Twee op de vijf ouders van scholieren in het voortgezet onderwijs zien hun kind wekelijks één of meerdere keren onverwachts thuiskomen. Wéér een les uitgevallen. En weer is er geen opvang. In de helft van de gevallen dat een leraar geen les kan geven, worden de scholieren naar huis gestuurd.
Ruim tachtig procent van de scholieren op vmbo, havo en vwo heeft maandelijks met lesuitval te maken, melden ouders in het rapport 'Ouders bij de les' van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Met name vanwege ziekte, vergaderingen of bijscholingscursussen gaan lessen niet door. Maar ook doordat docenten moeten surveilleren bij tentamens en examens.
Brugklassers hebben het meest te maken met ongeplande vrije uren. Voor de 'oudere' leerlingen doet de school beter zijn best een invaller te vinden. In tien procent van de gevallen lukt het om een vervanger in te schakelen, maar dat wordt de laatste jaren vanwege het lerarentekort steeds moeilijker.
Uit nood wordt vaak een docent die gespecialiseerd is in een ander vak, of zelfs een onbevoegde leraar voor de klas gezet. Een enkele maal wordt er beroep gedaan op een gepensioneerde docent. Een op de drie keer moeten de leerlingen aan de zelfstudie. Soms wordt de les alsnog gegeven op een ander tijdstip.
Uit het onderzoek blijkt verder dat de uitval het hoogst is op het vmbo, en op scholen met veel allochtonen in de grote steden in het westen van het land. In het gereformeerde en reformatorisch vrijgemaakte onderwijs is er iets minder plotselinge uitval. De grootte van de school heeft geen invloed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.