Van een onzer verslaggevers LEEUWARDEN - In Leeuwarden is het op zondagmorgen onwerkelijk rustig. Alleen de rotzooi op straat herinnert nog aan het feest. Om drie uur 's nachts was de laatste trein, maar de meeste 'Hollanders' waren toen al lang weg.
“Het was fantastisch, het is toch geweldig dat al die mensen hier naar toe komen,” zegt een straatverkoper die zijn laatste broodjes weggeeft. “Dat kan er wel vanaf, ik heb goede zaken gedaan.” Misschien komt het door zijn winst, maar hij wil geen kwaad woord horen over de invasie. “Ik heb hier helemaal geen rottigheid gezien.”
Zaterdagavond zitten de café's vol, maar de feesttent achter de Oldehove is al gesloten. In de tent op het Zaailand gaat het nog door, maar met beduidend minder mensen dan op vrijdagavond, de uittocht is al vroeg op gang gekomen.
“We gaan vast naar huis, vanochtend hebben we al vier uur in de trein gezeten, ik wil nog wel thuiskomen vandaag”, zegt een jongen die zich tegen vier uur 's middags in een bomvolle trein naar Zwolle wurmt. “En het is veel te koud”, klaagt zijn vriendin. Veel mensen zijn maar een paar uurtjes in Friesland geweest. “Ik was hier pas om twaalf uur en ik ga weer naar huis. Maar ik had het niet willen missen”, zegt een vrouw uit Elst als ze tegen drieën de bus van de Bonkevaart neemt.
De finish van Henk Angenent heeft ze niet gezien. Toen zat ze na de lange reis uit te blazen boven een glaasje Berenburg. En zo verging het velen. “We konden de Bonkevaart niet vinden,” zegt een meisje uit Heerenveen. Ze komt dan wel uit Friesland, maar zo goed kent ze Leeuwarden niet. “Nou ja, de toerrijders zijn eigenlijk leuker,” troost haar vriendin.
In het propvolle 'Wapen van Leeuwarden' volgen de gelukkigen die nog naar binnen mochten de laatste kilometers op de tv. Om twintig over twaalf stijgt er een gejuich op. “Wie heeft er nou gewonnen. Was dat Van Benthem?” Niemand heeft het commentaar gehoord en de eerste tien minuten heerst er grote verwarring over de identiteit van de winnaar.
Het is op dat moment wat stil in het centrum van Leeuwarden. “Waar is nou dat feest?,” vraagt een jongen zich af. De tv-beelden van de avond ervoor beloofden carnaval.
Aangewakkerd door de duizenden mensen die door de NS worden aangevoerd, op het hoogtepunt 1 200 per uur, bruiste de Friese hoofdstad vrijdagnacht in afwachting van de start van de Tocht der tochten. “Waar is het bier?” brult een jongen die om drie uur uit de propvolle trein wordt gelanceerd op het perron, waar mensen in polonaise dansen op de muziek van een dweilorkestje. “We gaan de hele nacht door”, lacht een meisje uit Alkmaar en ze laat een plastic tas vol duistere alcoholische mixen in blik zien. Terwijl een stroom van honderden mensen het station uitschuifelt verdwijnt het orkestje, met publiek, al spelend in de trein naar Stavoren.
Op de trappen voor het paleis van justitie zit dan al urenlang een deinende menigte. Oud en jong verzamelen zich in de grote feesttenten waar de hete-luchtkanonnen warmte naar binnen blazen. Friezen en Hollanders dansen gebroederlijk op de keiharde muziek.
“Nadat we de start hadden gezien ben ik nog even gaan slapen bij mijn moeder”, zegt een meisje uit Amsterdam, zaterdagavond in de trein. Haar vriendin is één van de circa vijftigduizend volhouders die de hele nacht en zaterdag zijn doorgegaan. Ze slaapt. De grote drukte is voorbij en in de trein krijgen de toeschouwers de gelegenheid om de helden van de dag te bejubelen. Je herkent ze meteen, ze hebben hun schaatspakken nog aan en lopen wat krom.
In Harderwijk maakt de trein een korte tussenstop. Eén schaatser was van vermoeidheid in slaap gevallen en heeft station Zwolle gemist. Vanuit Harderwijk kan hij toch nog thuiskomen. Voor een man die de Elfstedentocht heeft uitgereden, wordt vandaag zelfs het schema van de NS aangepast.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.