*

 
dossier

Archief

Veel heimwee naar 'Hakuna matata'

Door: redactie − 10/02/96, 00:00

Sanne, Benjo, Meike, Erik, Désirée, Petra en Femke kwamen eind november terug in Nederland na een verblijf van drie maanden in Kenia. Ze woonden bij de families van hun Keniaanse koppelgenoten Tony, Waithaka, Quinn, Mike, Ann, Eunice en Sylvia in het stadje Nakuru. Alle veertien doen ze mee aan het uitwisselingsprogramma van Holland World Youth, dat jongeren tussen de 17 en 21 jaar uitzendt naar Kenia en Zimbabwe. Begin december kwamen de Kenianen voor drie maanden naar Nederland. Zanzibar berichtte in november over de ervaringen van de Nederlandse jongeren in Kenia. Toen beleefde de groep net een zware week vol heimwee en onderlinge spanning: maar zo was het echt niet de hele tijd, zeggen ze achteraf. Tijd om de stand op te nemen: Hoe kijken de Nederlanders terug op hun tijd in Afrika? Hoe is het om weer terug te zijn in het stresserige Nederland? Wat vinden de Kenianen van Nederland, afgezien van de ijzige kou waarin ze terecht zijn gekomen. Wat was de grootste cultuurshock? Holland World Youth wil meer dan alleen de intensieve uitwisseling van een klein clubje. De deelnemers geven presentaties op zoveel mogelijk scholen over hun Keniaanse -en Nederlandse - ervaringen. Er valt meer over Afrika te vertellen valt dan hongersnood en oorlog, en meer over Europa dan rijkdom en individualisme.

Met deze woorden introduceert hij de deelnemers van Holland World Youth, die op deze vroege maandagmorgen - zoals elke maandag - een presentatie geven. Om te laten zien hoe in Kenia de traditie botst met het oprukkende moderne leven, voeren de Kenianen een toneelstukje op. Het gaat over een vader die zijn dochter van zestien uithuwelijkt aan de rijkste man van het dorp (wiens tweede vrouw een beetje te oud wordt). Dat wil ze natuurlijk niet: ze wil studeren en haar eigen keuzes maken. Uiteindelijk komt het allemaal goed. Zelfs vader komt tot inzicht dat een goede opleiding het allerbelangrijkst is.

Later op de ochtend vertelt de Keniaanse Sylvia in een 5 VWO-klas dat de omgang met leraren in Kenia heel anders is dan in Nederland. “Jullie komen hier in spijkerbroek, gaan in discussie met de leraar en zeggen zelfs dat hij onzin vertelt. In Kenia moet je veel meer respect tonen. Als je je huiswerk niet maakt word je geslagen met een stok.”. Ze legt ook uit dat er in Kenia momenteel veel gepraat wordt over seksuele voorlichting op scholen. “De katholieke kerk heeft veel invloed en vindt voorlichting verderfelijk. Tegelijkertijd stoppen veel meisjes met school omdat ze zwanger worden.”

Hoe het dan zit met aids, wil een van de leerlingen weten. Sylvia: “Voor de ons is het heel ver weg, maar we weten wel dat het er is. Er zijn veel mensen waarvan je weet dat ze geen condooms gebruiken. De regering gebruikt de verkeerde slogans: 'doe niet aan seks voor het huwelijk', roepen ze, terwijl ze beter kunnen zeggen dat je aan safe seks moet doen.”

Die confrontatie met aids was voor de Nederlandse Femke het meest shockerend, antwoordt ze op een vraag uit de klas. “In sommige gebieden hebben 25 procent van de mensen aids.” Petra vond de milieuvervuiling het ergste. “Er is zoveel vuil op straat. Overal liggen batterijen, er zijn geen vuilniswagens.” Waithaka werpt tegen dat het land grotere problemen heeft, in het noorden van zijn land sterven mensen van de honger. “Onzin”, zegt femke. “Dat is geen reden om bananenschillen uit het raam te gooien!”

Als de klas Waithaka naar zijn meest indrukwekkende confrontatie met Nederland vraagt, moet de groep weer gniffelen. Vorige week waren ze op excursie in Amsterdam, inclusief een wandeling door de rosse buurt. Dat was een enorme belevenis voor de Kenianen. “Het was vreselijk”, zegt Waithaka. “Mensen die zich gedragen als beesten, overal waar je kijkt. Ze bieden hun lichaam aan als een groenteman die mango's verkoopt.”

