Het zijn spannende dagen in kerkelijk Nederland: wie mag zich straks kampioen preken noemen? Vurig hoop ik dat mij deze eer te beurt zal vallen, laat ik daar eerlijk over zijn.
Het was nog wel een heel uitgezoek, voor ik de beste van 1996 had gevonden, want ze zijn allemaal van hoog niveau, maar één springt er naar mijn gevoel toch uit, een preek over de schriftgeleerden en over het penningske van de weduwe: 'Hoedt u voor de schriftgeleerden, zij lopen bij voorkeur rond in lange gewaden, op de markt willen zij graag eerbiedig gegroet worden en in de synagoge willen zij het liefst op de eerste rij zitten'.
Een sterke tekst, waar ik een zo mogelijk nog sterkere preek over maakte, actueel én van alle tijden, erudiet en toch toegankelijk, vroom, vrouwvriendelijk, fraai van opbouw en fris van toon. Voeg daarbij mijn voortreffelijke voordracht en u kunt zich voorstellen hoe enthousiast de mensen waren in de plaatsen waar ik het afgelopen jaar deze preek heb gehouden. In Stompetoren, het Noord-Hollandse dorp waar ik mijn carrière begon en nog eenmaal 's jaars de kansel bestijg, zei de ouderling na afloop 'Ik heb je wel eens slechter gehoord', het grootste compliment dat ik ooit in gindse streken mocht ontvangen. En in de Haagse Kloosterkerk was het kerkvolk al evenzeer onder de indruk, na het amen bleef het muisstil, de organist vergat gewoon dat er nog wat gezongen moest worden. (Het is de kerk van mijn broer, ik weet zeker dat hij ook aan de wedstrijd meedoet. Een geduchte concurrent natuurlijk, want hij kan het ook mooi zeggen, maar misschien worden wij wel één en twee, onze vader die nog op de aarde is, zal zijn geluk niet opkunnen).
Mijn vrouw is erop tegen, dat ik meedoe. Ze vindt het al dubieus als iemand met zijn geloof te koop loopt, het sein gaat bij haar helemaal op onveilig als iemand ervoor kiest daar zijn vak van te maken, maar dan óók nog eens het toernooiveld betreden om te strijden voor de prijs van de schriftgeleerde van het jaar, dat is haar echt te gortig. Het deed haar denken aan de monnik die zo trots was dat hij de wedstrijd voor de nederigste monnik had gewonnen. Ze zei ook dat mijn godgeleerde grootvader zich in zijn graf omdraait. Als iemand na een dienst opmerkte dat hij mooi gepreekt had, zei hij altijd dat de duivel hem dat ook al had verteld.
Mijn vrouw begrijpt er dus helemaal niets van. Alsof ik het voor mezelf doe! Ik doe het slechts voor de Heer die ik dien. Zoals Nelli Cooman bij de start van de honderd meter sprint altijd even een kruisje laat, zo draag ook ik deze race aan God op. Zij en ik, wij hebben een aantal talenten gekregen en die gebruiken wij zo goed mogelijk. Wat is er dan tegen om van tijd tot tijd in een kleine competitie uit te maken wie het hardst holt en het mooiste preekt? Wie kreeg van de Schepper de rapste benen? Op welke Nederlandse kansel stemt de Eeuwige op zondagmorgen bij voorkeur af?
Natuurlijk, ik weet al wel dat ik een aardig nummertje kan weggeven, maar ik zou dat zo graag openlijk bevestigd willen zien. Het is natuurlijk prettig om de lof te oogsten van eenvoudige kerkgangers, maar om straks uit handen van niemand minder dan staatssecretaris Schmitz en priester-kunsthistoricus Antoine Bodar de erepalm te ontvangen, kijk, dat is andere koffie. Wanneer de politieke top van Nederland en 's lands knapste priester jou tot koning kronen, dan ben je officieel erkend en staat je naam voor eeuwig in de door Trouw beschikbaar gestelde zilveren Avondmaalsbeker gegraveerd. Ons land kent heel wat pastoors en predikanten die het in eigen dorp of stad aardig rooien, maar tot op heden blijft voor allen de klemmende vraag: wat vindt Den Haag ervan en Rome? Op die vraag weten wij weldra het antwoord.
Over Rome gesproken: moet deze wedstrijd eigenlijk wel tot Nederland beperkt blijven? Want de akker is de wereld en wie zou nu 's werelds beste zaaier zijn? Een mens moet altijd naar het hoogste streven, en dan wil je niet alleen nationaal aan de top staan, dan wil je ook mondiaal de beste zijn. Wat een uitdaging om straks op de Olympische Spelen met de grootste kanselredenaars van alle continenten voor goud te gaan!
Nee, ik verheug mij op de dagen die komen. Ik ga er tenminste van uit dat ik het in ieder geval tot de laatste vijf schop, die dan ergens in den lande op een doordeweekse dag om de overwinning gaan strijden.
Mijn vrouw houdt vol dat het niet kan. De prediking is iets intiems, zegt ze. Je spreekt en je luistert voor Gods aangezicht en voor niets en niemand anders. Het is als met vrijen, zegt ze, dat doe je ook niet voor de camera. Ja, dat kun je wel doen, maar dan is het geen vrijen meer, dan is het theater, dan voer je iets op. Dan bemin je je geliefde niet, dan ben je samen in de weer om de cameraman te bevredigen. Zegt ze.
Ze begrijpt er dus werkelijk niets van, mijn vrouw. Het zal u niet verbazen dat zij tot het slag mensen behoort dat ook een afkeer heeft van de jaarlijkse Miss Holland-verkiezing. Schoonheid is niet te meten, vindt ze, schoonheid zit van binnen. En meer van die onzin, maar breng haar dat maar eens aan het verstand.
Ik heb nog één vraag: zou het mogelijk zijn dat die vijf genomineerden straks ook een gebed uitspreken? Ik hoop het oprecht, want ik kan namelijk ook zo prachtig bidden. Als ik bid om verlichting met de Heilige Geest, dan hóór je die gewoon naar beneden klapwieken, als een duif. Dat zeg ik waarachtig niet om mezelf op te hemelen, want het is allemaal genade, daar ben ik me terdege van bewust. Maar de borsten van Miss Holland zijn ook genade, en wat is er tegen dat een deskundige jury daarvan in vervoering raakt en er vervolgens een lauwerkrans aanhangt? Stel je voor: ik bid al zo mooi als ik alleen in mijn binnenkamer ben, met publiek erbij klinkt mijn gebed nog eens zo schoon, wat moet het dan wel niet worden, wanneer ik straks de representanten van paars en paus in de gestalten van Schmitz en Bodar vraag om de handjes even te vouwen?
“Heer God, God van Trouw, zegen deze wedstrijd. Zegen de leden van de jury en zegen de vijf finalisten. Dat de beste moge winnen, tot eer van uw Naam en tot glorie van uw Rijk. En laat ons allen zijn als die arme weduwe die, zo geheel anders dan de schriftgeleerden van die dagen, zichzelve niet zocht maar onopvallend en in stilte koperstukjes in de offerkist op het tempelplein wierp, haar ganse levensonderhoud. Breng ons zo uw heilig evangelie weer te binnen, dat het de zwakken zijn die de sterken beschamen en dat de eersten de laatsten zullen zijn. Amen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.