Verrast noch geschokt was ik door het bericht dat Ayaan Hirsi Ali een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst van de VVD zou gaan innemen.
Al lang voordat zij wegens bedreigingen moest onderduiken, was de verhouding met haar werkgever, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, nogal eens gespannen. Het is nu eenmaal niet echt leuk wanneer op gezag van de directeur en de curator van dat bureau, Paul Kalma en de burgemeester van Amsterdam Job Cohen, in een van je artikelen drastisch wordt geschrapt. Te meer wanneer dat artikel een kloeke aanval was op Cohens opvatting dat de religie een bindmiddel van de samenleving is. U heeft hierover alles in Trouw kunnen lezen.
Toen het nieuws over de bedreigingen was losgebarsten, reageerde de PvdA uiterst traag. Pas na dagen kwam er een verklaring. Daarin werden vooral Nederlandse moslimorganisaties opgeroepen afstand te nemen van de bedreigingen van Hirsi Ali. Over wat de PvdA zelf zou gaan ondernemen, vermeldde de verklaring niets. Ik weet dat een veel krachtiger verklaring van de partijvoorzitter door ingrijpen van het PvdA-fractiebureau tot op deze benepen maat is teruggesneden. Aan Hirsi Ali moet zoiets niet echt vertrouwen hebben gegeven.
De Algemene Beschouwingen vonden plaats direct nadat Hirsi Ali moest onderduiken. Velen hebben zich erover verbaasd dat PvdA-fractievoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven toen in alle talen die zij machtig is, dus ook in het Stellingwerfs, zweeg over deze kwestie, die na de moord op Fortuyn een nieuwe aanslag op de Nederlandse democratie was. Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij best bereid was geweest enige woorden aan Hirsi Ali te wijden, als haar dat maar gevraagd was. Zelf was zij dus absoluut niet op het idee gekomen om haar betoog met een krachtige ondersteuning van Hirsi Ali te beginnen. Toen Hirsi Ali om de dreiging te ontkomen naar het buitenland zou vertrekken, nodigde de PvdA-fractie haar op de valreep uit haar ideeën uiteen te zetten. Niets kan beter karakteriseren hoe treurig het met de belangstelling in de PvdA is gesteld voor het onderwerp dat zij op de agenda heeft gezet. De tot niets verplichtende conclusie die fractie en partijbestuur bereikten, 'het debat moet gevoerd worden', is evenzeer illustratief voor de halfzachte positie van de PvdA. Tijdens de angstige dagen van de onderduik waren het vooral VVD-politici die bij de regering aandrongen op adequate bescherming. Particulieren namen het initiatief voor financiële ondersteuning dat slechts schoorvoetend door de PvdA werd overgenomen.
Het verraste me dus helemaal niet dat Hirsi Ali op het aanbod van de VVD inging. Zij is een politieke activiste, veel meer dan iemand die zich de rust gunt om vier jaar aan een proefschrift te werken. In haar denken is zij, zeker waar het de emancipatie-kwestie betreft, met haar nadruk op individuele rechten een volbloed liberaal, veel minder een sociaal-democraat die denkt in sociaal-economische categorieën. In hoeverre de VVD een liberale partij is, zal Hirsi Ali binnenkort wel duidelijk worden.
Verrast dus niet, en geschokt evenmin, zoals Hans Wansink in de Volkskrant denkt. Hij suggereert dat ik Hirsi Ali gesteund heb tegen aanvallen van mensen als Aboutaleb die haar politieke en persoonlijke integriteit hebben proberen te vernietigen, omdat ik haar zou zien als een boegbeeld van de PvdA. Door haar keuze voor de VVD zou ik met lege handen, zelfs verweesd achterblijven. Wansink kan zich kennelijk niet voorstellen dat ik Hirsi Ali verdedigde omdat ik het recht op vrije meningsuiting van iedereen verdedig en omdat ik haar intellectuele moed bewonder. Zij is een vrij mens die haar eigen keuzen maakt. Zij weet dat Nederlandse partijen weinig op hebben met zelfstandige kamerleden. Zie van Gijzel, zie De Milliano. Het risico om snel afgebrand te worden, heeft zij willens en wetens genomen. Ook dat is het recht van een vrij mens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.