*

 
dossier

Archief

Sabharwal zat eerst in de thee en zit nu op rozen

KEES BROERE − 09/11/96, 00:00

Producten reizen vaak de hele wereld over voor ze in het land van bestemming worden verkocht. De wereld wordt steeds kleiner, maar de condities waaronder mensen deze producten maken, veranderen niet altijd mee. De Nederlandse regering wil daarom volgende maand op de wereldhandelsconferentie in Singapore een internationale discussie over wereldwijde sociale normen. Deel één van een serie over sociale condities in verschillende geglobaliseerde industrietakken. Vandaag: Rozen uit India. De reis van de roos. De rozenplanten zijn uit Nederland naar India gekomen, de kassen uit Frankrijk. De rozen met kortere stam, iets opener knop en sterker geur zijn voor de binnenlandse, Indiase markt. De kwaliteit ervan is precies hetzelfde als die van de exportrozen, maar buitenlanders houden meer van een lange stam dan van een geurende bloem. Met de koelwagen is het een stief uurtje van Gurgaon naar de internationale luchthaven van New Delhi. Daar staan de vrachtvliegtuigen klaar. Lufthansa vliegt op Frankfurt, waarvandaan de rozen naar de veiling in Düsseldorf en verder naar de winkels gaan. De rozen in het Japanse toestel komen uiteindelijk in Tokio en Osaka terecht.

Sabharwal is de productie-manager van Vishwa Flora, een van de ongeveer vijftig Indiase bedrijven die bloemen kweken voor de binnen- en buitenlandse markt. Vroeger werkte hij in Assam, de deelstaat in het noordoosten van India. Toen zat hij in de thee, nu zit hij op rozen. De overstap bevalt hem nog elke dag. De kalender achter zijn bureau herinnert hem aan de Nederlanders van 'Moerheim', het bedrijf dat Vishwa Flora mede heeft opgericht.

“Wij wilden bewijzen dat het ook in de eeuwenoude, traditionele Indiase landbouw mogelijk is om hoogwaardige technologie in te brengen”, zegt Sabharwal. “Technologie die de productie omhoog stuwt en toch het milieu niet schaadt.” In het jaar 2000, zo claimt Vishwa Flora, zal het bedrijf volledig milieuvriendelijk zijn. “Reken maar dat we dat dan luidkeels zullen laten merken.” Dan ook hoopt men de exportomzet fors verhoogd te hebben. De wereld gaat open.

Laatkomers

Nederland heeft zo'n 65 procent van de bloemenexportmarkt in handen. India neemt minder dan een procent voor zijn rekening. “We zijn laatkomers”, zegt Sabharwal, verwijzend naar het proces van economische liberalisering dat pas in 1991, onder de vorige Indiase regering op gang is gekomen. Maar met de komst van de WTO, de Wereldhandelsorganisatie, lokt ook voor Vishwa Flora het perspectief van de vrije handel. “Grenzen worden eindelijk geslecht”, zegt Sabharwal.

De pogingen van het bedrijf om zijn rozen op de veiling van Aalsmeer te krijgen, zijn mislukt. “We zijn er begonnen, maar ze waren bang voor ons, we zijn eruit gegooid. De gedachte bestond dat India met duizenden hectares tegelijk de Nederlandse productie om zeep zou helpen.”

Kassen

In Duitsland en Japan kan Vishwa Flora wel terecht. Op dit moment gaan jaarlijks ruim 5,5 miljoen rozen uit de kassen van de firma in Gurgaon naar overzeese markten.

Europeanen zijn bereid meer te betalen voor een roos van eigen kweek. Zij hoeven niet te reizen, staan voortdurend in water en komen dus verser op de markt. Maar in de koude winter daalt de productie. Dan daalt ook de importheffing op rozen uit India, van 20 naar 15 procent. Nog maar weinig mensen in het Westen realiseren zich dat de kweek van buitenlandse rozen minder energie-intensief is. Bij Vishwa Flora staan ze in natuurlijke grond en zijn ze niet afhankelijk van kunstlicht.

Sabharwal leidt rond. In de kassen werken in totaal circa veertig mensen. De meesten van hen zijn afkomstig uit de buurt van Gurgaon. Landloze boeren bijvoorbeeld, en seizoenarbeiders, het soort mensen dat vroeger maar een gedeelte van het jaar een inkomen had.

Bij Vishwa Flora werken ze zes dagen per week, acht uur per dag. Een gemiddeld loon ligt rond de 1700 rupees, zo'n 85 gulden per maand. Ruim de helft meer dan een keuterboer ooit zou verdienen.