De bejaarde mevrouw kan het niet laten zachtjes aan een van Sylvia's lange zwarte vlechtjes te trekken. Ook de andere dames aan de koffietafel vinden het toch wel heel intrigerend. “Is dat echt?”, vraagt een van hen in het Nederlands aan de Keniaanse Sylvia. “No it's not real”, antwoordt ze lachend, omdat ze inmiddels wel weet wat er gevraagd wordt.

Femke en Sylvia werken twee dagen per week in verzorgingscentrum Brinkhove in Zeist. Alle deelnemers doen onbetaald werk op een plek waar je zoveel mogelijk mensen kunt ontmoeten. De eerste periode werkte het koppel in de Wereldwinkel. Ook leuk, maar er was niet zo veel te doen. Hier hebben ze met veel meer mensen te maken, al spreken er maar een paar Engels. Ze maken kamers schoon en helpen mee bij handvaardigheid.

Het fenomeen 'bejaardentehuis' is in Kenia volstrekt onbekend, vertelt Sylvia. “Eerst vond ik het maar raar, om oude mensen in een huis te stoppen. Maar nu kan ik het wel begrijpen. Ze hebben het hier gezellig, ze kunnen met elkaar praten. In Kenia wonen de oude mensen wel bij hun families, maar niemand bemoeit zich echt met hen.”

Femke denkt zuchtend terug aan haar tijd in Kenia. “Het was echt relaxed leven, no worries. Ik mis de broers en zussen en de ouders van Sylvia. Als je terug bent in Nederland val je meteen weer terug in dat snelle tempo. Het was ook veel te kort. De eerste maand begrijp je niets, de tweede wordt dat alleen maar erger, pas in de derde ga je er iets van snappen en dan moet je terug.”

Sylvia mist de Keniaanse zon. Verder heeft ze geen last van heimwee, niemand in de groep klaagt er eigenlijk over. “Ik moest er wel erg aan wennen dat iedereen hier in Nederland zo close met elkaar is, naar alles wordt gevraagd. In het begin vond ik dat irritant, dat iedereen de hele tijd maar vroeg hoe het met me ging. Maar nu kan ik het wel waarderen.”

Femke: “Dat was voor mij dé ontdekking, dat ik altijd dacht dat de mensen in Afrika één grote familie vormden, en dat in Nederland iedereen materialistisch en individualistisch was. Maar in het is precies omgekeerd. In Kenia leeft iedereen juist heel erg langs elkaar heen.”

Benjo woonde in Kenia bij de familie van Waithaka in een reusachtig huis. Ieder had een eigen kamer. Hier, in het rijtjeshuis van de familie de Lange, is het passen en meten. Benjo woonde al op kamers, maar keerde voor het programma terug naar huis. Zijn ouders ontruimden hun slaapkamer, waar Benjo en Waithaka nu slapen. Benjo heeft ook nog een zus en een broertje. Met z'n zessen is het aanpassen geblazen.

Vandaag krijgt de familie de Lange bezoek van de groepsleiders Claartje Sadee en Evans Mkala, om te kijken hoe het gaat. “Omdat we nu één kamer delen, moeten we vaker dingen uitpraten. Dat vind ik wel goed”, zegt Benjo. Waithaka is een rustige, in zichzelf gekeerde jongen. Daar moest Benjo's moeder in het begin wel aan wennen. “Wij praten hier heel veel over alles.” Waithaka: “Misschien zijn Kenianen wel veel meer op zichzelf. Je hebt het gevoel dat je onafhankelijk bent omdat mensen je meer met rust laten.”

Ook Benjo mist, net als de hele groep eigenlijk, de ontspannen Keniaanse levenstijl, het hakuna matata-gevoel (=maak je geen zorgen). “We kwamen vlak voor Sinterklaas terug. Ik zag alleen maar gehaaste mensen met chagrijnige gezichten grote cadeau's kopen.” Benjo's vader: “En wij voerden hier discussies over de vraag of de nieuwe gordijnen niet een paar centimeter naar links moesten.”

Benjo heeft, net als Femke, zin om terug te gaan als hij zijn opleiding sociaal-pedagogische hulverlening heeft afgerond. Iets met ontwikkelingshulp. Waithaka heeft hele andere carrière-plannen. Hij gaat tandheelkunde studeren, een luxe studie in een land als Kenia. Als hij toch iets in de gezondheidszorg gaat doen, waarom dan niet gewoon als arts, zodat hij meer mensen zou kunnen helpen? “Nee, je moet eerst een goede basis hebben, anders verdrink je zelf ook. Je kunt alleen goed zijn voor anderen als je eerst goed bent voor jezelf.”

mailIcon print |