*

 
dossier

Archief

Overal wordt er met de pet gegooid naar 'Loi 101'

BERT VAN PANHUIS − 10/04/96, 00:00

Officieel is Canada een tweetalig land. Officieel geldt dat ook voor Quebec, de weerspannige provincie die bij wet heeft uitgesproken dat Frans de enige officiële taal is. Maar ook hier rukt het Engels nu op. Deel drie uit een serie van vier artikelen over deze Canadese provincie.

Josée Legault, een jonge politicologe aan de Montrealse Universiteit van Quebec (QUAM), en Michel Plourde, voormalig hoofd van de Franse Taalraad, hebben na het openbaar worden van hun omstreden rapport over de taalsituatie de wind van voren gekregen van de gematigde vleugel van de Parti Québecois (PQ), die sinds september 1994 de regering vormt en die er vorig jaar oktober bijna in slaagde een meerderheid van de bevolking achter haar plan te krijgen om Quebec af te scheiden van de rest van Canada.

Quebecs Handvest voor de Franse taal bestaat 25 jaar en de regering had een commissie van vijf opdracht gegeven uit te zoeken hoe het met de positie van het Frans is in het dagelijkse leven en op de werkvloer. Legault maakte deel uit van een de commissie, die een verslag heeft opgesteld voor een ambtelijke commissie onder leiding van Nicole René, de directeur van het Bureau voor de Franse taal. Die commissie legt de laatste hand aan een eindverslag dat als basis moet dienen voor het oordeel van minister Beaudoin.

Sinds de vaststelling van het handvest kwam eind 1975 de eerste PQ-regering aan de macht en anderhalf jaar later heeft het toen door de Franstalige separatisten gedomineerde parlement van Quebec de taalwet Loi 101/Bill 101 aangenomen. De oorspronkelijke wet spreekt uit dat het Frans de enige officiële taal van Quebec is. Dat is ook de enig toegestane taal in de rechtspraak, de wetgeving en de regeringsbesluiten. Bovendien moeten de overheid, de gemeentebesturen, de overheidsdiensten en de gezondheidszorg zich van het Frans bedienen.

Engelse scholen zijn alleen toegankelijk voor kinderen, van wie de vader of moeder lager onderwijs in het Engels hebben gehad en bedrijven met meer dan vijftig werknemers moeten sinds 1983 een certificaat kunnen tonen dat garandeert dat ze Frans gebruiken op de werkvloer. Daarnaast moeten alle officiële borden en bordjes en de zakelijke aanduidingen op bedrijfspanden in het Frans zijn gesteld.

Bij het van kracht worden van de wet liet de federale regering in Ottawa weten dat een aantal bepalingen in strijd was met de grondwet, die van Canada officieel een tweetalige samenleving maakt. Maar de toenmalige premier Pierre Trudeau - zelf een Québecois, maar vanwege zijn federalistische opvattingen intens gehaat door de separatisten - was niet van plan zijn vingers te branden aan het gloeiend hete taalprobleem. Hij zei dat de rechter daar te gelegener tijd uitspraken over moest doen.

Driemaal heeft een rechtbank het onaanvaardbaar over een clausule uitgesproken. Rechtbanken en parlementariërs mogen zich van beide talen bedienen, Engelstalige ouders, die van elders naar Quebec komen mogen hun kinderen op Engelse scholen doen en het bedrijfsleven hoeft niet uitsluitend Frans te gebruiken op zijn ramen en puien.

Julius Grey, een advocaat uit Montreal die zich voor de rechter sterk heeft gemaakt voor de verandering meent dat Loi 101 desondanks prima functioneert en dat het Frans inderdaad is verankerd in de Quebecse samenleving. Bedrijven bedienen zich op de werkvloer en ook op straat voornamelijk van het Frans, francofonen verdienen net zoveel als anglofonen, immigrantenkinderen gaan naar Franse scholen en over de tweetaligheid van de rechtspraak wordt zelden geklaagd, stelt Grey vast. “Wet 101 heeft Quebec wezenlijk veranderd.”

Wie zich door een als tweetalig bekend staande stad als Montreal beweegt, kan niet anders constateren dan dat het Frans er dominant is. De straten zijn er allemaal Rue, Boulevard of Avenue en het hotel ligt aan Place Piccadilly. Je krantje koop je bij het Maison de la Presse Internationale en het boek wordt uitgezocht in de Librairie Coles. Onderaan de kassabon word je bedankt met een Merci de magasiner chez Coles.

