Van onze correspondent BRUSSEL - Van een recessie is geen sprake. De economische terugval in landen als Duitsland duidt op een aanpassing na de koersfluctuaties van een jaar geleden. We moeten enkel het vertrouwen herstellen: Europa blijft op weg naar de geboorte van de muntunie op 1 januari 1999.
EU-commissaris De Silguy, verantwoordelijk voor monetaire aangelegenheden, blijft lachen ondanks de sombere economische voorspellingen. De Silguy geeft toe dat de realiteit wat minder vrolijk is dan de groeiverwachtingen die hij een paar maanden geleden publiceerde. Maar hij drukt een ieder op het hart niet te twijfelen aan de muntunie.
In 1997 moeten de EU-landen die aan de muntunie willen deelnemen voldoen aan de citeria van het verdrag van Maastricht. Het begrotingstekort moet lager zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp), de staatsschuld minder dan 60 procent van het bbp of in ieder geval dalend in die richting.
Iedereen die sombere verwachtingen uit, krijgt van De Silguy te horen dat we niet de glazen bol uit de kast moeten halen om te zien hoeveel landen in 1997 aan die eisen zullen voldoen. Tot voor kort konden we met een gerust hart schrijven dat er tot nu toe 'slechts' twee landen over de streep waren: Luxemburg en Duitsland. Inmiddels is een van die landen alweer afgevallen; de Duitse minister van financiën Waigel maakte onlangs bekend dat het Duitse begrotingstekort in 1995 op 3,6 procent van het BBP was uitgekomen.
Waigels verhaal diende vooral om de lagere overheden, de Lünder, aan te sporen tot verdere bezuinigingen. Als minister van de bondsregering heeft hij het begrotingstekort immers maar ten dele in de hand. Maar de bekendmaking voedde de twijfel. Tot voor kort gold die twijfel vooral Frankrijk. Nu bleek ook Duitsland, Europa's grootste en sterkste economie, moeite te hebben met de toelatingseisen voor de muntunie.
Iedereen weet dat er geen muntunie zal komen als Frankrijk en Duitsland niet tot de deelnemers behoren. Nu de economische en budgettaire ontwikkelingen in beide landen tegenvallen duikt de vraag of de euro, de beoogde eenheidsmunt, ooit verder zal komen dan De Silguy's affiches en reclamespotjes.
Het is de taak van de EU-commissaris om daaraan geen moment te twijfelen. Dat doet De Silguy dan ook niet. Hij belegt volgende week in Brussel een grote conferentie om de euro aan de man te brengen. Nu de Europese regeringsleiders het vorige maand in Madrid eens zijn geworden over de naam euro en de introductie van de munt in 2002, kunnen we de boer op, aldus De Silguy: “De mensen moeten leren van de euro te houden”.
Dat is geen eenvoudige taak. In veel landen is de eigen munt het symbool bij uitstek van de nationale identiteit. Bovendien worden in naam van die euro ingrijpende en pijnlijke bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. Het kind is al schuldig voor het geboren is. Hoewel 50 procent van de Europeanen, volgens De Silguy, voor de komst van de eenheidsmunt is, heeft 'euro' in sommige landen al net zo'n slechte klank als 'Maastricht'.
De burger moet, door Brussel maar vooral door zijn eigen nationale overheid, uitgelegd krijgen waarom die Europese munt zo'n goede zaak is, aldus De Silguy. Een wat tegenvallende economische ontwikkeling doet daaraan niets af.
De EU-commissaris sluit zich aan bij Alexandre Lamfalussy, de president van het Europees monetair instituut (EMI), de voorloper van de Europese centrale bank. In een interview met de Financial Times gisteren, zei Lamfalussy geen enkel teken te zien van een naderende recessie.
Volgens Lamfalussy zal Duitsland volgend jaar zeker kunnen voldoen aan de toelatingseisen voor de muntunie. Uitstel van de muntunie, zoals sommigen binnen de Bundesbank maar ook in politieke kringen in Duitsland bepleiten, zou volgens Lamfalussy uitdraaien op een politieke ramp voor de Europese Unie.
De president van het EMI geeft echter toe dat de aanhoudend hoge werkloosheid in Europa de muntunie in gevaar kan brengen. Een hoge werkloosheid voedt immers de druk op overheden om de begrotingsteugels wat te laten vieren. “Een hoge werkloosheid maakt de muntunie niet onmogelijk, maar de gang naar de Europese munt wordt er wel door bemoeilijkt”, aldus Lamfalussy.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.