Het groepje vrouwtjes heeft zich bij de kastanje verzameld. Ze schuren tegen elkaar aan en maken af en toe een hinnikend geluidje. Ze ruiken wat, ze eten en drinken wat, maar blijven op hun qui-vive. Ze kijken schichtig op als ze een vreemd geluid horen.
Even later verschijnt waarop zij gewacht hebben. Een kudde mannetjes betreedt het toneel. Ze stuiven eerst voorbij, maar komen dan in een cirkelbeweging terug bij de groep. Ze rechten hun ruggen, slaken zware kreten. Hun adem komt op deze koude, vochtige avond als stoom uit hun neus.
Twee beginnen er een schijngevecht. Ze staan eerst met de borst tegen elkaar, waarna wat rake trappen vallen. Niet te hard: het is geen gevecht van leven op dood. Ook niet te zacht: dat maakt immers geen indruk. Uiteindelijk komt er eentje met de rug op de grond te liggen, erkent zijn meerdere en mag zich pas dan weer oprichten. Waarna de groep voorzichtig contact maakt met de vrouwelijke exemplaren.
Pubers in de herfst, en in deze stadswijk is er geen boswachter die zich om hen bekommert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.