*

 
dossier

Archief

Sorgdrager wachtte niet op conclusies enquête

TEUN LAGAS − 01/02/96, 00:00

DEN HAAG - Oud-D66-staatssecretaris Zeevalking waarschuwde weken geleden al dat zijn partijgenote minister Sorgdrager een zware tijd krijgt wanneer straks de debatten in de Tweede Kamer losbarsten over het rapport van de commissie-Van Traa.

Niet dat Zeevalking toen enig inzicht had in de conclusies die de parlementaire enquêtecommissie vandaag openbaar maakt. Maar de oude D66-rot zag Sorgdrager naar lager wal drijven omdat ze nu eenmaal geplaagd wordt door wat hij noemde 'een kettingreactie van affaires rond haar persoon'.

Sorgdrager zelf was ook al somber toen zij zich half januari voor de tweede keer in de Kamer moest verdedigen in de kwestie van het gedwongen ontslag met gouden handdruk voor de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Ze klaagde dat het erop leek alsof de jacht op D66-ministers was begonnen. Premier Kok suste haar, en Sorgdrager slikte haar zelfbeklag in.

De vraag is hoe beschadigd de vrouw inmiddels is, die na een stormachtige carrière in het justitie-apparaat in de zomer van 1994 door D66-leider Van Mierlo werd neergezet op deze zware ministerspost. De kwestie van de gouden handdruk die aan haar kleeft moet ook weer niet overdreven worden. Weliswaar vond de gehele Tweede Kamer de prijs voor het ontslag van Randwijck te hoog, maar de hele zaak blijft kinderspel vergeleken met de grote belangen die de komende tijd op spel staan. Na de presentatie van het rapport-Van Traa moet Sorgdrager aan de bak met wezenlijker vraagstukken, zoals het creëren van rust in het ruziënde justitie- en politieapparaat, het uitzetten van strakke lijnen voor gewaagde opsporingsmethoden met infiltranten en de reorganisatie van het openbaar ministerie waar inmiddels de bulldozer procureur-generaal Docters van Leeuwen al flink de bezem door haalt.

Aan de vooravond van de discussies kan niet worden volgehouden dat Sorgdrager met de handen in het haar heeft afgewacht hoe het justitieapparaat steeds stuurlozer afgleed, sinds eind 1993 de ruzies losbarstten rond het Interregionale Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht. In de verhoren eind vorig jaar voor de enquêtecommissie werd bijvoorbeeld duidelijk dat de ambtelijke top van het ministerie van justitie zich langdurig slapende hield toen er allerlei signalen kwamen over uit de hand gelopen opsporingsmethoden die werden gehanteerd door de Haarlemse tak van dit IRT. Zij gaven de alarmsignalen niet adequaat door aan de toenmalige minister van justitie Hirsch Ballin (CDA). Sorgdrager is inmiddels begonnen aan een spelerswisseling in diezelfde ambtelijke top.

Eenzelfde soort operatie begon ze in de top van het openbaar ministerie. Onder de jongere generatie officieren van Justitie wordt haar keuze voor Docters van Leeuwen als grote schoonmaker toch wel als een zegen beschouwd.

Dan is er het gevoelige punt dat sommige politie- en justitiemedewerkers veel te ver zijn gegaan in hun deals met criminele informanten, die werden ingezet voor de jacht naar miljoenenverdieners in de top van drugsbendes. Sorgdrager, in haar vorige loopbaan procureur-generaal in Arnhem en Den Haag, is nooit een geharnast tegenstander geweest van opsporingsmethoden waarmee softdrugs via infiltranten werden doorgelaten met het oog op een hoger doel: het oprollen van complete bendes. Voor de enquêtecommissie zei zij daarover: “Ik denk namelijk dat een methode zoals de bedoelde onder strikte omstandigheden, met een strikte begeleiding op zich toelaatbaar kan zijn. Als je dit op zo'n moment afsnijdt betekent dat nogal wat voor de opsporing van grote criminele groeperingen.”

