Van onze correspondent BRUSSEL - De euro moet. De euro is goed. Alleen we moeten de burger daarvan nog overtuigen. Want die gelooft het niet zo, hoewel er voor het eerst een nipte meerderheid voor de komst van de Europese munt is.
De burger is het doelwit van de campagne die gisteren in Brussel met een grootse conferentie werd ingeluid. “Het aantal voorstanders van de euro groeit”, riep EU-commissaris Yves-Thibault de Silguy enthousiast. Eurostat, het statistisch bureau van de EU, wist in december na een telefonische enquête 54 procent 'voor' te noteren, 7 procent meer dan in het voorjaar van 1995 was gemeten. Maar, ook het aantal tegenstanders van de Europese munt was gestegen, van 33 naar 37 procent.
De Europese munt was in december nieuws, toen de regeringsleiders hem in Madrid 'euro' doopten. En die media-aandacht heeft de categorie 'weet niet' doen krimpen. Vandaar.
Voor Brussel tellen echter de voorstanders, en die zijn de 50 procent gepasseerd. Het 'euro-enthousiasme' is bepaald niet gelijkmatig verdeeld. De Italianen zijn het meest enthousiast, 74 procent is voor, maar die mogen waarschijnlijk nog niet meedoen als de muntunie op 1 januari 1999 start. Voorstanders zijn schaars in Denemarken en Groot-Brittannië, maar die landen wìllen niet meedoen. Maar ook Zweden (30 procent voor), Finland (37 procent) en Duitsland (38 procent voor) lopen niet warm voor de euro. In Nederland daarentegen is 58 procent voor.
Eerste en belangrijkste boodschap van Brussel aan de burger is dat de gang naar de muntunie géén massale werkloosheid veroorzaakt. De muntunie moet op 1 januari 1999 beginnen met de landen die tegen die tijd voldoen aan de toelatingseisen. Alleen Luxemburg slaagt op dit moment voor dat examen. Alle andere EU-landen moeten hun begrotingstekort en/of staatsschuld nog drastisch verminderen.
De bezuinigingen die daarvoor nodig zijn, hadden we ook zonder een toekomstige muntunie moeten doorvoeren, zei de Italiaanse premier Dini gisteren. Want, euro of geen euro, een gezond financieel beleid is een noodzaak. Bovendien kunnen enkele EU-landen, Denemarken voorop, aantonen dat zuinigheid gepaard kan gaan met een dalende werkloosheid. Toch blijven in veel landen de bezuinigingsprogramma's de rotte geur verspreiden die aan het verdrag van Maastricht en de euro wordt toegeschreven.
Minister van financiën Zalm stond geboekt als deelnemer aan de conferentie over de Europese munt, maar moest gisteren verstek laten gaan vanwege de problemen rond Fokker. En hoewel er misschien geen rechtstreeks verband bestaat tussen beide zaken, het is in veler ogen meer dan toeval.
De begrotingscijfers van Duitsland, Europa's grootste economie, vallen ineens tegen. Frankrijk heeft grote moeite met het terugdringen van zijn tekorten. Italië en België kampen met een staatsschuld die groter is dan hun bruto binnenlands produkt. En dan moeten ook nog de groeiverwachtingen drastisch naar beneden worden bijgesteld en blijft de werkloosheid in de Unie groeien.
Een slechter moment om de euro aan de man te brengen is nauwelijks denkbaar. Zalm was dan ook niet de enige die wegbleef. Premier Kok stond aanvankelijk op de sprekerslijst maar zegde eerder al af. Kopstukken uit Duitsland waren er niet.
De EU-ministers van financiën waren gisteren bijeengeroepen voor een vergadering. Niet dat er iets besproken moest worden, maar eenmaal in Brussel zouden zij wel naar de conferentie komen. Ook dat hielp niet; slechts een handvol draafde op. Een Luxemburgse diplomaat sprak schamper van “die muntenruilbeurs”.
De conferentiegangers die er wel waren konden zich vergapen aan een tentoonstelling van Europa's muntenchaos door de eeuwen heen. Met als klapstuk de virtuele valutamarkt, een interactieve multimedia computersimulatie van de geldhandel. De Europese Commissie liet het speciaal voor de gelegenheid ontwikkelen. Kosten: een slordige drie ton. De valutahandelaar op het computerscherm toont de bezoeker zijn brede glimlach. Hij tovert met lires, franken en marken. Twijfel en onrust zijn de basis van zijn winst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.