Bij het betreden van de winkels kan men kiezen uit 'Tirez' en 'Poussez' en tenzij je zelf het initiatief neemt is de aanspreekvorm van het personeel automatisch Bonjour m'sieur. Wie zich toch prettiger voelt met Engels wordt verder bediend met een vlekkeloos Engels, zij het dat het lichte accent verraadt wat de 'moedertaal' van de ander is. Net zoals trouwens de Engelstaligen zich verraden met hun uitspraak van het Frans.

Legault en Plourde komen in hun 401 pagina's dikke verslag tot naar hun mening alarmerende constateringen en daaraan gekoppeld radicale remedies. Uitgaand van de oorspronkelijke wet stellen zij vast dat die niet wordt nageleefd. Dat is grotendeels de schuld van de rechter, die zich weer baseert op het federale handvest van rechten en vrijheden, zeg maar de grondwettelijk verankerde grondrechten van de Canadese burger. De enige manier om de Quebecse taalwetten te beschermen is, concludeert het tweetal, “door een wijziging van de constitutionele status van Quebec”. In andere woorden: door afscheiding.

Overal wordt er met de pet naar gegooid, meent het tweetal. Het meest verontrust hen de situatie bij het onderwijs, met name dat aan kinderen van allochtonen. Dat is een zeer gevoelig onderwerp in Quebec, zeker na de uitval van inmiddels ex-premier Jacques Parizeau na het bekend worden van de referendumuitslag dat 'geld en de etnische kiezers' de separatisten van een meerderheid hebben afgehouden. Parizeau dreigde daarmee de péquisten niet alleen een nationalistisch imago te bezorgen, maar ook een racistisch.

Een derde deel van de allophones, beweren Legault en Plourde, die tussen 1976 en 1991 naar Quebec zijn gekomen spreekt nog altijd geen Frans en onder elkaar hanteert men nog veelal de moedertaal. Slechts vier op de tien werken in een overheersend Franstalige omgeving. Zestig procent kijkt in Montreal naar de Engelstalige televisie en vrijwel allemaal lezen ze een Engelstalige krant. Video's in het Engels vinden veel meer aftrek dan die in het Frans. Op 59 procent van de Franse scholen is de helft of meer van de leerlingen van allochtone origine en dat bemoeilijkt de integratie.

“Een voorlopige studie, die door een klein comité van ministers zal worden bestudeerd en daarna van reacties en correcties wordt voorzien”, trachtte de Quebecse minister voor de taalwetten, Louise Beaudoin, het gewicht van de bijdrage van Legault en Ploudre te verminderen. En ze deelde mee dat haar ambtenaren 'twijfelen' aan de juistheid van sommige gegevens en conclusies. Pas als het eindrapport klaar is komt de regering met een standpunt over de plaats van het Frans in de provincie.

Beaudoin gaf aan dat van de paragraaf over het onderwijs niets deugt, dat de cijfers niet kloppen en dat zij voor het eindrapport zal worden herschreven. Zij verwees onder meer naar een enkele jaren geleden verschenen studie, waarin wordt vastgesteld dat het aantal allofonen dat een gesprek in het Frans kan voeren, tussen 1971 en 1991 is gestegen van 47 naar 69 procent.

Rond het openbaar worden van de bijdrage van Legault - die is afgestudeerd op de these 'Het verzinnen van een minderheid: de Anglo-Quebecois' - speelde zich een venijnig ruzietje af. De politicologe verweet de minister in een brief dat deze het rapport onder de tafel wilde laten verdwijnen of in elk geval wilde herschrijven.

Verdonkeremanen van de feiten, aldus Legault. De brief lekte prompt uit naar de media. Naar de dader wordt nog steeds gegist. Minister Beaudoin, die zich het verwijt niet liet aanleunen, deelde het rapport meteen met gulle hand aan de pers uit en veegde het vervolgens van de tafel.

De nieuwe PQ-premier Lucien Bouchard wacht nu de taak om een nieuwe taalstrijd te voorkomen. Eind februari wist hij te voorkomen dat men binnen de partijtop elkaar erover in de haren vloog.

Vooruitlopend op een bespreking van het definitieve taalrapport heeft hij olie op de golven gegooid en zijn aanhang opgeroepen “de nieuwe taalsituatie” te aanvaarden.

Al zal Bouchard niet zover gaan als de tekenaar van een spotprent van de Engelstalige, Montrealse krant The Gazette die een zeer onflatteuze tekening van de politicologe maakte met als bijschrift: 'Kan in het belang van een nieuwe “dialoog” wet 101 zo worden aangescherpt dat het verboden wordt voor Josée Legault om Engels te spreken?'

mailIcon print |