot stand. Iedereen klaagt over soorten die verdwijnen, maar je hoort niemand over soorten die komen.''
Zijn reputatie van een sluw beest waar de mens alleen maar last van heeft speelt de vos parten. Hij was vooral de concurrent van de jager, en werd tot het midden van de vorige eeuw op alle manieren bestreden, met het geweer, met klemmen en met gif, zoals alle roofdieren die het genot van de jacht op fazant en haas dreigden te verstoren. Mulder: ,,Later waren het niet meer alleen jagers die zich met wild bezighielden, maar ook biologen. Natuurbeheer kwam op.''
,,Het klemverbod, dat in 1969 werd afgekondigd, markeert het begin van de opmars van de vos. Omdat die vangmiddelen niet meer gebruikt mochten worden, bleven voor het bejagen van de vos het geweer over en de schop waarmee de dieren uit hun holen werden gehaald. In natuurgebieden was de jacht geen doel meer, maar een middel, een instrument in de handen van de beheerder. Daar verviel de noodzaak concurrenten van de jager uit te schakelen.''
In zijn opmars kreeg de vos de wind mee, zegt Mulder: ,,Bijvoorbeeld doordat we de laatste dertig jaar heel weinig sneeuwrijke winters hebben gehad. Als er sneeuw ligt is de vos gemakkelijk te bestrijden; je volgt zijn spoor naar het hol, jaagt of graaft hem daar uit en schiet hem af. Maar ook de veranderingen in het landschap hebben de vos geholpen. Bij ruilverkavelingen wordt er ruimte gemaakt voor kleine bosjes, houtwallen, groenstroken. Die bieden de vos kansen. Zijn opmars past in de ontwikkeling van ons cultuurlandschap.''
En vervolgens krijgt die vos de wind van voren omdat hij er weidevogels consumeert. Mulder: ,,We hebben het hier over cultuurlandschap, geen natuurgebied. Mensen vergeten dat vaak. Die zeggen: ik ga de natuur in, en gaan dan fietsen in de polder. Dit cultuurlandschap wordt grof beheerd en heeft een beperkt palet natuur. In het Nederlandse weiland staat soms maar één soort gras. En verder paardebloemen, en wat weidevogels, en dan heb je het zo'n beetje gehad.''
En die veelbezongen weidevogels zijn daar nog maar net, zegt Mulder: ,,In mijn jeugd was de scholekster een kustvogel. Nu kennen we die als weidevogel. Met de wulp is hetzelfde gebeurd. Die vogels hebben in de weiden een nieuw leefgebied gevonden. Voor die vos geldt hetzelfde; die vindt er ook een geschikt leefgebied.''
Het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra is begonnen met een onderzoek naar de predatie van weidevogels door de vos en andere roofdieren. Want over de invloed van de vos op de weidevogelstand gaan veel verhalen rond, maar wetenschappelijke duidelijkheid ontbreekt. Mulder wil het probleem niet onderschatten; de invloed van de vos kan enorm zijn. ,,De vos consumeert alles wat eetbaar is. Hij is gek op hazen, fazanten, kippen. Maar hij eet ook eieren. En je kunt hem 's nachts de gladgeschoren gazonnetjes van Wassenaar zien afschuimen op zoek naar regenwormen. Met enige regelmaat lees je berichten over een lam dat door een vos zou zijn gegeten. Dat kan, maar het komt weinig voor. En dan nog is niet altijd duidelijk of het lam door de vos is gedood, of dat de vos zich te goed heeft gedaan aan een overleden lam.''
,,De vos heeft een bijzonder talent: hij kan goed omgaan met voedselbronnen die maar een deel van het jaar beschikbaar zijn. Het is geen dier dat zijn buik rond eet en dan gaat luieren. In de weidegebieden is er vooral in het voorjaar voedsel. De vos verzamelt in dat seizoen bijvoorbeeld eieren van weidevogels, die hij verstopt en waarop hij tot in september kan teren. Omdat hij niet alleen eet maar ook verzamelt voor de toekomst, kan één vos in het voorjaar een behoorlijke invloed hebben op de weidevogelstand.''
