*

 
dossier

Archief

Geforceerde assimilatie?

WILLEM BREEDVELD − 28/11/97, 00:00

Begrijp ik Ed van Thijn goed, dan zijn in we de jaren negentig aan een nieuwe, cruciale fase begonnen waarin we ons door de eeuwen gekoesterde, 'kostelijkste cultuurgoed', onze tolerantie, prijsgegeven aan een postmoderne eenheidscultuur. In die samenleving mogen culturele minderheden wel bestaan en misschien herkennen we ze ook aan enkele uiterlijke kenmerken, maar echt kennen en erkennen is er niet meer bij.

Ik destilleer dit toekomstbeeld uit de rede waarmee Van Thijn woensdag de Cleveringa-leerstoel aanvaardde, zie ook Trouw van gisteren. In dit betoog definieert hij 'onze' tolerantie als a way of life van een pluriforme, multiculturele samenleving waarin geen enkele groep kan of wil domineren en waarin wederzijds respect heerst en een gemeenschappelijk respect voor de grondregels van onze democratische rechtsstaat. In zo'n samenleving heeft iedereen het recht anders te zijn, maar ook de plicht eraan mee te werken dat de natie kan blijven functioneren.

Zo'n tolerante samenleving vereist een actieve inzet van alle minderheidsgroepen. Van Thijn wijst daarom een gesegregeerde samenleving af, zoals we die een beetje leerden kennen tijdens de hoogtijdagen van de verzuiling. Maar hij neemt eveneens stelling - en daar zit de kern van zijn verhaal - tegen een samenleving waarin het volle accent ligt op integratie. Hij proeft daarin een doorgeschoten vorm van assimilatie, die funest kan uitpakken voor etnische gemeenschappen en tal van immigranten.

Gelijk heeft hij. Culturele minderheden hebben recht op hun eigen identiteit. Wie daaraan tornt maakt deze groepen nodeloos kwetsbaar. Bovendien schep je problemen voor het beleid. Zoals Van Thijn zegt: “Door de culturele component weg te definiëren, mist men de scherpte in de analyse van de oorzaken van de achterstand op de arbeidsmarkt”. Maar in hoeverre is er ook werkelijk sprake van doorgeschoten integratie, om over geforceerde assimilatie maar te zwijgen?

Op dit punt is Van Thijns betoog opvallend vaag. Wel richt hij wat pijltjes op de VVD en op zijn eigen PvdA, die een dikke streep zouden hebben gehaald door het vroegere adagium van integratie met behoud van eigen culturele identiteit. Maar voorzover ik kan nagaan zijn we de afgelopen jaren alleen maar teruggekomen van het al te softe beleid van de jaren zeventig en tachtig, toen minderheden uiterst omzichtig behandeld werden uit vrees dat we hun identiteitsbeleving te na zouden komen. Inmiddels eisen we ook iets van de minderheden zelf. Zo zal de immigrant een inburgeringscontract moeten tekenen, waarin hij zichzelf onder meer verplicht onze taal te spreken.

Om daarvoor een zwaar beladen begrip als 'geforceerde assimilatie' van stal te halen, lijkt me zwaar overdreven. Wat je wel kunt zeggen is dat er sluipenderwijs een proces op gang is gekomen, waarin makkelijker gezegd wordt dat 'zij' zich maar aan ons moeten aanpassen. Er ligt - en daar heeft Van Thijn gelijk in - meer nadruk op integratie. Let wel, integratie in 'onze' samenleving. De volgende stap is natuurlijk dat je zegt dat zo'n samenleving beperkte integratiemogelijkheden heeft, wat weer reden kan zijn voor een stringent asielbeleid.

Als je het mij vraagt zit daar voor Van Thijn de echte pijn. Want dat 'kostelijkste cultuurgoed' is vermoedelijk nooit zo gekoesterd als hij denkt. En die multiculturele samenleving waar hij zo lyrisch over spreekt, is vooralsnog niet meer dan een ideaal. Maar dat 'zijn' PvdA tegenwoordig net zo hard uitpakt als Bolkestein tegen asielzoekers, dat steekt. Om dat zijn partijgenoten via de U-bocht van 'geforceerde assimilatie' aan het verstand te peuteren... is wel erg professoraal.

mailIcon print |