Met die strikte begeleiding van juridisch gewaagde vechtmethodes tegen grote drugsbendes maakte Sorgdrager een begin toen ze een speciale toetsingscommissie in het leven riep om het college van procureurs-generaal te adviseren. De lijn werd: infiltratie en doorleveren van drugs mag niet meer, tenzij de toetsingscommissie in uitzonderlijke gevallen daar toestemming voor geeft. Sindsdien werden nauwelijks nog aanvragen gedaan om aan drugsdoorlever- operaties te mogen beginnen en bleven de manoeuvres van al te amateuristische cowboyrechercheurs binnen de perken.

Sorgdrager kan zich straks dus verdedigen door te verwijzen naar de veranderingen die ze al heeft doorgevoerd, zonder af te wachten waar de commissie-Van Traa mee komt. Wat ze niet kan voorzien, en waar veel van zal afhangen, is de formulering die Van Traa en de zijnen kiezen in de beoordeling van de minister en oud-procureur-generaal. Wat zal de enquêtecommissie bijvoorbeeld vinden van de 'geheugenstoring' die optrad tussen haar en de Haagse hoofdofficier van justitie Blok?

Blok zegt zeker te weten dat hij Sorgdrager in januari 1994, vlak na haar aantreden als procureur-generaal in Den Haag, op de hoogte bracht van een actie van Haagse rechercheurs, die harddrugs geregisseerd lieten doorvoeren in een poging de cocaïnelijn Colombia-Parimaribo-Nederland op te rollen. PG-Sorgdrager gaf dit niet door aan haar toenmalige politieke baas, minister Hirsch Ballin. Sterker, drie maanden later liet ze in een persoonlijke fax aan Hirsch Ballin blijken dat zij de methode van doorleveren (met softdrugs) op zichzelf wel aanvaardbaar vond. Hoe kon een PG zo'n in opspraak rakend systeem verdedigen terwijl zij wist dat in haar eigen ressort ook harddrugs via de politie naar de markt werden doorgesluisd? Was er geen alarmbel gaan rinkelen?

Dat is simpel, verweerde Sorgdrager zich voor de commissie-Van Traa. De waarschuwing van Blok was er helemaal niet. Ze betichtte de hoofdofficier overigens niet keihard van leugens. Ze hield alleen maar staande: “Ik kan het mij absoluut niet herinneren. En met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeg ik: hij heeft het niet gezegd.”

Zelf houdt ze er rekening mee dat de commissie-Van Traa de waarheid rond de geheugenstoring niet boven water krijgt. Blok kan haar gewaarschuwd hebben zonder dat het is overgekomen, redeneert Sorgdrager. Het afgelopen weekeind zei de minister in een tv-uitzending: “Het gaat er niet om of iemand wel of niet de waarheid heeft gesproken. Het gaat er om wat je je herinnert.” Dat neemt niet weg dat Sorgdrager op een heel essentieel punt wegvlucht in een wit gat van haar geheugen.

In hoeverre de Tweede Kamer bloed ruikt na deze parlementaire enquête zal Sorgdrager vandaag duidelijk worden uit de eerste reacties van de fracties. Enquêtes vergen slachtoffers is een dooddoener aan het Binnenhof. Die regel gaat niet altijd op. Bij de enquête naar de uitvoering van de sociale zekerheid rolden geen koppen, na de enquête naar de weggegooide overheidsheidssteun voor RSV bleef minister Van Aardenne gewoon zitten, al was dat krachteloos als 'aangeschoten wild'.

Van Sorgdrager wordt niet verwacht dat zij bereid is om na een berg van kritiek zo vleugellam als Van Aardenne haar verdere tijd in het kabinet uit te zitten. Als Sorgdrager politiek te zwaar wordt aangepakt is ze geneigd op te stappen, leert de ervaring met deze minister. Niet voor niets vroeg ze in oktober na het stormachtige debat over de gouden handdruk nadrukkelijk het vertrouwen van de Kamer. Ze weigerde de komende zware operatie, de reorganisatie van Justitie, uit te voeren met de handen op de rug gebonden. Ook nu zal ze geen positie als aangeschoten wild accepteren. Vanuit de huidige underdog-positie kan ze nog steeds uitgroeien tot een populaire bewindsvrouw. “Ze heeft er nog zin in”, klinkt het aan de vooravond van de dag van Van Traa uit de kring direct rond de minister.

mailIcon print |