Maar als weidevogels verdwijnen komt dat niet alleen door de vos, zegt Mulder: ,,De Nederlandse weidevogels leven al lang op de rand van het bestaan. Ze kunnen het alleen redden met hulp van de mens. Er wordt veel energie gestoken in het lokaliseren en beschermen van nesten. Boeren krijgen van de overheid een vergoeding voor ieder nest op hun land. Zij zouden de vos moeten toejuichen omdat die de konijnen weghaalt voor die hun oogst aanvreten. Maar boeren vrezen meer voor het lot van de weidevogels die nu ook een bron van inkomsten zijn.''
,,We hebben een cultuurlandschap gecreëerd met daarin weidevogels. Dat is geen natuur, dat is een dierentuin. En dan komt die vos...'' Er is gauw een stok gevonden om de vos te slaan, wil Mulder zeggen. Als je in die weidegebieden een natuurlijker waterbeheer zou hebben, zou de vos minder invloed hebben. En 'natuurlijk' wil zeggen dat de weide in de winter onderloopt en tot maart onder water blijft staan. Dat maakt het gebied minder toegankelijk voor de vos. Maar nee, we houden het water laag, ten behoeve van de landbouw.
Nederland kent gebieden waar dat anders is dankzij beheersovereenkomsten tussen boeren en de overheid. In die gebieden gaat het goed met de weidevogels. Daar ligt de toekomst, volgens de bioloog: ,,Gebieden met goede kansen voor weidevogels moet je reserveren, met een aangepast beheer. Je moet denken aan gebieden van 5000 tot 20 000 hectare.'' In die gebieden, zegt Mulder, zou je ervoor kunnen kiezen de weidevogels te beschermen tegen de vos, met het jachtgeweer en door bosjes en rietkragen te verwijderen, die de vos dekking bieden.
Om dat te doen heb je geen enkele nieuwe overheidsmaatregel nodig. De Flora- en Faunawet die dit voorjaar van kracht werd maakt het mogelijk om in bepaalde gebieden ontheffing te verlenen van het verbod op de vossenjacht, als het afschieten van vossen past in het beheersplan van dat gebied. De algehele opheffing van dat jachtverbod, die het kabinet voorstaat, komt neer op: schieten maar, ook in gebieden waar dat geen enkele zin heeft. Dat is in het verleden ineffectief gebleken; de vos bleef zich uitbreiden.
Mulder: ,,Neem het korhoen. Een bedreigde soort in Nederland. Moet je die beschermen door vossen af te schieten? Dan kan, maar bedenk wel dat die twee soorten in de natuur normaal gesproken naast elkaar bestaan. Het leefgebied dat ze hier hebben is daarvoor niet geschikt, dus daar lukt het alleen met kunstgrepen. Hoe ver wil je daarin gaan?''
Een lastige discussie, heeft Mulder gemerkt. Vanwege de complexe aard van de mens en van diens verhouding met de vos: ,,Bij discussie over de jacht op vossen speelt onderhuids het idee: hij is een concurrent van ons, die we moeten uitschakelen. Bovendien vinden jagers/beheerders het spannend op vossen te jagen. Dat is het ook. Ik heb veel vossen gevangen, niet om ze te doden, maar om ze een zender te kunnen omhangen ten behoeve van mijn onderzoek. Ik heb daarin heel wat jagersdrift kunnen uitleven.''
Maar zelfs nu de jacht geen doel meer is maar middel, is het met jagers lastig discussiëren. De overheid wil de jacht op de vos weer openen, maar over de effectiviteit van dat middel valt nauwelijks te praten, zegt Mulder: ,,Als je vossen gaat schieten om in het voorjaar het broedsel van weidevogels te beschermen, dan moet je eind december je geweer uit het vet halen. Niet eerder, want dat heeft geen enkele zin. Vroeger werd er het hele jaar door gejaagd, maar dat is helemaal niet effectief. Jachtopzieners konden je geestdriftig vertellen dat ze in een najaar dertig vossen hadden afgeschoten, elke avond één. Ik begrijp dat wel; het is niet leuk om in het vroege voorjaar tien donkere avonden te moeten wachten om één vos te doden. Maar voor de bescherming van weidevogels weegt de ene vos die je in het voorjaar doodt zwaarder dan die dertig in het najaar. Aan jagers is dat nauwelijks uit te leggen.''
Als je grijpt naar het middel van de jacht, doe het dan effectief, wil Mulder zeggen, en alleen in gebieden waar de weidevogels die je wilt beschermen door een speciaal beheer ook goede kansen hebben. ,,En zet de mensen die zo graag jagen dan gericht in in die gebieden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.