AMSTERDAM - Vijf vamps kijken ons in Galerie Bloom vanaf felglanzende foto's ondoorgrondelijk aan. Hun perfectie is genadeloos, het werk van zowel moeder natuur als een geavanceerd 'morphing'-programma. Micha Klein versmolt op de computer het portret van zijn vriendin met de gezichten van vijf fotomodellen en creëerde zo vijf 'zusjes' van zijn droomvrouw.
Met technische middelen etaleert Klein de macht over mooi en lelijk. Bij Galerie Andriesse doet Marlene Dumas hetzelfde, maar dan met het 'antieke' penseel. In haar portretten schraapt Dumas onverbiddelijk het toplaagje van make believe weg dat bijna iedere modefoto kenmerkt. Micha Klein dikt dit laagje juist aan en neemt het als uitgangspunt voor zijn portretanimaties.
Micha Klein (33) behoort tot een kleine groep Nederlandse kunstenaars die al jaren de kracht van de computer als kunstzinning medium weet te benutten. De computerkunst is echter nooit, zoals de videokunst, een volwaardige stroming geworden. Het bleef een beetje in de periferie van het kunstklimaat steken. Pas de laatste paar jaar, bij de opkomst van internet, begint zich iets van een digitale kunststroming af te tekenen.
Samen met Gerald VanderKaap behoort Micha Klein tot de pioniers van de computerkunst. Sinds het begin van de jaren negentig tart hij de kunstconventies met vrolijke poppetjes in een felgekleurd dromenland. Hartjes, smiley's en een cartoonfiguurtje (pilman) dartelen in de taferelen door een bos van palmbomen, exotische bloemen en andere buitenissige vegetatie.
Alles heeft die overduidelijke saus van computeranimatie: ieder vlak of detail is even spiegelend glad als het ander. Geen van de beeldelementen heeft een onderscheidende textuur, zodat het kunstmatige ervan afdruipt. Het is de gelikte beeldtaal, die past in het huidige reclame-tijdperk. In die wereld werd de paintbox voor het eerst ingezet om de dingen nog mooier voor te spiegelen dan gebruikelijk was en Micha Klein maakt daar handig gebruik van. Ook de morphing-techniek werd in de reclamewereld al vroeg gehanteerd om tot de ultieme manipulatie van echt en onecht te komen.
“Om aandacht te krijgen, moet je weten te verleiden, anders sta je machteloos tegenover het visuele geweld van de andere media”, zei Klein onlangs in de NRC. De vrouwen in Galerie Bloom beantwoorden aan alle charmes van de computeridylle. Ogen, oren, neus en mond zijn volledig in harmonie, kaaklijn en jukbeenderen hebben een bijna geometrische kwaliteit, de huid is perzikstrak. De 'cybergirls' weerspiegelen hiermee het summum aan schoonheid en perfectie, maar verleiden doet uiteindelijk alleen het glossy karakter en de onwerkelijke droomomgeving waarin ze gevat zijn. Iedere erotiek ontbreekt aan de supermodellen. Ze zijn te clean. Hun creatie is een zuiver esthetische exercitie.
Als produkt van de house-scene - Klein mixt op houseparty's als VJ ook live videobeelden - ziet de kunstenaar de computer als het enige middel om een eigentijdse uitspraak te doen. “Ik heb zelf ook geschilderd en ik heb hart voor de schilderkunst. Het kan wel mooi zijn, maar het is ouderwets, niet cutting edge.”
Micha Klein verklaart hiermee voor de zoveelste keer deze eeuw de schilderkunst dood. Waar hij aan voorbij gaat is dat de computerkunst - hoe goed ook gemaakt, zoals bij Klein - aan iedere vorm van emotie voorbij gaat. Om daar mee om te gaan is toch die 'ouderwetse' schilderkunst nodig, zo bewijst Marlene Dumas in Galerie Andriesse. Net als Micha Klein wordt Dumas gefascineerd door de modewereld. Vrijwel al haar recente schilderijen zijn gebaseerd op modefoto's. Met haar typische melancholieke schilderhand trekt ze het geposeer van de topmodellen echter onbarmhartig haar eigen wereld binnen.
'My people were all shot/by a camera, framed,/before I painted them.' Zo begint Dumas in 1985 een tekst, waarin ze het gebruik van foto's duidt: “Ze wisten niet dat hen dit aan zou doen. (...) Ze werden niet betaald. Ze werden niet geregisseerd.” Dumas heeft altijd een scherp oog gehad voor onderhuidse emoties. Haar 'modellen' gebruikt ze steevast als vehikel voor onuitgesproken melancholie, verborgen droefheid of de tergende onzekerheid die onder een dun laagje bravoure sluimert.
De kracht van Dumas' omgang met thema's als mode, mannelijke/vrouwlijke rolmodellen, schoonheidscultuur en pornografie is de scherpheid waarmee ze alle subjectieve emoties achter de oppervlakkigheid van pose, uiterlijk en make believe blootlegt. De sleutel voor deze scherpheid ligt in de schilder- en tekenkunst. De grillige lijn van haar tekenpen en de vage vlek die haar penseel produceert ontglippen iedere vergelijking met de werkelijkheid. Het zijn de instrumenten van de persoonlijke visie, waarmee Dumas haar fotografische voorbeelden van een laag kan voorzien die niemand anders aan kan brengen.
Het is het essentiële verschil met Micha Kleins computerkunst. Zijn manipulaties worden gedicteerd door technische handelingen die in principe door iedereen nagedaan kunnen worden. Natuurlijk spelen bij hem ook elementen als improvisatie, verbeelding en creativiteit een rol, maar het eindprodukt zal altijd grofweg dezelfde esthetiek hebben. De computerkunstenaar ontbeert een handschrift, zoals Dumas dat overduidelijk wel heeft. Het één is niet beter dan het ander, maar de boodschap wordt er wel essentiëel anders door. Uiteindelijk hebben beiden daardoor ook als hedendaags medium hun eigen geldigheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.