De sirene gaat, de middagtheepauze van tien minuten is voorbij. De arbeiders spoelen hun kopjes om bij een van de waterpompen in een kas.

Sunil Tyagi wandelt terug naar zijn planten. Hij is de opzichter van 'Grand Gala', een rode roos waarvan de stengel bijna een meter lang kan worden. Wat vindt hij van de gewoonte om 'vaker een bloemetje mee te nemen'? “Dat moeten mensen vooral doen”, zegt hij lachend, “het brengt geluk.” Zelf heeft hij iemand ooit plastic bloemen gegeven.

Automerk

Tyagi werkte voor een fabriek die reserveonderdelen maakt voor het Indiase automerk Maruti. “Dit is dichter bij huis en het salaris is beter.” Zwaar is het werk niet, hij werkt graag op het land. “Ik heb begrepen dat mensen in Nederland fysiek groter en sterker zijn, ik heb het ook zelf wel eens gezien, toen mensen van Moerheim hier kwamen. Maar dit kan ik ook aan en bovendien heb ik hier permanent werk. Het technische werk in de fabriek was leuk, maar niet gegarandeerd.”

Bij de kas met Sangria-rozen, bloemen met kleine knoppen die bij de Japanners 'erg geliefd' zijn, zwaait Bima Singh de scepter. Net als de andere mannelijke arbeiders draagt hij het uniform van lichtgroene blouse en donkergroene broek. Op de vraag naar zijn leeftijd onstaat verwarring. “Ik denk een jaar of 35”, zegt Singh. Jonger is hij zeker niet. Als vroegere landloze boer is ook hij zeer tevreden met het vaste salaris dat hij nu verdient.

Op de vraag of ze lid zijn van een vakbond reageren de werknemers vol onbegrip. Er is helemaal geen vakbond in hun sector. Maar vakbondsvrijheid is er wel in India.

Kinderarbeid is bij Vishwa Flora uit den boze. Het bedrijf neemt niemand in dienst die jonger is dan 18 jaar, of ouder dan 58, want dan wordt het ongezond om zo veel te moeten bukken. De salarissen zijn conform de norm van de regering in de deelstaat Haryana, waartoe Gurgaon behoort, 'of nog iets hoger', zoals Sabharwal beweert. Feit is dat de afgelopen jaren bijna niemand het bedrijf heeft verlaten voor een betere baan.

Kantine

Bij de hal waar de bloemen worden gesneden en verpakt, wordt gewerkt aan de bouw van een kantine. Nu al zijn de luiken van de airconditioning te zien, een vorm van koeling die de medewerkers van Vishwa Flora in hun eigen huizen volstrekt niet kunnen betalen. Tegenover de kantine is de ruimte waar de mannen zich na het werk kunnen wassen. De paar vrouwen die bij het bedrijf werken, wassen zich thuis. Voor Indiase begrippen zijn alle werkruimtes ongekend schoon.

Vishwa Flora is een succesverhaal, waarvoor niemand zich hoeft te schamen. Toch worden de rozen op de buitenlandse markt niet als 'Indiase rozen' aangeprezen en verkocht. Het Zuidaziatische land heeft immers geen schoon en geurend imago. “Voor een deel is dat zeker onze eigen schuld”, zegt oprichter en directeur P. Viswanathan, “maar voor een deel wordt ook een grove kwast gebruikt om India zwart af te schilderen. Als tien procent niet deugt, blijkt ineens niets te deugen.”

Viswanathan is een man van de wereld. Zijn vorige baan was bij de computergigant Hewlett Packard. Hij besloot een nieuwe draai aan zijn leven te geven en te gaan 'boeren'. Zijn ruime internationale ervaring kwam hem bij het opzetten van de rozenkwekerij prima van pas. Over zijn directeurssalaris heeft hij niet te klagen: “Als je het omrekent in Nederlandse guldens is het bijna net zo veel als een arbeider in een Nederlandse bloemenkwekerij verdient.” Hij glimlacht.

Illegale arbeiders

“Ik ken de negatieve verhalen over India. Maar ik kan u meenemen naar een Nederlandse kas en u daar de illegale arbeiders laten zien. De Turken, de Marokkanen, de Oost-Europeanen. Laten we elkaar niets wijsmaken. Ik betaal mijn mensen hier een fatsoenlijk vast salaris. Ik kan niemand zomaar ontslaan. Nederland is een hoog ontwikkeld land. Maar kijk naar de kweek van rozen. Jullie hebben nauwelijks grond. De zon schijnt maar weinig. En natuurlijk: het is bij jullie veel te koud.”

mailIcon print |