*

 
dossier

Archief

Sorgdrager

Door: redactie − 29/01/98, 00:00

Terecht heeft de Tweede Kamer de opstand van de procureurs-generaal tegen minister van justitie Sorgdrager in de meest krachtige termen veroordeeld. In een democratie is het onbestaanbaar dat ambtenaren, hoe hoog ook, het gezag van de minister tarten. De ministeriële verantwoordelijkheid vormt het hart van ons bestel en kan alleen maar functioneren als ambtenaren loyaal zijn.

Gelukkig stelden de meeste fracties de betekenis van deze regel in het debat over de kwestie-Steenhuis voorop, en niet de positie van de minister of de coalitie. Natuurlijk waren die belangen ook in het geding, maar de noodzaak om in de verhouding tussen het politieke gezag en de ambtenarij de grens te trekken ging daar bovenuit. Het GPV-Kamerlid Schutte sloeg de spijker op de kop, toen hij constateerde dat ambtenaren veel rechten hebben, maar één plicht, te weten loyaliteit aan de minister. Hoe hoger gezeten, hoe zwaarder die plicht weegt en hoe betrekkelijker de formele rechten, zoals het inschakelen van de kort-gedingsrechter. Zo is dat. Collegiale solidariteit, zoals super-pg Docters van Leeuwen aan de dag legde, moet aan de loyaliteitsregel ondergeschikt zijn.

Des te teleurstellender was het dat het CDA, de grootste oppositiepartij, de unanimiteit doorbrak door zich in een motie tegen minister Sorgdrager te richten en daarmee de aandacht van de hoofdvraag af te leiden. De kleine christelijke partijen GPV en RPF gaven haarscherp aan dat soms oppositionele overwegingen een ondergeschikte rol dienen te spelen.

Dat neemt niet weg dat er twijfels kunnen bestaan over het vermogen van minister Sorgdrager om de vertrouwensbreuk met het justitie-apparaat te helen. De stappen die zij in deze kwestie heeft gezet wekken niet direct het volste vertrouwen. Dat optreden had van het begin af aan kordater en doortastender mogen zijn.

mailIcon print |